Categorieën
Preek

Dolksteek

Dit is de preek die ik vanmorgen in de Petruskerk in Woerden hield.

De komende zeven zondagen mag ik voorgaan in uw midden. Ik heb ervoor gekozen de komende zondagen te preken over kerk. Verschillende redenen brachten mij daartoe. 

Ik heb het gevoel dat het nu corona beperkingen stap voor stap worden opgeheven en ook als kerk weer verder kunnen, het goed is om na te denken waar het ook alweer omgaat in de kerk. 

Verder ben ik nu ruim een half jaar in Woerden en is dit thema ook een manier om de balans op te maken. Van de dingen die mij is opgevallen In Woerden is dat er ontzettend veel te doen is en gedaan wordt en al moet worden gedaan. Om te voorkomen dat we door de bomen het bos niet meer zien, lijkt me een serie preken over de kerk behulpzaam. 

Ik wil over de kerk preken aan de hand van lezingen uit het Bijbelboek Handelingen. Vandaag lezen we verder waar we met Pinksteren gebleven waren. Toen hoorden we de preek van Petrus op de eerste pinksterdag, vandaag staan we stil bij de reactie op die preek. We stellen daarbij de vraag die we de komende week telkens stellen: wat zegt dit over de kerk? 

We vragen dus telkens bij onze lezingen uit Handelingen: wat zegt dit over de kerk? Wat zegt Handelingen 2 over de kerk? Wat zegt die reactie op die allereerst preek van Petrus over de kerk?

Petrus houdt een preek. Een heel bijzondere preek. Petrus zondigt tegen alle regels van de welsprekendheid en de preekkunst. Retorisch en homiletisch rammelt het aan alle kanten. Waar de retorica zegt dat je je publiek voor je moet winnen door hen op een positieve manier aan te spreken, kiest Petrus voor de confrontatie. ‘De Jezus, die júllie gekruisigd hebben.’ En waar de homiletiek zegt dat je moet aansluiten bij waren de mensen zitten, begint Petrus gewoon plompverloren te verkondigen dat Jezus de Messias is.

Toch was het een goede preek. In ieder geval als je kijk naar het effect ervan. 3000 mensen sluiten zich aan bij de Jezusbeweging. Een ongekend aantal. Ik ben al blij als af en toe een gemeentelid zegt dat zij of hij geraakt is door een preek van mij. Dat er mensen door mijn preken tot geloof komen, is me in de afgelopen twaalf jaar maar een enkele keer overkomen. En dan was het meestal ook nog zo dat die mensen al veel langer op zoek waren komen en dat er achteraf ook allerlei bouwstenen door allerlei voorgangers waren aangeleverd. 

Maar op die eerste Pinksterdag komen 3000 mensen tot geloof. Ze komen tot geloof omdat de preek van Petrus hen raakt. Ze worden ‘in het hart geraakt’ staat er in onze vertaling. In het Grieks staat er letterlijk dat ze in het hart gestoken worden. Het woord van Petrus is scherp als een mes en en hij steekt het recht in hun hart. Het is nogal een heftige en gewelddadige metafoor die hier gebruikt wordt. Het Evangelie is een dolksteek. De verkondiging steekt je neer. Je wordt geraakt, je kunt niet verder, je leven wordt bedreigd, gewond zak je in elkaar, je kunt niet verder.

Wat zegt dit over de kerk? Kerk begint bij geraakt worden, pijnlijk geraakt, getroffen en niet verder kunnen. Dat doet de Geest dus ook. Het is met de Geest echt niet alleen maar hosanna en hieperdepiep hoera. Daarom hoorden we opnieuw lied 700. Ook daarin wordt de veelzijdigheid van de Geest bezongen. Natuurlijk gaat het uiteindelijk om de vreugde en de volheid, maar het is een diepe vreugde en een volheid niet zonder gevoelde leegte.

Die 3000 daar in Jeruzalem worden geraakt door de preek van Petrus, de preek van Petrus die een aanklacht is. God heeft Jezus uit de dood opgewekt. De Jezus die jullie gedood hebben. Petrus maakt het heel persoonlijk. Jullie hebben hem gedood. De Messias, God met ons, hij die Gods nieuwe wereld vertegenwoordigt.

Nu zou je kunnen zeggen, dat het inderdaad goed mogelijk is dat de mensen die daar stonden tijdens Jezus’ proces hadden geschreeuwd: ‘Kruisig hem!’ Maar inmiddels zijn we 53 dagen verder dan Goede Vrijdag. Hoe waarschijnlijk is het dat de mensen die toen in Jeruzalem waren er 53 dagen later nog zijn? Het was in Jeruzalem toen ter tijd, en nog, een komen en gaan van pelgrims. Nee, zij die geraakt worden hadden waarschijnlijk Jezus niet gekruisigd. Toch is dat wat Petrus tegen hen zegt en toch is dat wat ze accepteren, sterker nog, het raakt hen diep.

Wat zegt dit over de kerk vragen we opnieuw. Kerk begint waar Jezus’ dood niet iets is van daar en toen, van anderen, dat het iets hoort wat hier en nu jouw zaak is. Dat zijn einde niet een zaak is van Romeinen en joden, maar dat het daarin om jou gaat. 

Dat de kerk eeuwenlang joden heeft vervolgd of daar op z’n minst niet tegen protesteerde omdat zij onze Heer zouden hebben gekruisigd, is een even pijnlijke als onbegrijpelijke miskenning van dit feit.

‘Jezus, die jullie gekruisigd hebben…’ Het wordt ook tegen ons gezegd. Dat gaat nog dieper dan de gedachte dat als wij toen geleefd zouden hebben, wij het niet beter zouden hebben gedaan. Dat is ook waar, maar de preek van Petrus gaat verder. 

Ik moest denken aan Matteüs 25. De gelijkenis van de schapen en de bokken. Zij die door de Heer worden afgewezen en zij die door Hem worden aanvaard stellen als zij geconfronteerd worden met hun daden beide dezelfde vraag: ‘Wanneer hebben wij u hongerig gezien en wanneer had u dorst, wanneer was u naakt, ziek, in de gevangenis? De Heer zegt dan: ‘Voor zover je dit voor een van mijn minste broeders hebt gedaan, heb je het voor mij gedaan.’ Of andersom: ‘Voor zover je dit niet gedaan hebt voor een van mijn minste broeders, zo heb je het voor mij niet gedaan.’

Christus sterft nog elke dag. In de mensen die wij negeren. In de mensen die wij kleineren. In de mensen die voor ons worden uitgebuit, die voor een hongerloon onze behoefte aan spullen bevredigen. Christus sterft in en door dat onrecht, maar ook in en door de laksheid en de lauwheid waarmee wij kerk zijn. Hij sterft in ons egoïsme en onze onbarmhartigheid.

De mensen daar in Jeruzalem kunnen er niet meer omheen. Wij hebben Christus gekruisigd. Wij hebben een verloochend en verraden. Ze begrijpen dat het heel persoonlijk is geworden. Ze hebben niet hier of daar een regeltje overtreden, ze zijn niet een machteloos onderdeel van een oneerlijk systeem. Nee, zij hebben Christus gekruisigd en ze weten het.

‘Wat moeten we doen?’ is hun vraag. Weer zo’n goede vraag. Twee weken geleden hadden we het al over de vraag: ‘Wat betekent dit toch? Nu de vraag: ‘Wat moeten we doen?’ Het is de vraag van iemand die is vastgelopen, die alleen nog maar kan hopen op een uitweg. Wat moeten we doen? Het is de vraag van iemand die de grens heeft bereikt van zijn eigen doen. Die heeft ontdekt dat zijn doen het niet redt. Het is de vraag van iemand die begrijpt dat hij aangewezen is op genade, iemand anders die een weg wijst.

Petrus wijst een weg. Wat moeten we doen? Petrus noemt twee dingen: bekering en doop. Bekering en doop. Omkeren, ondergaan en opstaan. Dat is de beweging van het christelijk geloof. Omkeren, ondergaan en opstaan. Dat is de beweging van de kerk. Alles wat de kerk doet, is uiteindelijk een variant op die beweging.

Dat valt niet mee. Omkeren is verschrikkelijk moeilijk. Doorgaan, doorduwen, doormodderen, doordrammen, dat gaat allemaal vanzelf. Je ziet dat overal om je heen. En we doen zelf toch ook? Petrus zegt daarover: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’ Letterlijk staat er ‘deze kromgetrokken generatie’. Zoals hout dat uitdroogt, kromtrekt en splijt. Je kunt er niets meer mee. Het heeft niet de vorm en stevigheid om er iets mee te maken. 

De kerk is de plek waar mensen opnieuw vorm en stevigheid krijgen. Waar ze weer bruikbaar worden. Geen krom stuk hout, maar stevige balken en soepele latten.  Maar dat gebeurt door het pijnlijke proces van omkeer, van ondergang en opstanding, van bekering en doop. 

Herkennen wij die pijn? Of moet de kerk vooral gezellig zijn? We hebben het hier toch niet alleen over onze successen en onze plannetjes? We hebben het hier toch ook over de momenten dat we niet verder kunnen? De momenten dat we niet meer weten wat we moeten doen? De momenten waarop we ons realiseren dat we niet langer naar een ander kunnen wijzen? De momenten dat ons hart ineenkrimpt, dat we een steek in ons hart voelen, omdat we beseffen dat wij niet alleen onderdeel van de oplossing zijn, maar ook van het probleem.

Dat is ook de take-home message van deze preek. Wat zegt de reactie op Petrus’ preek over de kerk? Dat de kerk de plek is waar wij onder ogen durven te zien dat wij ook onderdeel zijn van het probleem. Dat Christus ook onder ons lijdt. En dat omkeer nodig is en vernieuwing mogelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s