Categorieën
Theologie

‘Een Barthiaan in Taizé’

Een essay over het tekort van de Reformatie[1]

‘I’m an alien, I’m a legal alien, I’m an Englishman in New York.’[2] De Britse zanger Sting zingt over de bevreemding die je kunt ervaren in een gemeenschap waar je veel raakvlakken mee hebt, maar waar in allerlei details toch blijkt dat je anders bent. Je voelt je thuis, maar je vraagt je af waarom. En je voelt je ook niet thuis, en ook dat begrijp je niet helemaal.

In dit essay onderzoek ik een eigen ervaring van bevreemding. Ik ben geen Engelsman in New York, maar een Barthiaan in Taizé. Met ‘Barthiaan’ bedoel ik een theoloog aangesproken door het denken van Karl Barth en met ‘Taizé’ bedoel ik de oecumenische kloostergemeenschap in het gelijknamige dorp in het Franse Bourgondië.

Karl Barth en Taizé

Opgegroeid in een behoudend calvinistisch milieu vond ik in de theologie van Karl Barth een mogelijkheid om zonder te breken met het verleden toch verder te denken. Dat ons geloof en onze vormgeving van geloof niet samenvalt met wie God is, ja, dat onze godsdienst ten diepste ongeloof is[3], een ijdele poging God in onze concepten te vatten, daagde en daagt mij uit om mij niet terug te trekken in eigen gelijk. En dat Gods eigen spreken voorafgaat aan ons spreken over Hem, dat wij God niet hoeven te bewijzen of bedenken voordat Hij iets zeggen kan, hielp en helpt mij telkens uit de theologische impasse eigenlijk met een mond vol tanden te staan in onze geseculariseerde wereld. Ik grijp daarom geregeld naar een geschrift van Barth en ik bezoek met enige regelmaat conferenties over zijn theologie.

Tegelijkertijd kom ik met een vergelijkbare regelmaat in Taizé. Ik doe er mee met het leven van de gemeenschap, ik zit er stil geknield op de vloer van de kerk, ik zing er de mantra-achtige Taizé-liederen, ik voer er gesprekken met bezoekers van over de hele wereld. 

En ik voel mij er altijd een Engelsman in New York. Ergens lijkt het niet bij elkaar te passen. De lange zinnen uit Barths boeken en de korte zinnetjes van de Taizé-liederen. De vele woorden en de lange stiltes. Het oordeel over menselijke religie en de vanzelfsprekende godsdienst. De dialectische theologie tegenover de synthetische spiritualiteit. Kortom, de kritische theoloog tegenover de gemeenschap die elk mens ontvangt als god-zoeker en potentiele god-vinder.

Ik heb me wel eens afgevraagd of ik niet een van beiden op moet geven. Of ik niet van al te veel postmodern relativisme getuig beide als bron voor geloof en leven te handhaven. Tot nog toe heb ik geen keuze gemaakt. Barth en Taizé, beide zijn mij lief, ik kan ze geen van beide missen.

Mijn ervaring is niet uniek. Vele protestantse christenen, juist ook de calvinisten onder hen, lijken in Taizé iets te vinden wat ze in hun eigen kerk niet vinden. Wat is het toch dat de gemeenschap zo’n aantrekkingskracht op hen uitoefent? Gaat dat persoonlijke smaak en voorkeur te boven? Zegt het misschien iets over de kerken die gaan in het spoor van de Reformatie? Biedt Taizé iets wat de Reformatie te kort komt? Op die laatste vraag wil ik zo terugkomen. Eerst een korte omweg via Zwitserland.

Twee Zwitsers

Het is opmerkelijk dat twee Zwitsers tegen over elkaar staan in dit essay. Karl Barth werd geboren en stierf in Basel en de Gemeenschap van Taizé werd gesticht door Roger Schutz, de latere frère Roger, afkomstig uit een dorpje Meer van Neuchatel. Beide studeerden theologie in Zwitserland en daarbuiten. Ze schelen wel ongeveer een generatie, Barth is van 1886, Schutz van 1915. En Barth was een Duitstalige Zwitser, terwijl Schutz uit Franstalig Zwitserland afkomstig was. 

Beide levens zijn sterk beïnvloed door de Tweede Wereldoorlog. Karl Barth kan worden beschouwd als de theologisch motor van het verzet tegen het fascisme, terwijl hij ondertussen ook praktische hulp bood aan joodse families.[4] Na de oorlog verzette Barth zich tegen Westers triomfantalisme vanuit zijn overtuiging dat God zich ook niet verbindt aan een kapitalistische ideologie.

Roger Schutz verliet in 1940 het neutrale Zwitserland voor het bezette Frankrijk omdat hij vond dat hij niet afzijdig kon blijven in het tumult waarin Europa terecht gekomen was. In de beginjaren ving hij in Taizé Joodse vluchtelingen op. Toen de oorlog voorbij was, verleende hij juist bijstand aan Duitse krijgsgevangenen.

Beide Zwitserse theologen kregen een grote bekendheid. Ze moeten van elkaars bestaan geweten hebben. Toch is daar weinig over terug te vinden. Ik ken vanuit de geschriften van frère Roger geen verwijzingen naar Barth. Hij verwijst sowieso zelden naar anderen. 

Andersom is de oogst ook mager. Barth noemt de gemeenschap van Taizé een keer in een brief uit 1967[5]. In die brief schrijft hij over zijn verhouding tot de in de oorlog vermoorde Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. En Barth vraagt zich in die brief af wat Bonhoeffer toch voor ogen stond bij zijn inspanningen voor de vernieuwing van de persoonlijke en gemeenschappelijke godsdienst. 

Barth schrijft dan: ‘Blijkbaar bedoelde hij [Bonhoeffer] iets anders […] dan de Berneuchener[6] en waarschijnlijk ook die van Taizé.’[7]  Ik maak hieruit op dat Barth de Gemeenschap van Taizé ziet als één van de vernieuwingsbewegingen binnen de kerk waarin gemeenschappelijk gebed een grote rol speelt. Ik maak er ook uit op dat Barth niet zo goed uit de voeten kon met de genoemde vernieuwingsbewegingen. Hij begreep ze niet. Vanuit Barths theologie is dat ook voorstelbaar. Zijn inzet bij God en bij zijn Woord dat senkrecht von oben klinkt, biedt weinig ruimte voor aandacht voor gemeenschappelijk geloofsleven. Het momentane karakter van de openbaring dat Barth graag benadrukt staat op gespannen voet met de continuïteit van geloofsgemeenschappen.

Het tekort van de Reformatie

Tot zover de tegenstelling tussen Karl Barth en Taizé. Ik wil nu de vraag oppakken die ik eerder stelde: wijst de aantrekkingskracht van de Gemeenschap van Taizé op calvinistische christenen als ik op een tekort in het reformatorisch kerk-zijn?

Vanaf het allereerste begin stelt de christelijke gemeente de vraag: wanneer ben je een goed christen?[8]Christen zijn zonder meer is niet voldoende. Alleen de christelijke rituelen uitvoeren ook niet. Net zomin als alleen het er op na houden van een zuivere theologische opvattingen. Uiterlijk en innerlijk moeten met elkaar overeenstemmen. Christelijk geloof én christelijke daden. Christelijk denken én christelijk handelen.[9]

De Reformatie was een vernieuwingsbeweging binnen de westerse kerk die opnieuw de vraag stelde wat het betekent een goed christen te zijn. Zij deed dat in een kerk die vooral bezig was met uiterlijkheden. De kerk deed haar best een succesvolle wereldse macht te zijn en te blijven en haar leiders gedroegen zich wereldgelijkvormig. Velen voelden de leegte daarvan aan en zo laat zich de aantrekkingskracht van de Reformatie verklaren. 

De Reformatoren vroegen aandacht voor de binnenkant van het christendom, voor het geloof. Christen zijn is niet alleen het uitvoeren van bepaalde rituelen, het zeggen van de juiste woorden. Christen zijn is een zaak van het hart. Het hart waarmee een mens gelooft, waarmee hij een persoonlijke vertrouwensband met God heeft.[10]

Maar het innerlijk van de mens is een ingewikkeld iets, zoveel wist men ook toen al wel. Daarom zocht de Reformatie een kompas om een weg te zoeken tussen lege vormelijkheid en vage innerlijkheid. Ze vond het kompas in de Bijbel, die juist in die tijd veel breder beschikbaar kwam. In de Bijbel vond de Reformatie de kennis die nodig was om het geloof inhoud te geven.

De Reformatie betekende dus een herwaardering van de binnenkant van het christelijk geloof en door de Bijbel bemiddelde geloofskennis. Dit is nog altijd herkenbaar in kerken die gaan in het spoor van de Reformatie waar een persoonlijke relatie met God en de autoriteit van de Bijbel hand in hand gaan. 

Heeft dit alles ook een keerzijde? Wat zou je het tekort van de Reformatie kunnen noemen? Ik noem drie dingen.

Allereerst wordt door de nadruk op innerlijkheid de materialiteit van het geloof en de lichamelijkheid van de gelovigen veronachtzaamd. De Reformatie had een complexe relatie met materialiteit en lichamelijkheid. Je kunt niet zeggen dat de Reformatie de werkelijkheid en het menselijk lichaam verachtte. De sacramenten en bijvoorbeeld de leer van de heiliging nemen wel degelijk het concrete mens-zijn als de plek waar Gods heil gestalte krijgt.[11] Toch moet je constateren dat de concentratie op het horen van het Woord de mogelijkheden om het geloof materieel en lichamelijk vorm te geven drastisch heeft ingeperkt. We komen er meer en meer achter dat als we het geloof opvatten als way of life we die mogelijkheden wel degelijk nodig hebben. Ook in reformatorische kerken en in het leven van reformatorische christenen zie je een herwaardering van allerlei rituelen en gebruiken.

Ten tweede, door al haar kaarten te zetten op de persoonlijke band met God kwam de kerk als gemeenschap der heiligen onder druk te staan. Als de beslissing over ons leven valt in onze persoonlijke verhouding tot God worden wij zomaar niet meer dan losse individuen. De theologie van de Reformatie bood hierdoor maar weinig weerstand tegen het individualisme van de Verlichting. De concentratie op het hart werd concentratie op het ik. Het ingebed zijn in de geloofsgemeenschap en de christelijke traditie verloor aan betekenis. De kerken plukken daar nu de wrange vruchten van.

En ten derde, door de Bijbel als criterium te nemen voor het geloof opende de Reformatie de weg naar biblicisme. Elk ankerpunt kan verworden tot een zandbank waarop alles vastloopt. Waar in de Reformatie de Bijbel de kerk bevrijdde van versteende vormen, leidde haar verabsolutering tot een in beton gegoten Schriftvisie. Ook hier geldt dat de Reformatoren zelf nog niet eens zoveel te verwijten valt, maar dat latere ontwikkelingen zoals de Verlichting en het positivisme van de moderniteit leidden tot een rationalistische manier van Bijbellezen. Hoe het ook zij, in heel wat behoudende kerken geeft men meer gezag aan een bepaalde lezing van de Bijbel dan aan de Bijbel zelf.

Materialiteit, geloofsgemeenschap en Schriftvisie

Terug naar Barth en Taizé. Spelen de genoemde tekorten van de Reformatie een rol in mijn fascinatie voor beiden? Hoewel Barths theologie inhoudelijk weg probeert te blijven van (neo)platoonse dualismen als lichaam en geest, is deze qua vorm beslist cognitief te noemen. Er wordt vooral een beroep gedaan op het vermogen te lezen en te begrijpen, activiteiten van de geest. 

In Taizé worden andere vermogens aangesproken. Knielen, zingen, stil-zijn. Activiteiten van het lichaam. Ook het dagelijks delen van brood en wijn is een lichamelijke aangelegenheid. In Taizé wordt het geloof niet verantwoord of uitgelegd, het wordt eenvoudig geleefd. Ik zeg altijd: ‘Ik ken geen plek waar het geloof zo vanzelfsprekend is.’

Als het gaat om de gemeenschap stichtende kracht van het christelijk geloof biedt Taizé ook iets wat Barth niet biedt. Bezoekers van Taizé mogen meedoen met de gebedsvieringen van de gemeenschap en ze ontmoeten elkaar in Bijbelstudie en gespreksgroepen. Frère Roger gebruikte graag de uitdrukking ‘gelijkenis van gemeenschap’ om duidelijk te maken dat de ervaren gemeenschap in Taizé als een Bijbelse parabel verwijst naar de achterliggende boodschap dat God liefde is. 

Je kunt tegelijkertijd van de theologie van Barth niet zeggen dat alle kaarten worden gezet op de persoonlijke band met God. Je kunt wel zeggen dat door de christologische focus van Barths theologie zowel de persoonlijke relatie met God als de geloofsgemeenschap gerelativeerd worden. De belangrijkste relatie in Barths theologie is die van de Vader en de Zoon, door de heilige Geest. Bij die relatie steken andere relaties schriel af. Barth redt mijn theologie van het subjectivisme, maar biedt weinig aanknopingspunten voor gemeenschappelijk geloofsleven.

Over Barths Schriftvisie is heel wat te zeggen, maar je kunt bepaald niet zeggen dat Barth deze in beton gegoten heeft. Zijn concentratie op het Woord als het spreken van de levende God maakt het mogelijk gehoorzaamheid aan de Schrift te combineren met een bewegelijke manier van Bijbellezen. De exegetische excursen van de Kirchliche Dogmatik behoren tot het beste wat Barths oeuvre te bieden heeft. 

In Taizé fungeert de Schrift heel anders, maar de spiritualiteit van Taizé is heel Bijbels georiënteerd. In de gebedsdiensten klinken in woord en lied zowel Oude als Nieuwe Testament en de gebedsteksten blijven dicht bij de Bijbelse taal. In Bijbelstudies worden exegetische inzichten vrijmoedig gebruikt, maar men leest altijd met het oog op het ontdekken van een eenvoudige boodschap voor het persoonlijke en gemeenschappelijke geloofsleven.

Een Barthiaan in Taizé

Het tekort van de Reformatie is niet het tekort van de theologie van Karl Barth. Tegelijkertijd zijn er wel aspecten waar het leven van de gemeenschap in Taizé de theologie van Barth aanvult en bevraagt.[12] De dialectische protestantse theologie van het Woord heeft het geloofsleven van de oecumenische gemeenschap nodig.[13] Bijbels gefundeerd theologisch denken en Bijbels gefundeerde christelijke spiritualiteit versterken elkaar. De blikseminslag van de Woord kan niet zonder de continuïteit van het gemeenschappelijk leven en gebed, en vice versa. 

Moet ik kiezen tussen Barth of Taizé? Liever niet, als ik eenzijdigheid wil vermijden. En ik heb beide nodig om het tekort van de Reformatie theologisch helder te krijgen en spiritueel aan te vullen. 


[1] Geschreven ter afronding van de cursus ‘Het tekort van de Reformatie’, zie https://www.pepredikanten.nl/studiebijeenkomsten/tekortreformatie/

[2] Zie https://www.sting.com/discography/lyrics/128

[3] Vergelijk § 17 van K. Barth, Kirchliche Dogmatik I/2, Zürich 1960, p.304-397, 

[4] Barth heeft zich na de Tweede Wereldoorlog afgevraagd of hij wel genoeg heeft gedaan in praktische zin en of zijn theologie wel ondubbelzinnig genoeg was als het gaat over kerk en Israël. Zie E. Busch, Unter den Bogen des einen Bundes, Karl Barth und die Juden 1933-1945, Neukirchen 1996.

[5] Brief aan Eberhard Betge, in: K. Barth, Briefe 1961-1968, Zürich 1975, p. 403-407.

[6] De Lutherse variant van de Liturgische Beweging, ontstaan in de jaren ’20 in Duitsland, jaarlijkse bijeenkomsten in Berneuchen, vandaar de naam.

[7] ‘Ein Anderes scheint mir daneben die Erneuerung des persönlichen und gemeindschaftlichen Gottesdienstes, die Bonhoeffer offenbar intendiert hat. Ich ahne, was ihm dabei vorgeschwebt haben mag, und möchte er under dem Begriff Disziplinezusammenfassen. Ging es in der Tat darum, dann kann Ich seine Intention als solche ebenfalls gutheißen, muß aber gestehen, daß ich auch aus Ihrem Buch in dieser Hinsicht nicht ganz klaren Bescheid bekommen habe. Offenbar meinte er – war das eigentlich die Arkandisziplin, von der er zuletzt redete? – etwas Anderes als die Berneuchener und wohl auch die von Taizé. Aber was dann? Seine Sehnsucht nach Indien war mir, wie Sie wissen, reichlich schleierhaft. Man müßte wohl wie Sie in Finkenwalde dabei gewesen sein un mitgetan haben, um hier besser im Bilde zu sein. Hat Bonhoeffer überigens in dieser Sach auch soviel Interesse erwecht, Nachfolger gefunden und Schule gemacht wie in der nun zuletzt zu berührenden Angelegenheit?’

[8] Voor een analyse van de plaats van de Reformatie in de geschiedenis van de westerse kerk zie https://www.weetwatjegelooft.nl/les/tekortreformatie-1-7/

[9] Misschien wel het meest kernachtig op formule gebracht in Jacobus 2:26: ‘Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook geloof zonder daden dood.’

[10] Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus: Wat is een waar geloof? Een waar geloof is niet alleen 

een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus wil.

[11] Zie https://www.weetwatjegelooft.nl/les/reformatie-5-7/

[12] Als het bijvoorbeeld gaat over de stilte tijdens de gebeden in Taizé in aanvulling op de vele woorden van Barth denk ik aan Lied 944:3 (Liedboek voor thuis en kerk): ‘Zo vaak ik woorden voor U vond, heb ik mij in mijn woord vermomd. Nu wacht ik tot Gij zelve komt en spreekt, zodat uw knecht het hoort.’

[13] Misschien dat het niet geheel toevallig is dat Taizé bij Barth genoemd wordt in een brief over Bonhoeffer (zie noot 5 en 7). Bonhoeffer lijkt theologie en gemeenschappelijke spiritualiteit makkelijker bij elkaar te kunnen houden dan Barth.

Één reactie op “‘Een Barthiaan in Taizé’”

Mooi om te lezen, deze vergelijking tussen Barth en Taizé en wat die twee voor de Reformatorische kerken kunnen betekenen. Open en zoekend. Een doorbreken van dichtgetimmerde constructies.

Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s