Categorieën
Preek

Doe mee

Vandaag hielden we een kerkdienst via Zoom. Het thema van de dienst was ‘Ik doe mee’. Gelezen werd Johannes 20:19-31.

Op de avond van die eerste dag komt Jezus door gesloten deuren en hij wenst zijn leerlingen vrede. Wat bij ons op slot zit, waar wij vastzitten, het houdt Hem niet tegen. En van alles wat hij zou kunnen zeggen, is zijn eerste woord tot ons… vrede! 

Christus toont zijn leerlingen zijn wonden. Hij is het echt. En Hij identificeert zich door zijn wonden. Ook als de opgestane is hij de verwonde mens. Zijn lijden was niet een hinderlijke onderbreking, maar het maakt wezenlijk deel uit van wie Hij is. Tot op de dag vandaag draagt Hij de littekens met zich mee. Allemaal preken op zich, maar ik wil naar wat er daarna gebeurt en naar Tomas…

En dan zegt Jezus tegen zijn leerlingen: doe mee! ‘Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Jezus’ opdracht wordt onze opdracht. Wat Hij deed, gaan wij doen. Zijn Geest wordt onze Geest. Wij gaan verder waar Hij gebleven is. Hij zegt niet: doe maar iets wat een beetje lijkt op wat Ik deed. Nee, wij gaan exact hetzelfde doen. Wij zetten zijn leven voort, wij doen mee in zijn leven, wij doen mee met Hem. Zo staat Hij op in ons.

Wat Hij deed, gaan wij doen. ‘Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’ Ik heb gemerkt dat deze woorden vaak een ongemakkelijk gevoel geven. Alsof Christus hiermee te veel van ons vraagt, te veel verantwoordelijkheid in onze handen legt. Ik wil er daarom toch kort iets over zeggen. 

In de eerste plaats horen wij de woorden zonden en vergeving de christelijk. Ze zijn ons te vertrouwd. Wie had in de tijd van Jezus de macht om de zonden te vergeven of niet te vergeven? Was het niet Pilatus die de misdadiger Barabbas vrij liet en de onschuldige jezus als misdadiger liet kruisigen? Zonden vergeven of niet dat deed in die tijd de Romeinse stadhouder. Hij bepaalde wie jij was, hij ging over schuld en onschuld, over leven en dood. En die macht had hij niet van zichzelf. Uiteindelijk stond bovenaan de voedselketen van het Romeinse rijk de Keizer in Rome. Als hij iemand zonder vergeeft, dan zijn ze vergeven; vergeeft hij ze niet komen dan zijn ze niet vergeven. 

En Jezus zegt dus dat die ongekende macht, die positie om te oordelen, om allesbepalend te zijn, dat die macht ligt bij dat kleine groepje bange mensen, in die bovenkamer, met de deur op slot. Die ultieme macht ligt bij ons. Jij beslist, jij bepaalt, jij vergeeft. Jezus keert de verhoudingen om. Toen en nu. 

Het tweede wat wij moeten bedenken, is dat zonde in de Bijbel niet de overtreding van de regel is en vergeving niet dat je toch geen straf krijgt. Zonde is Bijbels gezien alles wat een mens kapot maakt, wat ons vernedert, wat ons vervreemd van onszelf, van anderen en van God. Vergeven is iemand zijn menselijkheid teruggeven, zeggen: jij bent voor mij meer dan wat je gedaan hebt, wij hebben meer met elkaar dan dat. Leven in de geest van Jezus dat is mensen weer bij elkaar laten horen, thuis laten komen bij zichzelf, bij anderen, bij God.

En ja, er is ook een andere kant. ‘Vergeven jullie ze niet komen dan zijn ze niet vergeven.’ Dat wil niet zeggen dat Jezus ons de mogelijkheid aanreikt om in wrok te leven tegenover iemand die ons iets misdeed. In het Grieks staat er een woord dat vasthouden betekent. Als iemand iets doet wat zijn eigen menselijkheid, of de menselijkheid van anderen beschadigd, dan houden wij eraan vast dat dat zonde is, wij zijn daar volstrekt helder in, daar schipperen wij niet mee.

Jezus leeft waar wij Hem leven, waar wij mensen herstellen, waar wij solidair zijn met gewonde mensen, omdat we Christus’ wonden kennen, omdat we onze eigen wonden kennen. Ik doe mee, gaat in de eerste plaats daarover. Meedoen met Christus’ missie van heelheid en menselijkheid in deze wereld.

Tomas kan niet geloven dat hij mee mag doen. Het valt mij op dat hij niet zegt: ‘Alleen Als ik de Heer zie, zal ik het geloven.’ Hij zegt: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, als ik mijn hand in zijn zij kan leggen…’ Tomas wil Jezus niet alleen zien, hij wil ook de wonden aanraken. 

Thomas twijfel ik niet zozeer aan Jezus’ opstanding lijkt het wel. Hij lijkt vooral niet te kunnen geloven dat Jezus als de opgestane nog de gewonde mens is. Dat hij grenzeloze solidair is en blijft met alle mensen met een kras door hun ziel, met pijn in hun hart, met littekens op hun huid.

Ik doe mee. Dat is niet zien en toch geloven dat Hij opstaat waar wij elkaar goed doen, waar wij elkaars menselijkheid zien, herstellen. Waar wij de wonden aanraken en de littekens er durven laten zijn.

‘Ik doe mee’ krijgt gestalte in vele praktische taken in de gemeente. Maar ons meedoen is allereerst en meedoen met Jezus Christus. Laat je net als Tomas overtuigen en inschakelen. Tomas betekent tweeling. Doe mee, wordt Tomas’ tweelingzus of -broer! In de gemeente van Jezus Christus is leven te vinden, menselijkheid, vergeving en vrede. Doe mee! 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s