Categorieën
Preek

Neem en eet…

Vandaag preekte ik in mijn vorige gemeente, de Dorpskerk in Barendrecht. De preek ging over Johannes 6:1-15. Een broodwonder, maar Johannes geeft er zijn eigen twist aan.

Wat is de overeenkomst tussen een evangelist en een politicus? 

Nu zult u zeggen: de verschillen zijn makkelijker aan te geven. Het verhaal dat onze politici ons deze dagen vertellen is in zoveel opzichten minder diepzinnig, minder visionair, minder inspirerend dan het verhaal wat ons is overgeleverd. 

Toen ik van de week met dit gedeelte bezig was, had ik wat ik altijd heb als ik met Johannes bezig ben, het duizelde me. Zoveel lagen in maar zo’n korte tekst, zoveel associaties, zoveel betekenis, zoveel schoonheid. Ik kom in het voorbereidingsproces altijd op een punt dat ik denk: ik kan nooit een preek maken die recht doet aan de rijkdom van dit gedeelte. En rare mengeling van dankbaarheid en moedeloosheid maakt zich dan van mij meester.

Maar goed, de vraag was: wat is de overeenkomst tussen een evangelist en een politicus? Het antwoord is: je moet bij allebei goed opletten wat ze niet vertellen. Elke politicus heeft dingen waar hij of zij het liever niet over heeft in campagnetijd. Bijvoorbeeld dat hun plannen financieel niet haalbaar zijn, of dat ze korter of langer geleden toen ze nog in de regering zaten heel andere dingen hebben gedaan. Politici proberen in debatten altijd zelf zoveel mogelijk te praten over onderwerpen die hen liggen en opponenten te confronteren met dingen waar ze niet zo makkelijk over praten. En dan maar hopen dat die opponent de mist ingaat…

Net als politici vertellen evangelisten niet alles. Je moet daarom ook altijd goed opletten wat ze niet opschrijven. En Johannes schrijft in het stuk dat wij gaan lezen hebben een aantal dingen niet.

Toen ik in 2015 ook over dit gedeelte preekte in uw midden, – u weet dat allemaal nog, het staat u helder voor de geest – heb ik erop gewezen dat Johannes niet vermeld dat de mensen honger hebben. En dat we daaruit konden opmaken dat deze maaltijd niet gaat over mensen die honger hebben, maar over iets anders. En dat andere komen we op het spoor als we die tussenzin in vers 4 goed begrijpen. Daar staat namelijk: het was kort voor het joodse Pesachfeest. Het feest van de bevrijding komen dat gevierd werd met een maaltijd, het pesachmaal. Het pesachmaal dat je normaal gesproken in Jeruzalem vierde, bij de tempel. Maar Jezus viert het hier, in het gras, met al die mensen, met het weinige wat voorhanden is. 

En zo gaat het sindsdien: het kleine beetje wat wij hebben delen wij in de kring rondom Jezus en zo hebben we genoeg. Ik citeer uit het slot van mijn preek: “Dat kleine beetje geloof. Dat kleine beetje hoop. En dat kleine beetje liefde. Het is genoeg voor het feest van de bevrijding. Ook al vinden we het zelf te schamel, het is genoeg voor hem.”

Vanmorgen wil ik op nog iets anders wijzen dat Johannes niet vertelt. Als je heel precies leest, dan ontdek je dat in de beschrijving van het brood wonder iets ontbreekt. Een broodwonder bestaat altijd uit 5 stappen – lees maar na bij Matteüs, Marcus en Lucas – : 1 er moet brood komen, 2 de menigte gaat zitten, 3 het brood wordt genomen, er wordt voor gedankt, en het wordt gedeeld, 4 er wordt gegeten, en 5 het overschot wordt verzameld.

Johannes slaat stap 4 over. Er wordt niet verteld dat er wordt gegeten. En nu niet zeggen: ja, maar dat is toch logisch? Dat is het dus niet, althans als mijn stelling dat je altijd ook goed moet opletten wat een evangelist niet vertelt, klopt. We blijven als lezers achter met de vraag: hoe zit het nu met dat eten? Wordt er nu gegeten of niet?

Als je verder leest in hoofdstuk 6 dan kom je het woord eten wel tegen. Er gebeurt heel wat in dit lange hoofdstuk en het gaat heen en weer. Jezus discussieert, vertelt, legt uit. En het cirkelt allemaal rond eten en brood. In vers 35 zegt Jezus: ‘Ik ben het brood dat leven geeft.’ En in vers 53: ‘Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de mensenzoon niet eet […], hebt u geen leven in u.’ en tenslotte in vers 58: …wie dit brood eet zal eeuwig leven.’

Jezus zelf is het brood. Het brood uit de hemel. Het brood dat leven geeft, eeuwig leven. En het gaat erom dat wij daarvan eten. Blijf niet bij dat wonderlijke pop-up restaurant bij Meer van Galilea hangen. Daarom laat Johannes dat eten weg als hij het broodwonder vertelt. Dat eten is nog niet voorbij. Dat eten vindt nog altijd en steeds weer plaats. Dat eten dat moeten wij als lezers doen.

Er zijn twaalf manden overgebleven, weet u nog? Hoofdstuk 6 eindigt met Jezus en zijn twaalf leerlingen. Voor elk van hen is er een mand vol om uit te delen. En waar hun verkondiging wordt gehoord, waar Jezus Christus wordt ontvangen als brood uit de hemel, daar wordt gegeten.

Zo meteen vieren we met elkaar de maaltijd van de heer. En opnieuw geschiedt dan het wonder dat Christus zelf bij ons is, in ons. Hij deelt zich uit, geeft ons iets van zichzelf, geeft zichzelf in onze handen. Zodat als Hij er niet meer is, Hij er toch is. In ons, met ons, onder ons. Dat wonder is nog groter dan het broodwonder. Dit is het wonder boven wonder.

Daarom midden in de Veertigdagentijd deze vreugdevolle zondag. Zijn lichaam werd gebroken, zijn bloed vergoten, maar Hij leert ons daar anders naar te kijken. Hij werd ons brood, Hij werd onze wijn. Van Hem kunnen wij leven. Verheug je!

Die mensen bij dat meer kregen gewoon weer honger. Zoals niets op aarde onze innerlijke honger voor altijd kan stillen. Maar wie Jezus Christus ‘eet’, wie in Hem gelooft, wie op Hem vertrouwt, wie leeft in zijn Geest, wie Hem trouw is, die heeft genoeg voor altijd.

Johannes verzwijgt het eten… laat ons leven ervan spreken! 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s