Categorieën
Preek

Stilte

Vandaag preekte ik over ‘de verzoeking in de woestijn’ n.a.v. Marcus 1:12-13.

Ik ben er geweest. Ik ben er geweest, daar in die woestijn. De woestijn van Judea. Ik ben er geweest. Een jaar of 12 geleden. Ik was in Israël en Palestina met de solidariteitspelgrimage van mijn toenmalige werkgever IKV Pax Christi. We hadden een druk programma. En één van de programmaonderdelen was de woestijn. 

Met de bus reden we eerst naar een wadi waar een islamitisch heiligdom stond. En daarna reden we naar een christelijk klooster. En van met name die tweede plek herinner ik mij de stilte. De woestijn is leeg, de woestijn is droog, maar de woestijn is vooral ook stil. Het was alsof de stilte de geluiden die er waren absorbeerde. We waren daar met een groep, er werd gepraat, je hoorde de steentjes knisperen onder onze schoenen, maar het geluid ging nergens heen, het verdween in de leegte. Ik weet nog dat de stilte mij aanvloog. Het was om zo te zeggen oorverdovend stil. Intimiderend. En ik weet nog dat ik dacht: je zal hier in dat klooster wonen. Mij leek een uur in deze stilte al ondraaglijk, laat staan een dag of heel je leven.

Stilte is eng. We kunnen naar stilte verlangen, maar als het dan stil wordt, echt stil, wat gebeurt er dan? Wat komt er dan aan het licht? Dat konden wel eens dingen zijn die misschien maar beter helemaal niet aan het licht kunnen komen. Wat voor trauma’s, angsten en frustraties die normaal gesproken onder de oppervlakte van ons leven blijven, komen dan naar boven?

We zien dat op dit moment ook om ons heen. Door de lockdown is er veel stil komen te liggen. En het is ook stil geworden in ons leven. Er gebeurt gewoon niet veel. Ik sprak vorige week een vriend, en normaal hebben we elkaar altijd veel te vertellen. Meestal stoppen we met praten, omdat we vinden dat het genoeg is en niet omdat we uitgepraat zijn. Maar vorige week merkte ik al vroeg in het gesprek dat ik dacht: ik weet niet of wij anderhalf uur vol krijgen. Ik had niet veel te vertellen en ik wist ook niet waar ik naar zou vragen. 

We beleven weinig. En dan heb ik nog een behoorlijk gevuld bestaan. Vele anderen weten nog veel beter wat stilte is. Als je alleen in je appartement zit of op je studentenkamer. Als je noodgedwongen binnen moet blijven uit angst voor het virus. Als je revalideert in een verpleegtehuis of opgenomen bent in het ziekenhuis. Stilte. En wat komt er dan boven? Wat komt er dan aan het licht?

Vandaag horen we over Jezus in de woestijn. Direct na zijn doop komt hij daar terecht. Het contrast kan niet groter zijn. En ook bij Jezus stellen we de vraag wat komt er naar boven? Wat komt er aan het licht?

Marcus vermeld 3 dingen, 3 figuren. Jezus is niet alleen in de woestijn. De satan is er, de wilde dieren zijn er, en de engelen. Zij zijn het gezelschap waarin Jezus zich bevindt. Zij komen bij hem in de stilte. Laten we eens kijken naar dit gezelschap.

Allereerst iets over satan. Satan is de tegenstander van God. Satan is de verpersoonlijking van het kwaad. Bestaat hij? Hij vindt het prima als we niet in zijn bestaan geloven. Als we zeggen ja, zo’n karikatuur met hoorntjes en een drietand, daar geloven wij niet meer in. Best. Als we zeggen dat het allemaal wel meevalt, dat de meeste mensen deugen. Nee, dat mogen we gerust denken. Als wij denken dat geloven heel comfortabel kan zijn, dat je dat er makkelijk bij kunt doen, als een soort hobby. Vindt hij prima. The greatest trick the Devil ever pulled was convincing the world he didn’t exist.

Het hoort misschien wel bij ons Westerse comfortabele leventje te denken dat de wereld een neutrale plek is waar wij kunnen kiezen en doen wat we willen. Dat we niet meer zien dat er om ons gevochten wordt, dat goed en kwaad, God en Satan tegenover elkaar staan en dat wij de inzet van de strijd zijn. Is dat misschien iets om bij stil te staan deze Veertigdagentijd? 

Satan is de leugenaar. Satan is de innerlijke stem die vragen stelt. In de andere evangeliën horen we hoe hij Jezus bevraagt. En ook ons stelt hij vragen, juist in de stilte. Denk jij echt dat God van je houdt? Na alles wat jij gedaan hebt? Nu je dit gedaan hebt? Denk je dat je werkelijk op God kunt vertrouwen? Is het niet verstandig om ook op zoiets als je geld te vertrouwen? En je bent zo’n goed mens, daar mag je toch ook iets voor terug verwachten? Die stem bestaat, toch?

En dan zijn er de wilde dieren. Het kan ons verwonderen dat Marcus zijn vermeld. Marcus houdt zijn beschrijving uiterst kort, maar dit detail vermeldt hij dan wel. De eerste lezers van het Marcusevangelie zullen zich wel iets bij die wilde dieren kunnen voorstellen. In Romeinse openluchttheaters werden terwijl Marcus zijn evangelie schreef christenen verscheurd door leeuwen, tijgers en beren. De wilde dieren dat zijn de tegenstanders van de christelijke gemeente.

Het zou ons wel te denken moeten geven dat wij ons weinig kunnen voorstellen bij tegenstand tegen het evangelie. Is het bij ons allemaal wel heel erg keurig geworden? Hebben wij het christelijk geloof niet een beetje al te salonfähiggemaakt? Is ons christendom zo wereldgelijkvormig geworden dat niemand meer de moeite neemt om er tegenin te gaan? 

Het ligt voor ons allemaal subtieler dan in de dagen van Marcus. Wij worden niet vervolgd. Maar heeft het geloof het makkelijk? Ik dacht het niet. Misschien zijn de wilde dieren van onze tijd wel het beest van welvaart, een beest van consumptie, het beest van het maakbaarheidsideaal, het beest van onze fixatie op identiteit. Allemaal wilde dieren die het geloof bedreigen. De 40 dagen tijd is ook een tijd om opnieuw hoogte krijgen voor deze beesten. Jezus leeft te midden van de wilde dieren. Hij ontkent hun bestaan niet, hij is zich ten volle van hen bewust. Maar hij gaat zijn eigen gang. Ook dat is iets waar wij Jezus kunnen navolgen.

Tenslotte zijn er de engelen. In de woestijn, in de stilte zijn zij er. Boodschappers van God, tekenen van Gods nabijheid. Als het in de Bijbel over engelen gaat, dan gaat het altijd over hun taak, over wat zij doen. Over wie zij zijn, horen wij eigenlijk niets. Engelen vallen samen met wat zij doen, God present stellen.

Als wij in onze woestijn, in onze stilte, zoeken naar engelen, dan zoeken wij naar God. Een engel zelf zullen je zelden ontmoeten, maar wie er oog voor heeft, kan Gods aanwezigheid in duizenden dingen bespeuren. In ontmoetingen, in een woord, in een lied, in het licht van de nieuwe dag, in de tekenen van de naderende lente. Er zijn duizenden engelen om ons heen. Juist in de woestijn, juist in de stilte. Juist waar wij menen eenzaam en alleen te zijn. 

Er is niet alleen Satan. Er zijn niet alleen de beesten. Er is niet alleen de leugen, de verleiding, de tegenstand, de tegenslag, de onmogelijkheden. Staar je daar niet blind op. Er zijn ook engelen. Door goede machten trouw en stil omgeven… Je bent niet alleen in de stilte. God is er. 

Laten we ons daar vooral voor openstellen deze Veertigdagentijd. Kijk eens naar wat God je geeft. Krijg oog voor alles waarmee Hij je omringt. Dan is de stilte geen leegte meer en jaagt ze geen angst meer aan. Dan is de stilte vindplaats van God, van vrede en hoop.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s