Categorieën
Preek

Nieuwe gewoontes

Vandaag preekte ik in de Emmauskerk in Middelharnis. Over Marcus 1:14-20, de roeping van Jezus’ eerste leerlingen. Hieronder eerst het verhaal voor de kinderen, daarna volgt de tekst van de preek.

Voor de kinderen

Het is nog vroeg. De eerste zonnestralen glijden over het meer van Galilea. Het is stil. Je hoort alleen een beetje geplons. Twee mannen staan tot hun middel in het water. En met een trefzeker gebaar werpen ze een net uit. Op de plek waar ze vis vermoeden gooien ze hun net. En met ferme halen trekken ze het net weer naar zich toe. Gooien, trekken. Gooien, trekken. Gooien, trekken. Je kunt goed zien dat deze mannen precies weten wat ze doen. Ze zijn altijd vissers geweest. Ze kunnen niets anders. Hun vader was het ook en hun kinderen zullen het ook zijn. Het is hard werken voor weinig geld.

Ze zien niet dat er een man langs de oever loopt. Hij staat stil om naar de vissers te kijken. Hij volgt hun bewegingen. Hij ziet hun toewijding. Hij ziet ook de eindeloze herhaling. Dan schraapt hij zijn keel en roept: kom, ga met me mee. Dan zal ik jullie eens iets anders laten vangen.

Ze hebben net hun netten uitgegooid. Maar in plaats van ze binnen te halen laten ze het touw los. En terwijl de mannen naar de oever lopen drijven de netten langzaam weg. Daar zal geen vis meer mee gevangen worden.

Met z’n drieën lopen de mannen verder. ‘Ik ben Petrus en dit is Andreas.’ ‘Dat weet ik. Kijk, dat zijn Jacobus en Johannes.’ Ja, dat weten Petrus en Andreas wel. Ze kijken tegen hen op. Dat zijn rijke vissers. Ze hebben zelfs een boot. En ze hebben ook nog een paar man in dienst.

Jezus kijkt ook even naar hoe Jacobus en Johannes bezig zijn. En dan roept hij ook hen: ‘Kom, ga met me mee.’ Petrus denkt – en het ligt op het puntje van zijn tong om te zeggen: ‘Dat doen ze nooit, die zijn veel te rijk.’

Maar Petrus heeft het mis. Ook Jacobus en Johannes leggen hun spullen neer. Ze kijken hun vader aan en ze komen naar Jezus toegelopen. ‘Fijn dat jullie ook met me meegaan. Het zal niet altijd makkelijk zijn, maar je zult er geen spijt van krijgen.’

Voor de grote mensen

Men zegt dat wanneer je ergens nieuw bent, je in de eerste drie weken je je gewoontes ontwikkeld. Wat je je in die eerste drie weken aanwent om te doen, dat doe je waarschijnlijk ook daarna. Het komt er daarom op aan die eerste drie weken goed te gebruiken. 

Het is dan ook belangrijk je van tevoren af te vragen wat je in de eerste drie weken wilt bereiken, welke nieuwe gewoontes je jezelf wilt aanleren. Als je dat niet doet, als je zomaar ergens aan begint, dan is de kans groot dat je te laat doorhebt dat je gewoon weer op de oude voet bent verdergegaan. Dan kom je na een maand achter dat je gewoon het oude patroon hebt voortgezet. Dat er niets is veranderd en dat het ook heel lastig zal gaan worden om nog iets te veranderen.

2021 is ruim drie weken oud inmiddels. Wat is er terecht gekomen van uw goede voornemens? Is het gelukt om een nieuw patroon, om nieuwe gewoontes te installeren, of zijn we gewoon verder gaan waar we gebleven waren. Snoept u nog net zoveel? Drinkt u nog net zoveel? Zit je nog zoveel op je telefoon?

Ik begin hier ook over omdat we met z’n allen reikhalzend uitzien naar het einde van de coronamaatregelen. We moeten nog even doorbijten, maar dan zal het toch wel over zijn? Als iedereen gevaccineerd is, of althans de meesten van ons. 

Stel dat die dag komt, dat Mark Rutte en Hugo de Jonge glunderend hun laatste persconferentie houden en na afloop elkaar huilend in de armen vallen, want het is voorbij. Van Dissel, Gommers en Kuipers komen nog een keer in beeld. En de zondag erop zitten we weer met zijn allen in de kerk en we zingen uit volle borst… zoiets als: ‘Lof zij de Heer, de almachtige koning der ere. Laat ons naar hartelust zingen en ben blij musiceren!’ 

Wat een dag zal dat zijn! En die dag komt. Ik weet niet wanneer precies, maar die dag komt. En dan? Wat gaan we dan doen? Welke nieuwe gewoontes gaan wij onszelf dan aanwennen? Daar moeten we nu al over nadenken. Als we daar pas over na gaan denken als de crisis voorbij is, zijn we te laat. Dan vallen we weer terug in onze oude patronen dan gaan we gewoon door waar we gebleven waren. Dat zou zonde zijn, zeker na de hoge prijs die velen hebben moeten betalen. 

Welke nieuw gedrag gaan wij ons aanwennen in die eerste drie weken na de crisis? Minder reizen. Lokaal kopen. Minder vlees. Minder spullen. Meer oog voor wat je hebt dan voor wat je ook nog wilt. Duurzame productie. Een economie waarin welzijn belangrijker is dan groei. En dat welzijn dan voor mens én dier én planeet. Wat gaat u laten? Wat laat jij staan? Waar zie je vanaf? En vooral ook andersom, positief geformuleerd: waar gaat u investeren? Wat wil jij dat die geld voor je doet, en voor een ander? Welke bondgenoten heb jij nodig om het anders te doen?

Met al deze vragen in het achterhoofd lezen wij vandaag over de roeping van Jezus’ eerste leerlingen. Daar horen we over eenzelfde gevoel van urgentie. Dit is het moment. Nu moet het gebeuren. 

Jezus begint te preken als Johannes de Doper gevangengenomen is. Als Jezus hoort dat zijn neef, medestander en wegbereider het veld heeft moeten ruimen, beseft Hij dat het zijn beurt is. Nu is zijn tijd gekomen en dat besef van urgentie klinkt ook in de prediking van Jezus. Het is niet alleen maar zo dat zijn tijd gekomen is, nu komt het er ook voor iedereen op aan. ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Nu is het moment. Nu niet aarzelen, nu niet traag zijn, nu geen tegenwerpingen en bedenkingen, het is nu of nooit.

Hetzelfde gevoel van urgentie zie je ook bij de roeping van de eerste vier leerlingen. Als Jezus Simon en Andreas roept, staat er dat ze meteen hun netten achterlaten en hem volgen. En ook Jakobus en Johannes volgen Jezus direct. 

Simon en Andreas laten hun netten liggen, je ziet ze bij wijze van spreken wegdrijven op het meer. En Jakobus en Johannes laten een verbouwereerde vader en dagloners staan bij de boot. Zij hebben begrepen dat uitstel afstel zal zijn. Dat zelfs het opruimen van netten of het uitleggen van je keuze aan vader en collega’s niet aan de orde kan zijn. Als je een nieuw leven wil beginnen, dan moet je niet aarzelen.

Het gevoel van urgentie heeft het christelijk geloof nooit losgelaten. Waar Jezus spreekt ontstaat een onmiddellijkheid waar we wel in mee moeten gaan. Als zijn woord klinkt, dan weten we dat alle andere dingen minder belangrijk zijn. In die zin zijn wij wel gewend aan dat gevoel van urgentie. Als het goed is, is het voor ons niets nieuws, dat gevoel dat het erop aankomt, dat we klaar moeten zijn, dat we nu moeten kiezen. 

Is ook dit niet een tijd waarvoor geldt: kom tot inkeer. Keer je om. Kom terug op je keuzes. Je bent een weg ingeslagen die heilloos is. Hoeveel crises moeten er nog komen voordat je dat inziet en voordat je tot inkeer komt? Vluchtelingencrisis, klimaatcrisis, corona crisis… Wanneer dringt het zo tot je door dat je echt verandert?

Maar mensen veranderen zelden door dit soort crisis. Of je nu kinderen opvoedt, over leiding geeft aan een bedrijf, als je iets wilt veranderen dan zul je niet alleen moeten waarschuwen en straffen. Je zult ook en vooral goed gedrag moeten belonen en je zult een perspectief moeten schetsen. Kom tot inkeer… en hecht geloof aan dit goede nieuws

En het goede nieuws is dat het koninkrijk van God dichtbij is. En de nabijheid van het koninkrijk van God is de nabijheid van Jezus Christus. Waar hij is, daar is het koninkrijk. Waar hij is, daar is de nieuwe wereld van God. 

En Hij is nog steeds dichtbij. Zijn nabijheid beperkt zich niet tot die paar jaar in de eerste eeuw. Zijn nabijheid is geen incident. Hij is altijd nabij. Zijn nabijheid is structureel. Zijn nabijheid heeft de structuur van onze werkelijkheid veranderd. ‘Hij komt misschien vandaag voorbij en neemt ook jou terzij of mij en vraagt ons, Hem te geven de rijkdom van ons leven.’

Wie dat gelooft, kan echt veranderen. Over Simon en Andreas wordt gezegd ‘het waren vissers’. In die opmerking zit de wetmatigheid van ons leven. Je bent wat je bent. Je hebt jezelf niet gekozen. Je hebt je zelf niet bedacht. In hoeveel dingen doen we niet om een betere versie van onszelf te worden? Knapper, slanker, slimmer, rijker, succesvoller, geloviger. 

‘Het waren vissers.’ Uiteindelijk ben je wie je bent en als je even denkt dat je iemand anders bent, dan laat men je wel weten wie je bent en dat je vooral niet moet denken dat je meer bent. 

Maar dan komt Jezus. ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Zijn woord maakt van Simon en Andreas andere vissers. Niet de betere versie van zichzelf, maar de versie waar de Heer wat aan heeft. Het zou in onze nieuwe gewoontes ook daarom gaan. Niet dat wij mensen worden die meer deugen, maar dat wij mensen worden die dienstbaar zijn aan de Heer.

Jacobus en Johannes lijken misschien nog wel meer op ons. Zij we hebben niet slechts hun netten achter te laten. Zij moeten veel meer loslaten, zij zijn veel rijkere vissers dan Simon en Andreas. Het is een heel bedrijf die boot van Zebedeus, met dagloners en al. En ongetwijfeld zouden Jacobus en Johannes de zaak overnemen. Elke stap die de broers achter Jezus aan zitten, brengt hen verder weg van wat altijd hun toekomst was geweest.  Hun bestaanszekerheid zou het bedrijf van hun vader zijn.

Ook wij laten veel los. Ook onze toekomstplannen veranderen. De nabijheid van de Heer zal ook ons een nieuwe richting wijzen. Laten we ons daarop concentreren, op het horen van zijn stem, ook in onze tijd, ook op dit moment in onze geschiedenis. Er is veel wat onze aandacht vraagt, er zijn allerlei debatten en de nasleep van de corona crisis zal ons nog lang bezig houden. Maar als de Heer voorbijkomt zullen we ook zijn stem horen. Zijn onweerstaanbare stem. En Hij zal zeggen: fijn dat je meegaat, het zal niet altijd makkelijk zijn, maar je zult er geen spijt van krijgen. 

Zoals Lied 816 zegt:

Dat wij onszelf gewonnen geven 

aan het bevrijdende bestaan, 

aan wat ons uitdaagt om te leven. 

Dat wij de stille roep verstaan. 

Dat wij versteende zekerheden

verlaten om op weg te gaan. 

Dat niet de greep van het verleden 

ons achterhaalt en stil doet staan.

Omdat de huizen die wij bouwden 

geen onderkomen kunnen zijn. 

Omdat het bloedeloos vertrouwde 

ons achterdochtig maakt en klein. 

Dat wat wij hebben ons niet gijzelt, 

dat wij van elke dwang bevrijd 

naar onbekende plaatsen reizen. 

Dat Gij ons onderkomen site.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s