Categorieën
Preek

Tekort…

Bijna elk jaar staat de Bruiloft te Kana (Johannes 2:1-11) op het leesrooster. Zo ook dit jaar. Ik hield er deze preek over.

Johannes 2:1-11

1Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. 3Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ 6Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. 8Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. 9En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom 10en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ 11Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.

De bruiloft in Kana. Jezus verandert water in wijn, zijn eerste wonderteken. En dan gaat het natuurlijk niet alleen om waar Jezus mee begonnen is, maar vooral ook waar het hem om begonnen is. Dit eerste teken laat zien wat Jezus’ bedoeling is, waar hij op uit is.

Jezus is er op uit het feest te redden. Het stilgevallen bruiloftsfeest weer op gang te brengen. En dan gaat het natuurlijk niet alleen om die ene bruiloft in dat dorpje in het noorden van Israël in de jaren ‘30 van de eerste eeuw. Die ene bruiloft staat symbool voor het leven. Het goede leven liefde en trouw de boventoon voeren. 

Dat goede leven is kwetsbaar, het wordt bedreigd, het is moeilijk om er iets van te maken. Wij weten er alles van. ‘Ze hebben geen wijn meer.’ In het Grieks staat er dat ze aan het eind van de wijn komen. Terwijl het feest nog niet voorbij is. Ze komen tekort. 

Tekort. Dat woord kennen wij ook. Wij kennen het maar al te goed. Tekort. Tekort aan ic-bedden. Tekort aan vaccins. Tekort aan werk. Tekort aan geld. Tekort aan vertrouwen. Begrotingstekort. Tekort. Tekort. 

Ook in de kerk zijn we maar al te vertrouwd met dit woord. Deze week wordt de actie KerkBalans gehouden en ook dan valt het woord tekort maar al te vaak. We brengen met elkaar vele duizenden euro’s bij elkaar, maar het is niet genoeg. We komen tekort.

Je zou kunnen zeggen dat het woord tekort ons leven typeert. Als je een woord zoekt om het menselijk bestaan te duiden, dan is het dit woord. Tekort. We komen een heel eind, we doen ons best, we bedoelen het goed, maar het is net niet genoeg.

‘Ze hebben geen wijn meer.’ Maria stelt de diagnose. De lol is er af, de vreugde ontbreekt, er is niets aan. Waar is dat feestje? Hier… niet. Zo is het toch? Als je kijkt naar de wereld. Als je kijkt naar ons land. Als je kijkt naar de kerk. Als je kijkt naar jezelf? ‘Ze hebben geen wijn meer.’ Het is op. Wij begrijpen Maria, wij zouden hetzelfde kunnen zeggen. We hebben geen wijn meer.

Ik heb al heel wat keer gepreekt over de bruiloft in Kana. Elk jaar staat Johannes 2 op het rooster. Tijdens de voorbereiding van deze preek blijf ik langer dan vorige keren hangen bij Jezus’ reactie op Maria’s klacht.

‘Wat wilt u van mij?’ vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling. In het Grieks staat er: ‘Wat voor mij en voor jou, vrouw?’ ‘Wat heb ik daarmee te maken?’, is volgens mij een betere vertaling. Jezus reageert afwijzend, geërgerd. Dat is natuurlijk niet zoals wij onze-lieve-heer kennen. Het verbaast ons dat Jezus zo op zijn moeder reageert. En vooral dat woordje ‘vrouw’ doet ons de wenkbrauwen fronsen. Waarom zo afstandelijk? Het is op het seksistische af. ‘Wat heb ik daarmee te maken, vrouw?’

Jezus reageert afwijzend op Maria’s klacht. Maar als Maria’s klacht ook onze klacht is, reageert Jezus dan ook zo op ons tekort? Onze tekort aan geld, aan mensen, aan vertrouwen, aan geloof… ‘Wat heb ik daarmee te maken, mens?’

Ziet hij niet hoe moeilijk wij het hebben, als mensheid, als mens, als samenleving, als kerk? Het lijkt erop dat Jezus geen zin heeft in ons geklaag. Alsof hij het allemaal veel te makkelijk vind. Alsof hij zich ergert aan onze fixatie op wat ons ontbreekt.

Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen. Je hebt van die mensen die altijd lopen te klagen en wat kost het een hoop energie om naar hen te luisteren. En soms heb je er ook genoeg van. Hou toch op! 

Toch is er bij Jezus meer aan de hand dan dat. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen,’ zegt hij. Jezus’ tijd. Als je in het Evangelie volgens Johannes verder leest, kom je die woorden nog eens tegen. Johannes 17:1: ‘Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw zoon, dan zal de zoon uw grootheid tonen.’ Het begin van het hogepriesterlijk gebed, het gebed dat Jezus bidt vlak voor zijn gevangenneming, veroordeling en dood. 

Toen was zijn tijd gekomen. Toen was het tijd om zich te laten zien. Om zijn grootheid te laten zien. Jezus’ grootheid was zijn kleinheid. Zijn grootheid was hij nederigheid. Zijn grootheid kwam aan het licht in zijn dood. Zijn grootheid met zichtbaar toen hij vol vertrouwen de weg van lijden en sterven ging. Dat was zijn tijd, zijn moment.

Het lijkt er daarom op dat Jezus reactie op Maria’s klacht Meer is dan ergernis over geklaag. Volgens mij wil Jezus tegen Maria zeggen: ‘Denk nu niet dat ik gekomen ben om wat jij denkt tekort te komen aan te vullen. Ik ben gekomen om de grootheid van God te laten zien. De grootheid van God die zichtbaar wordt in zijn nederigheid menselijkheid.’ 

En zou hij zo niet tegen ons zeggen: ‘Jullie denken van alles tekort te komen, en jullie zouden misschien graag willen dat ik dat op zou lossen, maar dan heb je het niet begrepen. Ik heb zoveel meer te geven. Ik geef je wat je echt nodig hebt.’

Jezus redt het menselijk bestaan op een veel dieper en fundamenteler niveau dan op het niveau van onze tekorten. Hij toont Gods grootheid door te lijden en te sterven. Door ten onder te gaan in ons grootste tekort. Hij gaat die weg in vertrouwen. En daarom kunnen wij ook in vertrouwen onze weg gaan, zelfs als die weg doodloopt.

Dat Jezus toch een wonder doet in Kana is omdat te laten zien. De watervaten voor het Joodse reinigingsritueel worden tot de rand gevuld. Het water waarmee wij ons leven proberen op te poetsen, waarin wij onze handen in onschuld wassen, waarmee wij proberen er nog iets van te maken, en dus het water van ons tekort, Jezus gebruikt het voor iets wat al ons pogen overtreft. Het water van ons tekort wordt wijn van het Koninkrijk. ‘U hebt de beste wijn tot nu bewaard!’

Het christelijk geloof gaat niet over de snelle oplossing. Het is niet het vaccin tegen het virus van ons tekort. Christelijk geloof gaat over Gods grootheid en over dat dat onze redding is. Dat is de beste wijn waar wij helemaal niet op gerekend hadden.Laten we ons daarom erin oefenen niet te klagen over wat wij tekortkomen, maar ons de verwonderen over Gods grootheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s