Categorieën
Preek

Wie was Maria?

Vandaag preekte ik over de Annunciatie. De engel Gabriël vertelt Maria dat zij de moeder van Gods Zoon zal zijn (Lucas 1:26-38).

Wie was Maria? Er is al heel veel nagedacht over wie Maria was. Kennelijk spreekt zij tot onze verbeelding. 

Was Maria een heel gewoon meisje? Oh, wat was Maria gewoon. Zomaar een tiener meisje uit zo maar een dorpje. En God wil haar gebruiken in zijn plan. En de boodschap was dan natuurlijk voor ons o zo gewone mensen dat God ook ons wel eens zou kunnen willen gebruiken in zijn plan. 

Of was Maria juist een heel vroom meisje? Een meisje dat veel bezig was met de dingen van het geloof? Er wordt dan gewezen op haar lofzang waarin zoveel Bijbelse beelden te vinden zijn dat Maria wel heel veel Bijbelgelezen moet hebben. En dat zouden wij ook moeten doen.

Weer anderen hemelen Maria op als toonbeeld van vrouwelijke ontvankelijkheid. Er wordt dan gezegd dat vrouwen daar sowieso beter in zijn dan mannen. En dat Maria qua vrouwelijke ontvankelijkheid wel de kroon spant, omdat zij haar lichaam beschikbaar stelt en bereid is Gods zoon te dragen. Of Maria wordt afgeschilderd als de perfecte moeder, die helemaal opgaat in haar zorg en toewijding. 

Deze beide beelden van Maria, als vrouw en als moeder, zijn tamelijk stereotiep. En het feit dat ze meestal door mannelijke theologen naar voren worden gebracht, zou ons ook alert moeten maken. Feministische theologen waarderen Maria dan ook heel verschillend. Sommigen zien haar als de vrouwelijke tegenhanger van Jezus Christus waar waar zij hun kritiek op het masculiene christendom aan kunnen ophangen. Andere zien haar juist vanwege die stereotypen die ik net noemde als vertegenwoordigster van die al te mannelijke theologie. 

De Rooms-katholieke kerk heeft natuurlijk de naam dat zij Maria heeft geïdealiseerd. En hoe! Met als absolute hoogtepunt wel het dogma van de onbevlekte ontvangenis dat in 1854 werd afgekondigd. In dat dogma is vastgelegd dat Maria zonder erfzonde op de wereld is gekomen. Omdat te bereiken werd de moeder van Maria, Anna, voordat zij zwanger werd van haar dochter met vooruitwerkende kracht door het bloed van Christus gereinigd. Zo kon Maria zonder zonde geboren worden. En als moeder van de Heer zou ze ook nooit gezondigd hebben. En ze was natuurlijk niet alleen maagd toen Gabriël haar bezocht, ze zou het ook altijd blijven. En bij de bevalling van Jezus zou ze ook geen pijn hebben gehad. Stuk voor stuk natuurlijk grote complimenten voor Maria en stuk voor stuk pogingen om het geheim van de incarnatie recht te doen. De Rooms-katholieke kerk noemde Maria daarom ook ‘de koningin van de hemel’ en ‘Moeder Gods’. In de vroomheid vierde de Mariaverering hoogtij en in de theologie was de Mariologie een geliefd onderwerp.

Nu staan wij in een andere christelijke traditie en dus kunnen wij niet van binnen uit begrijpen wat de betekenis is van de kerkelijke verering van Maria. Maar in 1974 zei zelfs paus Paulus VI dat de Mariaverering vernieuwd moest worden, en hij bedoelde versoberd. Nogmaals, ik ken de rooms-katholieke traditie niet van binnen uit, maar ik heb ook wel de indruk dat dat gebeurd is, dat Maria minder centraal is komen te staan in het geloof van de meeste katholieken, of dat zij in ieder geval minder hoge idealen bij haar hebben.

Wie was Maria? Maria was Maria. We doen het denk ik goed aan niet meer en niet minder van haar te maken dan wie ze is. Een mens opgenomen in het Bijbelse verhaal, in Gods geschiedenis.

‘Het meisje heette Maria.’ Zo stelt Lucas Maria aan ons voor. Voordat haar naam valt, heeft Lucas al verteld dat zij woont in Nazaret in Galilea en dat zij zal gaan trouwen met Jozef, een afstammeling van David. Het roept een gemengd beeld op. Nazareth en Galilea zijn niets bijzonders, maar de namen Jozef en David roepen beelden uit Israëls verleden op. En ook de naam van Maria, in het Grieks staat Mariam, roept veel op. In de Griekse vertaling van het Oude Testament heet de zus van Mozes ook zo. Wij kennen haar als Mirjam. We treffen Maria dus tussen uitersten: een dorpje in de provincie, maar rondom haar leven hangt wel Israëls geschiedenis, Jozef, David, Mozes. Een leven klein en groot, tussen licht en schaduw, tussen niets bijzonders en veelbelovend.  

Wat opvalt is dat de engel Gabriël eigenlijk heel gewoontjes Maria’s leven binnen loopt. Bij Zacharias, die even hiervoor gehoord heeft dat ook hij en Elisabet een kind krijgen, staat er dat de engel ‘plotseling verschijnt’, maar hier staat dat Gabriel komt ‘binnenlopen’, gewoon door de voordeur, alsof hij zijn fiets net tegen het muurtje heeft gezet en al even om het hoekje heeft gekeken of Maria thuis is. 

Wat verder opvalt is dat Marianne niet schrikt van de engel zoals Zacharias. Er staat wel dat ze schrikt, er staat letterlijk zoiets als dat ze staat te shaken, maar dat komt niet door Gabriëls verschijning, maar door wat de engel zegt. Het is Gabriels groet die Maria van haar stuk brengt. En het is ook niet niks wat Maria te horen krijgt: ‘Je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Je zult zo worden aangesproken. Dat is schrikken.

Ik moet denken aan die bekende woorden die ten onrechte aan Nelson Mandela worden toegeschreven: ‘Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn. Onze diepste angst is dat we oneindig machtig zijn. Het is ons licht, niet onze duisternis waar we het allerbangst voor zijn. We vragen ons af: Wie ben ik dat ik briljant, buitengewoon aantrekkelijk, getalenteerd en geweldig zou zijn? Maar waarom eigenlijk niet? Je bent toch een kind van God? Je moet je niet kleiner voordoen dan je bent opdat de mensen om je heen zich vooral niet onzeker zouden gaan voelen. We zijn geboren om de luister van God uit te dragen die in ons woont. Niet slechts in enkelen van ons, maar in ons allemaal. Als wij ons licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming om dat ook te doen. Als wij bevrijd zijn van onze eigen angst, bevrijdt onze aanwezigheid vanzelf ook anderen.’

Maria is wat God haar maakt. Begenadigd, de Heer is met je.

Wie was Maria? Maria is Maria. En in haar leven begint God opnieuw. Zoals Hij dat zo vaak gedaan heeft. Zoals alleen Hij dat kan. Daar komt verder niemand aan de pas. En verder zou ons Maria’s maagdelijkheid niet hoeven interesseren.

God begint iets nieuws, daar gaat het om. God begint iets nieuws en Maria zegt: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’

Ook dit is dubbel. Aan de ene kant: wat moet je anders zeggen? Aan de andere kant: dit is hét antwoord van de mens op God. Maria reageert precies zoals een mens zou moeten reageren op God. Op het toneel van de wereld is dit onze enige tekst: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Maria grootste prestatie is dat zij niet presteert, maar dat zij God zijn gang laat gaan.

Wie was Maria? Maria is een mens, een mens, niets meer en niets minder. Een klein mens die kan antwoorden op iets groots. Dat is de werkelijkheid van Maria’s leven, het is ook de werkelijkheid van ons leven. Boven ons leven zweeft dezelfde belofte als boven het leven van Maria. En wat is ons antwoord?

Als wij met Maria verbonden willen zijn, als we haar willen eren, laten we dat dan doen door haar woorden tot de onze te maken. ‘De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Laat dat onze levenshouding zijn. Of je nu Rooms bent of protestant of geen van beide. Of je nu gewoon bent of niet. Of je nu vroom bent of niet. Of je nu vrouw bent of man, of iets anders. Of je nu makkelijker ontvangt of makkelijker geeft. ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s