Categorieën
Preek

Leven in lockdown

Vandaag werd er in onze gemeente een kindje gedoopt. Ondertussen waren de berichten over het aantal Coronabesmettingen niet hoopgevend. Ik hield onderstaande preek over Matteüs 22:34-46.

Het gaat nog niet de goede kant op met de coronacijfers in ons land. Elke middag wachten we in spanning op de cijfers van het RIVM. Zou dan vandaag de daling in zetten? En weliswaar stijgt het aantal besmettingen niet meer zo hard als eerst, er worden dagelijks duizenden nieuwe gevallen van corona vastgesteld. De verscherpte maatregelen die nu ruim anderhalve week gelden, lijken nog niet erg effectief.

En zo komt de dag dat er nog strengere maatregelen zullen worden bekend gemaakt steeds dichterbij. Je hoort en leest de woorden ‘totale lockdown’ steeds vaker. Je wilt er eigenlijk niet aan denken, maar je realiseert je ook wat dat betekenen zal. Nog meer eenzaamheid, een nog heviger gevoel van opgesloten zijn, nog meer gemis.

Zo komen we langer en langer en meer en meer terecht in het niet kunnen, in onmogelijkheden, in beperktheid. Het leven is niet zoals het zou kunnen zijn, zoals het zou moeten zijn. En dat gaat heel diep. Wij zijn niet zoals we zouden kunnen zijn, zoals ze zouden moeten zijn.

Reikhalzend zien we uit naar de dag dat het anders wordt. Wat een dag zal dat zijn! Dan kunnen we elkaar weer een hand geven, even aanraken. Dan kunnen we elkaar op feestjes  en ook bij verdrietige gelegenheden weer zoenen, ook al weet ik dat niet iedereen daarop zit te wachten. Dan kunnen we weer naar elkaar kijken met warmte en interesse, in plaats van dat we elkaar vooral moeten proberen wist te houden, dat we elkaar zien als mogelijke besmetter, als bedreiging. Dan kunnen we ons weer zonder bijgedachten in het feestgedruis storten. Dan kunnen we weer zonder terughoudendheid op bezoek in tehuizen en ziekenhuizen. Dan kunnen we weer op vakantie, naar festivals, uit eten… Wat een dag zal dat zijn! Wat een dag zal dat zijn…

Maar zover is het nog niet. We leven een tussentijd waarvan we niet weten hoe lang die duren zal. Er gloort nog geen licht aan het eind van de tunnel. Sterker nog, voordat het licht wordt, zal het waarschijnlijk nog donkerder worden. Maatregelen zullen worden aangescherpt, de tegenstellingen in ons land zullen zich verharden, de sfeer zal grimmiger worden en de zoektocht naar zondebokken heviger. Staphorst en de koning zijn aan de beurt geweest. Wie volgt?

Wat ik daar vanmorgen over zeggen wil, is simpelweg dit: het is niets bijzonders. Christenen zijn niets anders gewend en dus hoeft wat nu gebeurt ons ook niet te verontrusten. Juist nu vanmorgen de doop is bediend, zouden we ons dat mogen realiseren. 

Want de doop is het begin van een nieuw leven. Wie gedoopt wordt, begint een nieuw bestaan. Een nieuw bestaan waarin God het voor het zeggen heeft. En waar God het voor het zeggen heeft daar is gerechtigheid, daar is vrede, daar is heelheid, daar is genezing, daar is vreugde en daar is liefde. Dat is ons nieuwe leven.

Een nieuw leven in een oude wereld. Want wij leven in een wereld vol ongerechtigheid en geweld, waar mensen beschadigd raken en ziek zijn, woede en wantrouwen bepalen de verhoudingen.

Christenen weten dat de wereld niet is zoals hij zou moeten zijn en dat wij mensen niet zijn wat we zouden kunnen zijn. Het christelijk leven is een leven in het nog-niet, een leven in lockdown

We zien uit naar de dag dat het anders zal worden. Wat een dag zal dat zijn! Dan hebben we haat en geweld afgeleerd. Dan komen mensen tot hun recht. Dan wordt wie beschadigd is geheeld, wie ziek is genezen. Dan worden de slachtoffers bevrijd en de daders berecht. Dan is er vrijheid en veiligheid voor iedereen. Niemand komt tekort, niemand heeft honger, niemand heeft dorst. Je hoeven het niet meer te hebben over huidskleur of gender of religie.

Maar zover is het nog niet. Er gloort er nog geen licht aan het eind van de tunnel. Sterker nog, voordat het licht wordt, zal het waarschijnlijk nog donkerder worden. We leven in lockdown.

Hoe houd je het vol? Hoe komen we deze tussentijd door? ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.’ 

Dat is wat ons in de tussentijd te doen staat. De opdracht komt ook ter sprake in een soort lockdown. In het Evangelie volgens Matteüs maakt deze opdracht deel uit van een verhitte discussie tussen Jezus en de geestelijke leiders van zijn dagen. 

De spanning is te snijden. De farizeeën vragen welk gebod Jezus het belangrijkst vindt. Kennelijk in de hoop dat hij er eentje kiest en ze hem in verlegenheid kunnen brengen door dan te zeggen: ja maar, dat en dat gebod is toch belangrijker? En dan hopen dat Jezus begint te schutteren en dingen gaat roepen. Een beetje op de manier zoals journalisten Mark Rutte bevragen over coronamaatregelen of over de vakantie van onze koning. Van die vragen vol wantrouwen en negativiteit. Ik vind het heel knap dat Rutte er eigenlijk altijd wel in slaagt inhoudelijk en zakelijk te reageren. Ik zou allang uit mijn slof geschoten zijn tegen zo’n vervelende vragensteller.

Jezus antwoordt ook inhoudelijk en ter zake met zijn woorden over God en de naaste. Waarschijnlijk was deze samenvatting van de geboden niet onbekend in die dagen. Maar ook als hij toen nog wel onbekend was, de Bijbelteksten waar hij op gebaseerd is, kende iedere Israëliet. Uit Deuteronomium: ‘Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.’ (6:5)  En uit Leviticus: ‘Heb je naast lief als jezelf.’ (19:18) 

Te midden van het duister in Jezus dagen, te midden van het duister van onze dagen stralen deze woorden een helder licht uit. Heb God lief met alles wat in je is en heb elkaar lief. Dat is waar het in het christelijke leven op aankomt, dat is wat ons ook nu te doen staat.

Wat is God liefhebben? Ik wil daar over twee dingen zeggen. God liefhebben wil allereerst zeggen dat je alleen zijn macht over je leven erkent. Ons hart, onze ziel en ons verstand is zo gauw onder de indruk van van alles en nog wat. Ze vertrouwen zo makkelijk op dingen als geld, veiligheid, macht, de massa, op wie het hardste roept. Nee, zegt Christus, alleen God is te vertrouwen. Alleen Hij heeft echt het goede met je voor. Wij lopen dus niet achter allerlei theorieën aan. Wij werken dus aan solidariteit, in een sfeer van bezonnenheid. Wij dragen de lasten samen en verdelen ze naar wat ieder aankan. 

Want God liefhebben is ook je naaste liefhebben. Dat is het tweede. Gods geboden zijn allemaal daarop gericht dat mensen samen leven in vrede en gerechtigheid. Dat tweede gebod – ‘en je naaste als jezelf’ – is werkelijk gelijk aan het eerste, het zegt in feite niets nieuws. Liefde voor God die een koste gaat van een ander is geen liefde voor God.

Ik begrijp dan ook niets van mensen die zeggen dat we als christenen wat meer op God zouden moeten vertrouwen in plaats van slaafs de regeltjes te volgen. Je dient God niet door anderen in gevaar te brengen. Wij stappen ook niet in een auto waarvan we weten dat de remmen niet goed werken. Zo moeten de anderen ook niet in gevaar brengen door de kans op coronabesmettingen te vergroten.

Houd vol. Heb lief. Dat blijven we tegen elkaar zeggen. Heb lief. God en elkaar. Je bent gedoopt. Het nieuwe leven is begonnen. En eenmaal komt de dag dat het nieuwe leven werkelijk het nieuwe normaal is. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s