Categorieën
Preek

Afscheid van Barendrecht

Zondag 12 juli nam ik afscheid van de Dorpskerkgemeente in Barendrecht. De preek die ik hield ging over Matteüs 13:1-9,18-23.

De gelijkenis van de zaaier biedt de mogelijkheid om stil te staan bij de vraag wat ruim zes jaar predikantschap in Barendrecht heeft opgeleverd. Is mijn woord bij u in goede aarde gevallen? Heeft het vrucht gedragen? En zo ja, welke? En wat heeft vruchtbare arbeid in de weg gestaan? Wat waren de platgetreden paadjes? Wat waren de rotsen onder de oppervlakte? En welk onkruid was onuitroeibaar? We zouden ook nog eens kunnen stilstaan bij wat ik dan gezaaid heb en ik zou mijn stokpaardjes nog eens van stal kunnen halen.

Maar als ik zo zou preken dan zou dat een trendbreuk met hoe ik al die jaren mijn werk als predikant heb gedaan. Ik heb mij zelf nooit beschouwd als degene die het u wel zou vertellen, als degene met de boodschap. Het ging mij altijd om samen luisteren, samen pogen te verstaan wat de Bijbel ons vandaag zegt. Samen ontdekken wat God aan het doen is. Om in de beeldspraak van de gelijkenis te blijven: ik heb mezelf altijd in de eerste plaats onderdeel van de akker geweten en met u ontvang ik het zaad van de zaaier, Jezus Christus.

Laten we dan nog eens samen luisteren vanmorgen. Op het eerste gezicht is die gelijkenis van de zaaier niet moeilijk. Je hebt de zaaier, het zaad en de grond waarop het zaad uitgestrooid wordt om daar te ontkiemen en te groeien; te rijpen tot de oogst. Voor wie een beetje thuis is in de Bijbel spreekt het allemaal haast vanzelf. De gelijkenis behoefte nauwelijks uitleg. Het is toch helder wie wie is? De zaaier is natuurlijk God of de Zoon van God; het zaad is het Woord dat hij spreekt en de akker is de wereld waarop het zaad valt. En de vraag van de gelijkenis is dan: zal het zaad, het Woord bij ons in goede aarde vallen? Zullen wij goede hoorders zijn, zodat ons leven vrucht draagt?

En nu zullen wij geen van allen zeggen dat wij zonder meer die goede aarde zijn – we weten van onze hardheid, onze oppervlakkigheid, van alles wat Jezus’ woord overwoekert – maar we begrijpen ook dat dat wel de bedoeling is: dat wij goede hoorders van het woord Gods zijn. En als wij de gelijkenis goed begrijpen, is dat ook niet onmogelijk.

Zo verontrust deze gelijkenis ons een beetje en tegelijkertijd motiveert ze ons het beter te doen: beter luisteren, meer ontvankelijk zijn, weerstand bieden tegen verleidingen. Al met al een eenvoudige gelijkenis met een duidelijke boodschap. Al zullen wij niet helemaal gerust zijn op de afloop.

Het is daarom verbazingwekkend dat Jezus deze gelijkenis ook nog uitlegt. Als er één gelijkenis is die dat niet nodig lijkt te hebben, is het wel deze. Er zijn andere gelijkenissen die eerder in aanmerking komen voor uitleg van de Heer zelf. Er staan 79 parabels in de evangeliën en daar zitten er echt een paar bij die lastiger zijn. Jezus had theologen een predikanten heel wat hoofdbrekens kunnen besparen door die uit te leggen. Maar uitgerekend deze eenvoudige gelijkenis wordt gevolgd door een uitleg.

En dan is die uitleg ook nog weinig opzienbarend. Wij krijgen te horen wat we eigenlijk al lang begrepen hadden. Het zaad is het woord van de Mensenzoon, Hij is de zaaier. En zij die zijn woord horen reageren daar verschillend op. Ja, dat hadden wij toch zonder Jezus’ uitleg ook al begrepen?

Het komt erop aan dat we heel precies naar Jezus’ woorden. Dan horen wij dat Jezus’ uitleg de gelijkenis toch net even anders maakt. Luister maar. Tot drie keer toe zegt Jezus: ‘Het zaad dat…, dat zijn zij die…’. ‘Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen.’ ‘Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar…’ ‘Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen.’ Er treedt een verschuiving op in de beeldspraak. De hoorders zijn niet alleen de akker, zij zijn ook zelf het zaad.

Het is dus allemaal minder recht toe recht aan in deze gelijkenis dan wij dachten. Het maakt de betekenis van de gelijkenis voor ons ook niet eenvoudiger. De gelijkenis vraagt niet alleen of het woord bij ons in goede aarde valt, ze vraagt ons ook of wij ons laten zaaien. Zijn wij behalve goede hoorders ook woord, zijn wij ook goede getuigen? Getuigen in woord en daad van Gods nieuwe wereld die komt, van de bevrijding, genezing, heling, verzoening en gerechtigheid die daarbij hoort? Waar de gelijkenis ons eerst misschien een beetje verontrustte, raken wij nu toch enigszins in vertwijfeling. Ons leven vol van de kiemkracht en de groeikracht van het koninkrijk der hemelen?

Eindigt de uitleg van de gelijkenis dan hier? In ons tekort? Nee, toch niet. Laten wij eens doordenken op Jezus’ uitleg. Wat als dat op het oog zo heldere onderscheid tussen zaad, zaaier en akker helemaal niet zo helder is?

Als je er even over nadenkt, is niet alleen het onderscheid tussen akker en zaad niet vanzelfsprekend, ook het onderscheid tussen de zaaier en het zaad is dat niet. Is God niet zelf tegenwoordig in zijn Woord? Is zijn spreken niet zijn handelen? Mensen kunnen het één zeggen en het ander doen, God niet. En wat voor God geldt, geldt ook voor zijn Zoon. Ging Christus niet zelf de weg van het zaad? Vertrapt langs de weg, met vreugde ontvangen maar net zo snel weer afgewezen, overwoekert door van alles en nog wat. Is hij niet de graankorrel die moest sterven om veel vrucht te dragen? De zaaier is ook het zaad.

En, nog een stap verder, is Hij niet ook degene die Gods Woord volmaakt hoort? ‘Laat wie oren heeft goed luisteren?’ En wie heeft oren naar Gods Woord dan de Zoon? Wie luistert naar God als Hij? Wie is gehoorzaam als Hij? Hij is dé hoorder, dé akker waarin het zaad van Gods Woord valt en vrucht draagt. Zijn leven, zijn dood en opstanding zijn dus ook de uitleg van deze gelijkenis. Hij is zaaier, zaad en akker tegelijk.

Eindelijk draagt Gods Woord vrucht. Honderd-, zestig- en dertigvoudig. Een rijke oogst. Zo keert Jezus uitleg van de gelijkenis ons af van onszelf en toe naar hem. Geen onzeker makend zelfonderzoek, geen deprimerend geestelijk navelstaren en ook niet bezig zijn met wat ruim zes jaar preken hier heeft opgeleverd en of ik het misschien anders of beter had gekund. Wij worden door Jezus’ uitleg niet op onszelf teruggeworpen, maar gericht op Hem en op Gods rijkdom. Hij draagt vrucht. Voor ons, met ons, in ons. 

Zo eindigt deze preek toch nog bij een stokpaardje. Gods rijkdom is groter dan ons tekort. Daarvan leven wij. En daarom is het christelijk geloof een onuitputtelijke bron van vreugde. Wil je dat onthouden?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s