Categorieën
Preek

Vrede of een zwaard

Vanmorgen preekte ik over het slot van de Uitzendingsrede uit het Evangelie volgens Matteüs (10:34-43). Voorwaar geen makkelijk gedeelte. De preek zet dan ook in bij vervreemding.

Wat wordt en veel overhoopgehaald in onze Schriftlezing… Het zijn maar negen verzen, maar het valt voorwaar niet mee. Jezus die het zwaard komt brengen op de aarde, vijandschap in je gezin, en je mag je gezinsleden ook niet liefhebben boven hem, je moet je kruis opnemen en bereid zijn je leven te verliezen. Gelukkig eindigt het nog een beetje positief, maar ook die laatste woorden over die beloning zijn enigszins raadselachtig. Al met al dus geen eenvoudige Schriftlezing. Verdeeldheid, martelaarschap, beloning.

Onze Schriftlezing vormt het slot van de uitzendingsrede. Matteüs beschrijft vijf toespraken van Jezus, waarvan de Bergrede de bekendste is. De andere zijn de gelijkenisrede, de rede over het koninkrijk van de hemelen en de rede over de laatste dingen. Vandaag dus het slot van de uitzendingsrede en je kunt wel stellen dat op het eind van deze preek de dingen nog even op scherp worden gezet.

Je kunt volgens mij duidelijk horen dat Matteüs Jezus’ woorden laat kleuren door de situatie van de gemeenschap waar voor hij schrijft. Ik vertelde vorige week al dat het Matteüsevangelie waarschijnlijk geschreven is voor een kleine christelijke gemeenschap in Galilea, ergens aan het einde van de eerste eeuw. Jeruzalem is ingenomen, de tempel verwoest, het land ontwricht, het volk ontredderd. Velen vluchten naar Galilea. En onder die vluchtelingen zijn veel farizeeën. Nu de rol van de Schriftgeleerden en hogepriesters is uitgespeeld, proberen zij het volk opnieuw te organiseren rondom haar Joodse identiteit. Daarmee komt ze in conflict met de Jezusbeweging die Jezus erkent als de Messias en ieder die dat gelooft, jood of heiden, toelaat tot de gemeenschap. Dat conflict loopt hoog op. Je kunt het vergelijken met de vervolging van de eerste christenen door Saulus. ‘Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem.’

En dat hoor je volgens mij terug in wat wij vanmorgen gelezen hebben. Matteüs schrijft die uitzendingsrede zo op, dat zijn gemeente in Galilea direct begrijpt dat Jezus ook hen aanspreekt. ‘Denk niet dat ik gekomen ben om vrede te brengen; ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’ Het conflict waar die gemeente in terecht is gekomen, is geen toevallig conflict, het is niet een samenloop van omstandigheden, het is het conflict dat altijd ontstaat wanneer God komt. Als God komt, dan is het voor of tegen, dan moet je kleur bekennen, of je nu wilt of niet. Neutraliteit is geen optie. Niet kiezen is ook kiezen. Waar Jezus komt, gebeurt hetzelfde.

Jezus is gekomen en het kon niet anders of de tegenstellingen vergroten zich. De Jezusbeweging in Galilea hoeft dus niet vreemd op te kijken dat ze in conflict raakt. Het is onvermijdelijk, noodzakelijk. Geen paniek dus, keep calm and carry on. Die eerste christenen zullen zich door Jezus’ woorden gerustgesteld voelen. En ook door wat Hij zegt over de vijandschap in families. Ze kennen het uit eigen ervaring. Ouders die wel bij Jezus van Nazareth willen horen en kinderen die dat niet willen, of andersom. Verraad van eigen vlees en bloed. Bange mensen zijn tot alles in staat.

En die eerste christenen beseffen heel goed dat het andersom ook waar is. Als het er op aankomt, kies je voor Jezus en niet voor je familie. Zelfs als dat betekent dat je gemarteld of gedood wordt. Jezus zelf stierf ook aan een kruis. Zouden wij dan ons kruis niet blijmoedig dragen? Ja, dan lijkt het alsof je alles kwijt raakt, maar het zal blijken dat je je leven vindt.

En er zullen er altijd zijn die je een beker koud water geven. Als je op de vlucht bent in de brandende zon, of als je vastgebonden bent, opgesloten. Er zullen altijd kleine of grotere daden van verbondenheid zijn. Er zullen altijd mensen zijn die je bewonderen of in ieder geval je bijstaan zelfs al vinden ze je een beetje gek. Jezus zegt dat hun beloning hen niet zal ontgaan. En met dat Jezus hen beloont voor hun medeleven bevestigt Hij dat wie omwille van zijn naam lijdt, een beetje gek wordt gevonden, door Hem wordt erkend als zijn leerling.

Vanuit die situatie van de gemeenschap waarvoor het Matteüsevangelie geschreven is, is de tekst dus heel goed te begrijpen. Wat in onze situatie nogal cru of zelfs weerzinwekkend klinkt, moet toen heel troostrijk en bemoedigend hebben geklonken.

Wat kunnen wij nu met dit gedeelte? In de eerste plaats herinnert dit gedeelte ons eraan dat christen zijn niet voor iedereen zo comfortabel is als voor ons. Er zijn talloze broeders en zusters die Jezus woorden nog altijd horen als voor hen bedoeld. Die weten wat dat zwaard is, die weten van verraad, die snakken naar een beker koud water. Laten wij vooral niet denken dat onze situatie normaal is. En laten wij vooral ook niet denken dat wij dit ook maar enigszins verdiend hebben, dat het aan ons ligt.

Ten tweede lezen en herlezen wij dit gedeelte voor het geval dat. Ik zit niet te wachten op vervolging of zo, en ik hoop er eigenlijk nooit mee te maken te krijgen, maar we kunnen het ook niet uitsluiten. En dan is het goed dat we bepaalde weerbaarheid hebben opgebouwd. En ik denk dat de woorden van Jezus die we vandaag gelezen hebben daarbij helpen. Dat we niet bij het eerste de beste zuchtje tegenwind omvallen. Wij worden niet gespaard, wel gered. Jezus spaart je niet, Hij redt je wel.

Kijk, religie is in ons werelddeel een luxeartikel geworden. Een hobby, een extraatje voor wie daar aardigheid in heeft. In de briefings rondom de corona maatregelen staat de kerk meestal ergens tussen de sportschool en de sauna, en dat is veelzeggend. Wij denken dat wij zo beschaafd zijn dat wij zonder religie kunnen. We realiseren ons niet dat we ons dan uitleveren aan allerlei afgoden die niets om ons geven: de markt, genot, geld, ons eigen gelijk, enzovoorts. En voor we het weten staan we massaal te demonstreren tegen van alles en nog wat. Zijn we boos, voelen we ons tekort gedaan. Weinig weerbare mensen zijn we. We hebben weinig uithoudingsvermogen. We zijn al snel onder de indruk van onze zogenaamde offers. 

Jezus’ woorden maken ons sterker dan dat. Ze vormen ons karakter. Je kunt ervoor weglopen. Je kunt je ook laten uitzenden. Op pad, op eigen benen. In een wereld die het vaker niet dan wel begrijpt. In een cultuur die geloof met welwillende desinteresse bekijkt. In een tijd waarin je makkelijk meegaat met het streven naar makkelijk en snel. Weglopen of uitgezonden worden? Wat wordt het? 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s