Categorieën
Preek

Erkennen of verloochenen

Vanmorgen stond Matteüs 10:16-33 op het rooster. Ik preekte over de laatste twee verzen.

De tekst voor de preek is vanmorgen Matteüs 10:32-33, waar Jezus zegt: ‘Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.’

Dat doe ik niet vaak, een tekst voor de preek kiezen. Meestal preek ik over het hele gedeelte wat die zondag gelezen is. Onze lezing vanmorgen bevat echter zoveel dat ik een keuze moet maken.  Matteüs rijgt allerlei woorden van Jezus losjes aan elkaar. Er zit wel logica en samenhang in, maar dat is meer iets om tijdens een Bijbelstudie te ontdekken. Dat is niet echt iets voor een preek

Ik focus vandaag dus op de laatste verzen die we lazen. Aan de ene kant omdat ik denk dat juist vanuit deze verzen het geheel van de lezing tot zijn recht kan komen. We zoomen in om het overzicht te krijgen. Aan de andere kant vanwege een meer triviale reden. Het leek mij op deze Vaderdag wel aardig om juist een tekst waarin Jezus God zijn Vader noemt aan de orde te laten komen.

Natuurlijk is het niet zo dat we vanuit onze vaders, vanuit onze ervaringen met onze vaders kunnen begrijpen wat het betekent dat Jezus God zijn Vader noemt. God is niet een vader zoals wij dat zijn of zoals wij onze vaders kennen. God is op zijn geheel eigen manier vader. En wat een geluk heb je als je als vader daar een beetje op lijkt, of dat jouw vader daar een beetje op lijkt. Dat iets van die hemelse vader zichtbaar wordt in een aardse vader. 

Dat Jezus God in onze tekst ‘mijn Vader’ noemt, is niet heel bijzonder. In het hele Evangelie volgens Matteüs, ja in het hele Nieuwe Testament wordt de verhouding tussen God en Jezus heel vaak aangeduid als Vader en Zoon. 

Het Nieuwe Testament kent geen uitgewerkte leer van de Drie-eenheid, maar dat God, Jezus en hun geestkracht onlosmakelijk bij elkaar horen is overduidelijk. Dat de kerk later consequent over Vader, Zoon en heilige Geest is gaan spreken, is een logisch gevolg daarvan.

Wat zegt onze tekst over de verhouding tussen God en Jezus, tussen Vader en Zoon? Onze tekst zegt dat de Vader luistert naar de Zoon. De relatie tussen die twee is er een van een vol vertrouwen horen. De Vader vorm zijn mening over mensen op basis van wat de Zoon over hen zegt. Hij laat zijn besluit over hen van Hem afhangen.

We zitten dus in de sfeer van het oordeel, van het einde der tijden. We hebben dat in heel onze lezing wel gevoeld. Hier gaat het op het scherpst van de snee. Alles staat op het spel. Het komt er nu op aan.

Het evangelie volgens Mattheus ontstaat in een gemeenschap in Galilea die in conflicten verwikkeld is. Als in 70 na Christus Jeruzalem valt en de tempel verwoest wordt, vluchten veel inwoners van die stad en van Judea naar Galilea in het noorden. Onder hen veel farizeeën. Deze farizeeën nemen de leiding over het volk, nu de rol van de hogepriesters en Schriftgeleerden uit Jeruzalem is uitgespeeld. Die farizeeën keren zich tegen de nog prille Jezusbeweging. Zij vonden die beweging een bedreiging voor de identiteit van het volk, omdat zij Jezus erkende als de Messias en ook niet-joden die dit geloofden toeliet. Zij zijn ‘de mensen’ in onze tekst. Wat doe je tegenover hen? Erkennen of verloochen? De consequenties zijn groot. 

Als je dat weet, kun je begrijpen waarom Matteüs schrijft wat hij schrijft en waarom hij schrijft hoe hij schrijft. De verwoesting van de tempel was zoiets als 9/11 in het kwadraat en de kleine kwetsbare Jezusbeweging wordt in haar bestaan bedreigt.

En onder die omstandigheden komt het er wel op aan dat je trouw bent aan Jezus. 

Nu geen compromissen, nu niet wegduiken, nu niet weglopen. Dit is het moment om te laten zien wat je geloof waard is. Dit is het moment waarop je net als Jezus tot het uiterste gaat in je trouw aan God en je vertrouwen op Hem. Als je nu verzaakt, dan red je misschien je hachje, maar je doet dan net of Jezus niet bestaat, alsof Hij nooit bestaan heeft.

Daarom heeft Jezus het over erkennen of verloochenen. Erkennen betekent ‘je identificeren met’. De Naardense Bijbel vertaalt heel mooi: ‘ieder dan die zich voor de mensen uitspreekt als één met mij’. Ik ben één met Jezus.

Calvijn schrijft bij onze tekst dat elke gelovige dit erkennen op zijn eigen manier invult. Hoe vrijmoedig, hoe verstandig, hoe gevoelig en hoe vaak verschilt van persoon tot persoon. Er is geen norm, ieder doet het op zijn eigen manier. 

Ik voeg daar aan toe dat elke tijd ook weer om een eigen manier van erkennen vraagt. Wij worden niet voor het gerecht gesleept. Toch wordt de Jezusbeweging ook vandaag de dag bedreigd. Voor ons is het de uitdaging om in een onverschillige en materialistische cultuur anders te zijn. En dat dat een hele opgave is, weten we allemaal. Anders zijn is heel lastig. Anders wíllen zijn ook.

Tegenover erkennen staat verloochenen. Dat wil dus zeggen: Jezus in z’n eentje laten staan. Weglopen. Hier hoor ik even niet bij. Jezus zegt: wie mij alleen laat, die laat ik alleen. Het zijn bittere, kille woorden. We kunnen ons de dilemma’s van vervolgde christenen nauwelijks voorstellen. Wat als je geloof je je leven kost, of dat van je kinderen, of je vrouw of je man? Heeft Jezus daar geen begrip voor? En begrijpt Hij ons dan ook niet? Dat we wel willen, maar dat we soms ook laf en slap zijn?

Het woord verloochenen komt in het Evangelie volgens Matteüs nog op één andere plek voor. Aan het eind. Als verteld wordt dat Petrus ontkent dat hij bij Jezus hoort. Dat is verloochenen. ‘Ik ken Hem niet.’ 

Maar juist Petrus wordt weer in dienst genomen en de rots waarop Jezus zijn kerk bouwt. Zijn ontrouw heeft niet het laatste woord. Dat vertelt het evangelie. Uiteindelijk komt Jezus alleen te staan, kan niemand Hem volgen, identificeert niemand zich meer met Hem. Niemand spreekt zich nog uit als één met Hem. 

Niemand? Nee, de Vader wekt de Zoon op uit de dood. Hij erkent Hem. Hij is één met Hem. En daarin, in die eenheid vinden wij het leven. In die eenheid worden ook wij vastgehouden en opgevangen. In die eenheid kunnen wij met vallen en opstaan één zijn met Jezus en met ieder die Hem volgt.

Zo wordt God ook onze Vader. Gedoopt in zijn Naam, en die van zijn Zoon en van zijn Geest. Zo klinkt over ons leven ‘dit eeuwige refrein: Jouw God ben ik, jouw Vader, Ik zal er voor jou zijn!’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s