Categorieën
Preek

‘Jezus van Nazareth verovert de wereld’

Vandaag preekte ik over Matteüs 9:35-10:15. Ik leg in de preek een link tussen dat gedeelte, het EO-programma Jezus van Nazareth verovert de wereld en het leven als christen in de 21e-eeuw.

Afgelopen dinsdag keek ik naar het eerste deel van de EO-serie Jezus van Nazareth verovert de wereld. Het programma wil vertellen hoe het leven van Jezus uitmondde in het ontstaan van de kerk. Wie speelde daarin een belangrijke rol en in wat voor omstandigheden gebeurde dat?

Ik weet niet of u het programma ook gezien heeft. Zo niet, ik raad het u aan. Kijk, u moet natuurlijk niet alles geloven wat ze op de televisie zeggen, maar dat wist u al. Zoals eigenlijk altijd als het over religie gaat, is ook dit programma niet vrij van onjuistheden en versimpeling. Het idee dat het christendom voortkomt uit het jodendom is veel te kort door de bocht. Ja, het hele idee dat mensen in Jezus’ dagen zoiets hadden als wat wij een geloof of een religie noemen is historisch onjuist. 

En ik vind het ook echt onbegrijpelijk dat een van afkomst Palestijnse presentator een programma presenteert wat net doet alsof er geen Israëlisch-Palestijns conflict is. Op alle kaartjes die in het programma getoond worden staat alleen ‘Israël’ en Kefah Allush noemt ook alles maar gewoon Israël. Nu weet ik wel, als je werkt bij de EO moet je wel, en de EO moet ook wel, want anders zeggen meteen weet ik hoeveel mensen hun lidmaatschap op, maar toch… 

Beide versimpelingen kwamen pijnlijk aan het licht toen Allush een bezoek bracht aan een Messias belijdende joodse gemeente. Zij zijn jood en christen tegelijk, en dus zo concludeerde Allush, ‘staan zij het dichtste bij de eerste christenen, want die waren ook jood’. Dat hij daar in die koffiezaak met een Amerikaanse zionistische immigrant zat te praten, die op een volkomen westerse vorm zijn geloof beleefde, drong kennelijk niet tot Allush door. 

Als je echt dichtbij de eerste christenen wilt komen, kun je beter terecht bij de Palestijnse christelijke gemeenschap. Zij staan veel dichter dan wie ook bij het oerchristendom. Zelfs al bekijk je het puur genetisch. Wie denk je dat er meer lijkt op Jezus? Een Amerikaan die omdat hij toevallig joods is een Israëlisch paspoort heeft gekregen, of een Palestijn wiens voorouders altijd al in dat gebied hebben gewoond?

Dat gezegd hebbend, het uitgangspunt van de serie is en blijft fascinerend. Hoe kan wat met de zoon van Jozef de timmerman begon, worden tot wereldreligie? Hoe kan wat begon in Nazareth worden tot iets wat ook ons volkomen heeft veranderd en gevormd?

Vanmorgen hebben we gelezen over hoe dat begonnen is. Jezus zendt 12 leerlingen uit. Wij voelen wel aan dat wat daar gebeurd en gezegd wordt ook ons aangaat. Het is dus van belang dat we goed lezen. Vier dingen vallen mij op.

Ten eerste Jezus’ medelijden. Jezus trekt dus rond door Galilea. Hij is te vinden in de synagoge, om de bijbel uit te leggen; Hij is te vinden op de pleinen hij het goede nieuws over Gods nieuwe wereld bekendmaakt; en Hij is te vinden in de huizen waar zieken zijn. Vanaf Matteüs 4 tot en met 9 wordt daarover verteld. 

En dan komt daar in onze Schriftlezing iets bij. Het lijkt wel alsof Jezus inziet dat Hij het niet alleen kan. Er is zoveel te doen. Er is zoveel uitleggen; er zijn er zoveel die Gods nieuwe wereld niet zien, niet kunnen zien, niet willen zien; er zijn zoveel mensen ziek. Daarom zendt Jezus zijn leerlingen uit. En dat doet Hij omdat hij, zo staat er, ‘de mensenmenigte zag’ en ‘medelijden met hen voelt’. 

Wij worden dus op weg gestuurd, vanwege Jezus’ medelijden. Hij wordt in het hart geraakt door mensen in nood. Het kwelt Hem, het grijpt Hem aan. Want hij ziet de mensen echt. Schapen zonder herder. Uit elkaar gedreven, kwetsbaar, gewond, hulpeloos. Dat is wat Jezus ziet. En het zijn er zo veel! 

Op weg gestuurd worden door Jezus betekent daarom in de eerste plaats gaan kijken met zijn ogen. Zien met zijn ontferming. Gaan zien dat het er zoveel zijn die schaap zonder herder zijn. Zoveel kwetsbaarheid, zoveel eenzaamheid, zoveel wonden. Zien wij het ook? En raakt het ons nog? Daar komt het wel op aan. Daar begint het mee. Dat je raakbaar wordt, dat je opnieuw raakbaar wordt. Dan ga je als vanzelf doen wat hij doet. 

Want dat is het tweede wat opvalt. De leerlingen gaan doen wat Jezus doet. Ze belichamen Jezus. Ze worden Hem. De radicale therapie van Jezus gaan zij toepassen op mensen. Ik wil maar niet te lang stilstaan bij de vragen die het uitdrijven van geesten en het genezen van zieken oproepen. Het gaat er simpelweg om dat zij alles wat zich tegen God verzet en alles wat schadelijk is voor een mens ontmaskeren, en zo machteloos maken. Radicale therapie. De vinger op de zere plek van een mensenleven, maar vol liefde.

Het derde wat ik eruit willen lichten is een zinnetje uit de instructies die Jezus zijn leerlingen geven. Zinnetje wat je op een tegeltje zou kunnen zetten. Een missionaire oneliner. Een christelijke slogan. Ik bedoel het zinnetje: ’Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’ Met dit zinnetje wijst Jezus ons een nieuwe weg. Een weg van ontvangen en geven voor niks. Het is de weg van de vrijheid. Er staat eigenlijk zoiets als: ‘Zonder reden nemen jullie iets in ontvangst, zonder reden zullen jullie geven.’ Je bent volkomen vrij.

Het volgen van Jezus is – dat wil ik nog even onderstrepen – in de eerste plaats een zaak van ontvangen. We krijgen, we nemen in ontvangst. De focus is dus niet wat wij te brengen hebben. Op wat wij zouden moeten brengen. Op de boodschap die wij zouden moeten overdragen. Nee, het begint met ontvangen. 

Nu zou je kunnen denken, en zo moet het ook vaak uitgelegd, dat het hier gaat om de genade, om Gods liefde voor niks. Maar volgens mij gaat het hier eerder om de dingen die tussen mensen gebeuren. Het gaat om wat er gebeurt als je in Jezus’ naam op weg bent gegaan. En dus gaat het bij dat ontvangen om datgene wat wij ontvangen van anderen op de weg van Jezus. 

Jezus begint over ontvangen nadat hij zijn leerlingen heeft gezegd wat het betekent om het Koninkrijk van God te verkondigen. ‘Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit.’ En dan kunnen wij wel weer gaan denken, hoe kan dat nu? Maar laten we het eens andersom bekijken. Als je zieken wilt genezen, doden wilt opwekken, onreinen rein maken, en demonen wilt uitdrijven, dan zul je toch echt eerst de zieken, de doden, de onreinen en de bezetenen moeten opzoeken. 

Wat voor leerlingen van Jezus zijn wij als wij eerst in onze comfortabele leunstoel gaan zitten peinzen over de theoretische vraag hoe wij dat allemaal zouden moeten doen? Zullen we ze eerst niet eens opzoeken, voordat we moeilijk gaan doen over onze mogelijkheden en onmogelijkheden? Zou het niet zo kunnen zijn dat wij juist als wij hen opzoeken, ontdekken dat het met onze onmogelijkheden nog wel meevalt?

En zou het zo kunnen zijn dat wij juist dan en daar ontvangen, voor niks? Zou het zo kunnen zijn dat wij daar pas afleren dat voor wat, hoort wat? Zou het zo kunnen zijn dat wij daar verlost worden van de logica van onze wereld dat niets voor niets is?  Zou het zo kunnen zijn dat leren ontvangen misschien wel veel belangrijker is voor een leerling van Jezus dan wat wij te geven zouden hebben?

Als dat zo is, dan klinkt het slot van onze lezing mij opeens ook logisch in de oren. ‘En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaten dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten. Ik verzeker jullie: de dag van het oordeel zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad.’

Wat op het eerste gezicht een sneer lijkt, zo van: wacht maar af, jullie zijn er nog wel achter komen, is eigenlijk gewoon een constatering. Wie niet kan ontvangen, heeft geen leven. Wie niet heeft geleerd om zonder reden in ontvangst nemen, die heeft ook niets te geven, die leeft opgesloten in zichzelf. In zichzelf gekeerd. Dat is al een oordeel. Dan ben je al veroordeeld, tot jezelf.

Op de Bijbelgespreksgroep vertelde iemand afgelopen week over een ervaring bij het collecteren voor het Leger des Heils. Over hoe hij in straten met kleine huurwoningen een vriendelijk woord en altijd wel iets in zijn collectebus kreeg. En hoe hij in straten met de grote huizen met twee auto’s ervoor werd weggestuurd, hoe de deur voor hem werd dichtgegooid, ‘je denkt toch zeker niet dat ik je wat geef voor het Leger?!’… Dan ben je al geoordeeld. Als je zoveel hebt dat je er niet van kunnen delen, er niet van kunt genieten, er niet genoeg aan hebt. 

‘Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’ Wat is het christelijk geloof anders dan leren ontvangen? Ontvangen waar de wereld denkt dat niets te halen valt. Ontvangen terwijl je denkt ‘ik heb zo weinig te brengen’. 

Misschien ligt hierin wel het antwoord op de vraag hoe het christendom zo groot kon worden. En ook op de vraag hoe het onder ons toch verder moet met het christendom. Medelijden, radicale therapie, ontvankelijk zijn en kunnen delen. Dat werkte 2000 jaar geleden. Waarom zou het nu niet werken?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s