Categorieën
Preek

Voor, met en zonder God

Hieronder de tekst van de preek die ik op deze Goede Vrijdag hield.

We hebben zojuist de Johannes Passie gelezen. Twee hoofdstukken van het evangelie waarin het einde van Jezus wordt beschreven.

Ik moest terugdenken aan het vorige grote feest wat we vierden, Kerst. Hoe de kerken toen vol zaten. Hoe Corona alleen iets was in kleine nieuwsberichten. Hoe het een nieuw soort griep was, in Wuhan in China, ver weg. Dat lijkt al lang geleden.

Op Kerstmorgen lazen we ook uit het Evangelie volgens Johannes. Toen de eerst verzen. ‘Ik het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is er door ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.’ 

Ik weet nog dat ik toen niet wist hoe ik over die woorden zou kunnen preken. Het zijn zulke hoge woorden dat alles wat ik erover zou zeggen ze naar beneden zou halen. Het zijn woorden die oprijzen als de gebeeldhouwde pilaren van een kathedraal en zo vormen ze een bouwwerk dat je omarmt, overweldigt, een heilige ruimte waar je als mens in verdwaald, althans zo voelde ik me tijdens de voorbereiding van die kerstpreek. Ik heb het op kerstmorgen dan ook over iets anders gehad. Ik durfde het gewoon niet aan.

Nu we vanavond de Johannes passie horen, weet ik wat ik toen had moeten doen. Ik had Johannes moeten vragen wat hij bedoelde met zijn hoge woorden. En Johannes zouden gezegd hebben: ‘Kom maar mee.’ En hij zou me meegenomen hebben naar Kana, naar Nicodemus, naar die vrouw bij de bron, naar Galilea, naar Judea, naar Bethanië, naar al die plekken waar het gebeurde. 

En dan als Jezus voor de laatste keer optrekt naar Jeruzalem zou hij me meenemen naar die bovenzaal, naar de voetwassing, naar dat lange afscheid, dat intense laatste gebed. En dan zou hij me meenemen via Getsemane, het huis van Kajafas, het gerechtsgebouw, naar Golgota. Daar zijn het niet de pilaren van een kathedraal die oprijzen en je overweldigen, maar daar sta je aan de voet van een kale houten balk waar een man aan hangt.

‘Kijk’, zou Johannes zeggen, ‘dit bedoel ik nu. Dit is Gods heerlijkheid. Dit is hoe Hij onder ons komt. ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.’’

Gisteren was het 75 jaar geleden dat de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer door de nazi’s werd hingerichtet, ter dood gebracht. Zij levensverhaal, vol moed en geloof, wijs, intelligent en consequent was hij, inspireert tot op de dag van vandaag. 

Een jaar voor zijn dood, toen Bonhoeffer al gevangen zat en geweten moet hebben hoe het af zou lopen, schreef hij in een brief aan een vriend ook over Jezus als de lijdende God. Woorden uit een dodencel dus.

‘God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in deze wereld en zó en zó alleen is Hij met ons en helpt ons. God helpt ons niet door zijn almacht, maar door zijn zwakheid. Alleen de lijdende God kan ons helpen.’

Wat zouden wij graag een almachtige god willen. Een god die het voor ons oplost. Wat zou Bonhoeffer graag een god willen die hem uit zijn cel zou bevrijden. Wat zouden wij graag een god willen die corona doet verdwijnen, die de vluchtelingencrisis oplost en het klimaatprobleem verhelpt. Een god die de kerk redt.

Maar zo’n god is God niet. God is de God aan het kruis. God is de God die lijdt. En, zo zegt Bonhoeffer dus, zo en zo alleen is Hij met ons en helpt Hij ons. Want wat hebben we aan een god die al onze problemen en probleempjes oplost? Worden we daar verantwoordelijke en moedige mensen van? Neemt Hij ons dan serieus?

‘God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis.’ In het Johannesevangelie zie je Jezus heel bewust die weg gaan. Onbevreesd staat Hij tegenover de hogepriester, ongebroken spreekt Hij met Pilatus, Hij draagt zélf zijn kruis en op het laatst heeft Hij vooral oog voor zijn moeder en beste vriend. En tenslotte is Hij het zelf die zegt dat het volbracht is en is hij het zelf die de geest geeft. Dit is geen lot, dit is hoe God God wil zijn. Een God die het met ons uithoudt. 

Een God die het met ons uithoudt. En ons vraagt om het met Hem uit te houden. Wil jij dit lijden met mij lijden? Wil jij lijden met wie nu lijden? Geen slachtoffer, maar een mens die meedraagt, meedoet en meebidt.

‘Voor God en met God leven wij zonder God’, noemt Bonhoeffer dat. Wij houden vol terwijl Hij onzichtbaar is, althans terwijl Hij slechts zichtbaar is in Jezus Christus en in allen die nu lijden. Leven voor God en met God is zijn zwakheid en kwetsbaarheid accepteren en navolgen, is jouw zwakheid en kwetsbaarheid accepteren als plek waar Hij te vinden is. Het is leven zonder God. Het uithouden als Hij zwijgt. Het kunnen wachten. Het is blijven bidden. Het is zonder ophouden het goede doen. Zoals Jezus. En met Hem sterven en begraven worden, en geloven: Hij is daar en Hij zal ons redden! 

Gott, lass meine Gedanken sich sammeln zu dir. Bei dir ist das Licht, du vergisst mich nicht. Bei dir ist die Hilfe, bei dir ist die Geduld. Ich verstehe deine Wege nicht, aber du weißt den Weg für mich.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s