Categorieën
Preek

De preek die niet gehouden werd

Afgelopen donderdag schreef ik de eerste versie* van mijn preek voor vandaag. Met dat ik het afsluitende ‘amen’ op papier zette, kondigde Mark Rutte de verregaande maatregelen tegen de verspreiding van het Coronavirus aan. Deze maatregelen betekenden ook dat er vandaag geen kerkdienst werd gehouden in de Dorpskerk. Mijn preek kon ik niet houden. Hieronder staat mijn preektekst. Tot aan Pinksteren lezen we uit het Bijbelboek Exodus. Vandaag zouden we hoofdstuk 6:2-9 en 6:28-7:7 lezen.

*Meestal ontstaat een preek bij mij in twee stappen. Na het voorwerk schrijf ik een eerste versie, die ik dan in de dag(en) daarna bewerk tot de preek die ik ook houd.

We zijn in onze lezing uit Exodus vanmorgen getuige van een gesprek tussen Mozes en de HEER. Dat wil zeggen, de HEER spreekt en Mozes luistert. Het enige wat Mozes aan het gesprek bijdraagt, is de klacht dat hij zo moeilijk uit zijn woorden komt.

Wat mij opvalt, is dat het eerste deel van het gesprek een nogal juridisch karakter heeft. Het lijkt wel alsof er een contract wordt voorgelezen. Telkens klinkt het: ‘Ik ben de HEER.’ Letterlijk staat er: ‘Ik, de HEER.’ Zoals bij ons ook een officiële verklaring beginnen kan met de woorden: ‘Ik, Jan Willem Stam, verklaar dat…’ of ‘Ondergetekende verklaart dat…’ enzovoort. 

‘Ik, de HEER.’ En zoals dat hoort in een officieel document, de HEER identificeert zich. ‘Ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob.’ Ik ben de God van jullie voorvaders. Ik ben de God van de belofte dat ik uit die voorvaders een groot volk zal laten voortkomen. Ik ben de God van het verbond. En nu ga ik dat met jullie waar maken.

En dan volgt een opsomming van de plichten die de verbondspartners op zich nemen. Zeven keer zegt de HEER ‘Ik zal…’. Ik zal je last van je afnemen. Ik zal je bevrijden. Ik zal jullie verlossen. Ik zal jullie aannemen als mijn volk. Ik zal jullie God zijn. Ik zal jullie in het land brengen dat ik jullie voorvaders beloofde. Ik zal jullie dat land in bezit geven. En nog eens klinkt het: ‘Ik, de HEER.’ God zet zijn handtekening onder het contract.

Het is nogal een eenzijdig verbond wat hier gesloten wordt. Maar één van beide partijen ondertekent. En vooral klinken de plichten van de één verbondspartner. Het contract bevat slechts één bepaling die betrekking heeft op het volk. ‘En jullie zullen inzien dat ik, de HEER, jullie God ben.’ (Exodus 6:7) Dat is dus de enige verplichting die wij jegens de HEER hebben, inzien dat Hij God is.

De HEER vraagt niet veel van zijn volk. Als het maar inziet dat Hij God is. Al hebben ze dat maar door. Dan is het goed.

Wat betekent dat, inzien dat de HEER onze God is? En waarom is dat zo belangrijk? In het Bijbelse denken zijn er vele goden. De beelden in hun tempels zijn daarvan nog de onschuldigsten. Er zijn vele machten waar mensen hun vertrouwen op stellen. En mensen brengen hun offers voor van alles en nog wat. Er zijn vele afgoden die veiligheid beloven of geluk. Er zijn machten waarvan wij denken dat er toch niets aan veranderd, economische systemen, geopolitieke verhoudingen, de tijdgeest. 

Voor Israël in Egypte is de farao God. Hij staat aan de top van de piramide, zijn macht is absoluut, hij hoeft aan niemand enige verantwoording af te leggen. En dat laat hij merken ook. In pracht en praal, in terreur en geweld. Alles zegt: verzet is zinloos, laat alle hoop varen.

En dan staan daar twee mannen uit een herdersvolkje voor zijn troon. En zij zeggen hem de wacht aan. Het is niet verwonderlijk dat de farao om hen lacht. En het is niet verwonderlijk dat de Israëlieten zelf ook niet luisteren naar Mozes en Aäron. Moedeloos zijn ze. Zoals wij moedeloos kunnen zijn als we denken over de dingen waar wij niets aan kunnen doen: klimaatverandering bijvoorbeeld, of ontkerkelijking. En we kunnen niet eens zeggen dat het aan ons niet ligt, we doen er allemaal net zo hard aan mee. Wij dienen vele goden. De goden van liberalisme, materialisme en rationalisme. Goden die in ons ook de bange vraag doen rijzen of die HEER wel bestaat. Zo’n God, is dat geen inbeelding?

Ons wordt gevraagd de HEER te erkennen als God. Tegen over de vele goden deze ene. Die andere goden zijn wel goden, maar ze zíjn het niet. Sterker nog, als wij erkennen dat de HEER God is, moeten wij opnieuw bedenken wat eigenlijk een God is. Als wij zeggen ‘de HEER is onze God’, wat zeggen wij dan?

Zoals u weet, staat in het Hebreeuws op de plaats waar onze vertalingen het woord HEER hebben staan, een vervoeging van het werkwoord ‘zijn’. ‘Ik ben’, betekent die vervoeging. Gods naam is ‘Ik ben er’, ‘Ik zal er zijn’, ‘Ik ben die ik ben’. Ik ben er is onze God.

Het is de naam die God bekendmaakte bij de brandende braamstruik, toen Mozes vroeg: ‘Wie moet ik zeggen dat mij gezonden heeft?’ ‘Ik ben’, is dan het antwoord. Gods is een werkwoord. Dat is veelzeggend. God is niet een ding, een object met eigenschappen, iets waarbij we ons wat kunnen voorstellen. God is een werkwoord. God gebeurd. Groter dan ons denken is Hij, groter dan ons voorstellingsvermogen. Hij was, Hij is en Hij zal er zijn. 

Groter, maar daardoor niet op afstand, zoals die andere onbereikbare goden. God gebeurt onder ons, in ons midden. Dat God een Naam heeft, een Naam is, komt doordat Hij zich laat kennen in onze geschiedenis. Daar wordt zijn Naam openbaar. 

In een Mozes en Aäron die de farao de wacht aanzeggen. In gewone mensen die zich onttrekken aan het systeem. In mensen die durven zeggen dat ook de goden een God hebben. In een volk dat wordt bevrijd, in een beloofd land.

In een mens ook in wie God zich definitief naam heeft gemaakt, Jezus Christus. In Hem gebeurde God, zozeer dat men Hem zijn Zoon durft te noemen. God was in Hem aan het werk. Hij bevrijdde mensen van allerlei machten en zette hen recht weer op hun voeten. En Hij verzette zich tegen alles wat een mens naar beneden haalt. Door te zeggen dat er een God is die alle goden te boven gaat.

Daarin oefenen wij ons ook in de kerk. Zeggen dat er een God is. Niet een iets waar wij ons iets bij kunnen voorstellen, die wij kunnen verdedigen, die de garantie is van ons geloof. Nee, een God met een Naam. HEER. Hij was, Hij is en Hij zal er zijn. Hij is te vertrouwen en Hij is van ons gediend.

Jezus Christus heeft Hem volkomen vertrouwd en volkomen gediend. In het lijden, tot in de dood. Met zijn vertrouwen en dienstbaarheid verbinden wij ons. Hij heeft ons brood en wijn gegeven. Het zijn geen grootse gebaren, het imponeert niet, het lijkt niet veel. 

Maar er gebeurt wel wat! God de HEER gebeurt. Er gebeurt vertrouwen, moed en solidariteit. Wat er gebeurt, is dat wij alle andere goden afzweren en alleen deze ene God dienen. Wij gaan het eindelijk inzien, alleen de HEER is God.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s