Categorieën
Preek

Krokodillen, Corona & vertrouwen

Er valt ontzettend veel te zeggen over wat wij gelezen hebben uit Exodus 2.

Een deel daarvan kwam de afgelopen week op de Bijbelkringen ter sprake. Ik heb zitten genieten van wat er in de tekst zat en van wat we er samen uithaalden. Staat u mij toe te verzuchten dat ik zou willen dat er meer gemeenteleden naar een Bijbelkring kwamen. Ik kan niet in uw agenda kijken, maar anderhalf uur samen Bijbellezen per maand, dat moet toch kunnen. En echt, je knapt ervan op. Al die verhalen over dat de Bijbel zo’n moeilijk boek is, en dat geloven zo moeilijk is en dat we het ook allemaal niet meer weten… ik zeg niet dat het als sneeuw voor de zon verdwijnt, maar als ik gewoon voor mijzelf spreek, ik kom altijd vrolijk thuis na een Bijbelkring, opgewekt en dankbaar.

Goed, ter zake. Er val veel te zeggen over Exodus 2 Het is in de eerste plaats gewoon een heel mooi verhaal. Spannend en het loopt goed af. En het wordt, ten tweede, ook heel knap verteld, het is werkelijk een literair pareltje. Vooral hoe de verteller ons in spanning houdt door pas helemaal op het eind een naam te laten klinken. Tien verzen lang horen we over een man, een vrouw, een baby, een zus, een dochter van de farao en haar gevolg, en dan, als we het bijna niet meer houden – wie dan? – dan klinkt de naam, Mozes. Gods grootste profeet, Mozes.

Ten derde zouden we kunnen kijken naar de Bijbels-theologische verbanden in dit verhaal. Hoe in de geboorte van Mozes alle verhalen van Genesis samenkomen. Mozes’ moeder die het kind ziet, en ze ziet dat het goed is. Onze Bijbelvertalingen maken er een ‘mooi’ kind van, maar er staat dat het ‘goed’ is. Zoals God bij de schepping telkens ‘ziet dat het goed was’. (Genesis 1) Mozes is een nieuwe schepping. En het verhaal van Noach klinkt mee. Het kind ligt niet in een mandje, het ligt in een arkje. En weer redt God dwars door het water van de dood. De verhalen van Abraham klinken mee. De verhalen van Jozef klinken mee. Heel Gods geschiedenis met de mens komt samen in dit kind.

Ten vierde zouden we dit verhaal ook nog psychologisch kunnen lezen. Wat ging er door die moeder heen? Wat wist zij? Wat weten moeders? Wat betekent het een kind te krijgen? Wat betekent het om het weer los te laten, om het opnieuw te krijgen en nog eens los te laten? En wat wist die dochter van de farao? Wat betekende het voor haar allemaal? En waar haalde die zus de moed vandaan zich zomaar tot die prinses wenden en zo het leven van haar broer te redden? En hoe zal Mozes hierop terugkijken? Wat doet het met je geboren te worden onder doodsdreiging en op te groeien als prins?

Ten vijfde vraagt Exodus 2 om een feministische lezing. Wat een sterke vrouwen! Stuk voor stuk. Zonder deze vrouwen geen geschiedenis. Zonder deze vrouwen geen volk van God. Zonder deze vrouwen geen volk Israël. Iedereen die zegt dat de Bijbel vrouwonvriendelijk is, heeft gewoon ongelijk en laat alleen maar zien dat hij of zij de Bijbel nooit gelezen heeft.

Ten zesde zouden we nog kunnen kijken hoe de rijke joodse uitlegtraditie met dit verhaal is omgegaan. Bijvoorbeeld hoeveel respect zij heeft voor die dochter van de farao. En terecht. Om het een beetje naar onze tijd te halen, om te voelen wat hier gebeurt: je hebt het toch over de dochter van Hitler die midden in de Shoah een joods jongetje adopteert. In een midrasj wordt gezegd dat de dochter van de farao niet gestorven is, maar dat zij net als bijvoorbeeld Henoch en Elia levend het paradijs mocht betreden.

Dit alles, en nog veel meer, valt te zeggen over Exodus 2. Maar is dat ook wat nú gezegd wil zijn? Het gaat in een preek niet alleen om ‘interessant’, maar ook om ‘urgent’. Wat zegt God ons nu door Exodus 2?

Iemand zei deze week tegen me: ‘Stel je hebt het Coronavirus en iedereen in de kerk ook, en je weet dat het einde nadert, welke preek houd je dán?’ Toegegeven, de vraag is nogal dramatisch, maar toch bleef het bij me hangen. Waar gaat het om, waar raakt dit ons?

Zo’n vraag werpt je heel erg op jezelf terug. En uiteindelijk concludeer je dat je laatste preek over niets anders zal gaan dan waar elke preek over gaat, over vertrouwen. Vertrouwen. Noem het geloof, noem het hoop, noem het liefde. Vertrouwen, sterker dan de dood, sterker dan de angst, sterker dan de haat. 

Hoe langer ik er mee bezig was, des te meer bewondering kreeg ik voor de moeder van Mozes. En hoe langer ik er mee bezig was, des te meer werd me duidelijk dat zij ons in dit verhaal laat zien wat vertrouwen is. In omstandigheden waar in de angst je zou verlammen, komt deze moeder in actie. Het is allemaal geen toeval, en het is ook niet de moed der wanhoop op die haar haar laat doen wat ze doet. Nee, het is gelovige slimheid, geestelijke wijsheid die de doorslag geeft.

Om dat te zien, moet je, zoals vaak bij het begrijpen van de Bijbel, een ogenschijnlijk simpele vraag stellen. En bij dit verhaal is die vraag: ‘Waarom komt die dochter van de farao naar de rivier om zich te wassen?’ Nu zou je kunnen zeggen: dat zal wel zijn omdat ze vies is. Maar dat kan het niet zijn. Welgestelde Egyptenaren, en dus zeker de dochter van de farao, hadden in hun huizen gewoon de beschikking over een bad. Dat weten we uit archeologische opgravingen. En legendarisch is natuurlijk ook het verhaal van koningin Cleopatra die baadde in ezelinnenmelk. De Nijl is ook geen rivier om je in te wassen. Het is een snelstromende rivier, dus het water is bepaald niet helder. Tel daar de krokodillen en de nijlpaarden bij op en je vraagt je af waarom een mens daar ooit in zou willen gaan.

Welnu, de Nijl werd in het oude Egypte als godin van de vruchtbaarheid vereerd. Niet zo gek voor een stroom die in het droge Noord-Afrikaanse klimaat zorgde voor vruchtbare landbouwgrond. De Nijl geeft leven, dat is nog steeds zo.

Die dochter van de farao baadt niet omdat ze schoon wil worden. Ze zoekt vruchtbaarheid. Ze wil een kind. En dat lijkt de moeder van Mozes te zijn opgevallen. Misschien kwam die dochter van de farao wel elke maand om te baden in de Nijl en wist de moeder van Mozes precies wanneer ze weer zou komen. ‘Wil jij een kind? Ik zal je er een geven.’ En ze legt haar kind in een mandje, met een deksel, een soort baarmoeder, en plaatst het in de begroeiing langs de oever, letterlijk staat er ‘op de lip van de stroom’.

En zo kan het gebeuren dat de Nijl de dochter van de farao haar het kind geeft waar ze zo naar verlangt. Haar gebed wordt verhoord. Als de slavin als een soort vroedvrouw het mandje heeft gehaald, staat er in de Nieuwe Bijbelvertaling dat de prinses het mandje opent. Letterlijk staat er alleen: ‘Ze opent en ziet hem…’ Er staat niet dat ze het mandje opent, maar het is dubbelzinnig, alsof ze zelf opengaat. Ze opent haar hart voor het kind dat de rivier haar schenkt. 

En vervolgens is het een koud kunstje voor Mozes’ zus en moeder om het voeden van het kind naar goed oud-oosters gebruik uit te laten besteden aan een vrouw uit het volk. Als prinses ga je niet zelf je kind de borst geven.

Waar het mij nu om gaat is het vertrouwen, de moed waarmee de moeder van Mozes heeft gehandeld. Door dat vertrouwen kijkt zijn anders naar de dingen. De rivier de Nijl was voor de Hebreeën een doodsrivier. Het kind zou daar vroeg of laat de dood vinden. Zo had de farao immers bevolen. Het was een kwestie van tijd, je kon je kind verbergen, twee maanden, drie maanden, maar dan ging het niet meer. Het verhaal roept de dreiging op dat vele Hebreeuwse jongetjes hun einde vonden in het duistere water.

Mozes’ moeder ziet echter iets anders als ze kijkt naar de Nijl. Voor de moeder van Mozes is de Nijl geen vruchtbaarheidsgodin, maar het is ook geen schrikgodin. Ze gelooft in God en dan is water gewoon water. Water dat je naar beneden kan zuigen, geen grond onder de voeten, maar water dat je ook kan dragen, opwaartse kracht. Ze maakt handig gebruik van het Egyptische bijgeloof en zo redt ze het leven van haar zoon, de toekomst gaat weer open.

Of wij nu het Coronavirus hebben of niet, dat vertrouwen daar komt het op aan. De doodsrivier kan ook leven brengen. De dood, of het nu letterlijk onze dood is, of alle doodsheid in en onder ons mensen, je kunt eraan ontkomen. Het is maar hoe je kijkt. Als je met vertrouwen kijkt, dan zie je leven, zelfs dwars door de dood.

‘Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden,’ zegt Jezus. Niet voor niets is de doop het teken waardoor wij hij Hem horen. Het water van de dood, is het water van onze redding geworden. En dat bepaalt sindsdien hoe wij kijken, naar onszelf, naar de kerk, naar de wereld.

Wij zijn niet op weg naar het einde. Niet naar ons einde, niet naar het einde van de kerk, niet naar het einde van de wereld. Nee, niet dat het einde niet komt, maar het zal blijken het begin te zijn. God houdt ons vast. Dat is wat ik tegen u wil zeggen. En wij mogen daarom in vertrouwen meedoen. Dan kan er heil uit onverwachte hoek komen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s