Categorieën
Preek

Boerenwijsheid

Vandaag vierden we oogstdienst in de Dorpskerk in Barendrecht. Ik preekte over Prediker 11:1-6 en Johannes 3:5-8. Ik begon mijn preek met een opmerking over de protesterende boeren. Je kunt vandaag de dag niet over oogst praten en zij die daar zo’n belangrijke rol in spelen negeren.

Wij vieren deze oogstdienst in een tijd van protesterende boeren. Zij die een belangrijke rol spelen in onze voedselvoorziening laten zich horen: genoeg is genoeg! Ik weet niet hoe u daar tegenaan kijkt, maar ondanks dat ik altijd enig ongemak ervaar als mensen de slachtofferkaart spelen, heb ik veel begrip voor de onvrede van de boeren. Dat onze voedselproductie verandert, is nodig, maar het is niet eerlijk dat de kosten en risico’s van die verandering eenzijdig door onze boeren gedragen moeten worden. En op het menselijke vlak kan ik me ook goed voorstellen dat het heel frustrerend is je telkens weer de vraag te moeten stellen: kan ik mijn bedrijf onder deze omstandigheden nog voortzetten? Kan het, en wil ik het eigenlijk wel?

Ik heb geen pasklare oplossing voor het stikstofvraagstuk en aanverwante vraagstukken. Ik geloof ook niet dat de Bijbel dat kan bieden. Ik weet wel dat de oplossing pas gezocht kan worden, als we gaan spreken over óns probleem in plaats van over hún probleem. Het is ons stikstof. Niet dat van boeren. En ook niet dat van klimaatactivisten.

Oogstdienst vieren is ook samen verantwoordelijkheid nemen voor de manier waarop ons voedsel wordt geproduceerd. En niet wegkijken voor de kwalijke kanten ervan. Uitputting van de aarde, uitbuiting van mensen, oneerlijke prijzen en onze gemakzuchtige manier van consumeren. Oogstdienst vieren heeft ook consequenties voor ons gedrag. Ook ons gedrag in onze Jumbo en onze Albert Heijn. Dat zijn we onze boeren verplicht.

We lezen vandaag een stukje boerenwijsheid uit het boek Prediker. Prediker 11 vers 1 tot en met 6 bevat een verzameling spreekwoorden met een agrarisch thema. Hier spreekt iemand die zijn boerenverstand gebruikt. Geen omhaal van woorden, geen getheoretiseer, geen vrome praat ook, nee, gewoon concreet adviezen.

‘Werp je brood uit over het water, want je vindt het later weer terug.’ Aan de ene kant natuurlijk een raadselachtige uitspraak. Letterlijk genomen klopt het natuurlijk niet, brood dat je in het water gooit, vind je juist nooit meer terug. Toch begrijpen we de strekking van deze uitspraak denk ik wel. Het gaat om durf. Durf je brood, dat waar je van leeft, los te laten. Vertrouw erop dat het op een of andere manier weer bij je terugkomt. Als je altijd maar krampachtig probeert vast te houden wat je hebt, zal je ook zelden de ervaring hebben dat je iets zomaar toevalt. Mens, durf te leven!

Ik las op verschillende plekken een uitleg die deze woorden nog anders opvat. Letterlijk staat er ‘stuur je brood op het aangezicht van de wateren’. En dat doet denken aan scheepvaart. Koning Salomo, traditioneel gezien de schrijver van het boek Prediker, stuurde zijn schepen met graan de Middellandse Zee op om handel te drijven. Als in die tijd een schip vertrok, wist hij niet waar het was en wist hij dus ook niet of en wanneer het terug zou komen. Stuur je schepen met graan op weg om handel te drijven, na veel dagen keren ze terug en dan maak je grote winst. Je kunt je schepen ook in de haven houden, maar dan zal je nooit enige winst maken.

Deze uitleg is ook goed voorstelbaar als je het volgende vers erbij neemt. ‘Bewaar je brood in zeven delen, zelfs in acht, want je weet niet welke ramp de aarde treffen zal.’ Je moet nooit al je graan in één schip het water op sturen. Dan ben je veel te kwetsbaar. Eén storm en alles is weg. Nee, spreid je risico’s. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje. Want…

‘Wanneer de wolken vol zijn, gieten ze hun regen uit over de aarde. Naar welke kant een boom ook valt, naar het noorden of het zuiden, hij blijft liggen op de plaats waar hij valt.’ Rampspoed kan je zomaar treffen. Als het regent, word je nat en als de boom valt, dan houd je dat niet tegen. Daarom kun je maar beter meerdere ijzers in het vuur hebben.

Het is ook geen optie om risico’s te mijden. Er is altijd wel iets wat mis zou kunnen gaan. Als je daarop focust, kom je nooit ergens aan toe. ‘Wie altijd op de wind let, komt nooit aan zaaien toe; wie altijd naar de wolken kijkt, komt nooit aan maaien toe. Je kent de wegen van de wind niet, je kent het kind dat in de moederschoot groeit niet…’ Er is zoveel wat zich aan onze waarneming onttrekt, er is zoveel wat wij niet weten. Zelfs de knapste koppen worden geregeld verrast door iets wat ze niet hadden verwacht of voorspeld.

Daarom keert Prediker terug naar zijn advies van het begin. Doe iets, probeer van alles, houd er rekening mee dat het mis kan gaan, maar laat je daardoor zeker niet tegenhouden. En, zo voegt Prediker ten slotte toe, het kan ook zomaar goed gaan. Voor hetzelfde geld zit het mee, dat optimisme moet je ook hebben. ‘Zaai van de morgen tot de avond. Laat je hand niet rusten, want je weet niet of het zaad de ene of de andere, of elke keer ontkiemen zal.’

Al met al een mooi advies voor deze oogst dienst. Zaaien en oogsten zijn daden van vertrouwen. Dat vertrouwen leren wij van het boerenbedrijf. Je bereikt alleen maar wat in het leven als je durft te zaaien, als je durft los te laten, als je wat je hebt durft te gebruiken. Een mooi advies voor ieder van ons persoonlijk, maar ook voor ons als gemeente. Als de kerk werkelijk leeft door het geloof, zal dat ook blijken uit de manier waarop ze omgaat met haar middelen. Niet onverantwoord, maar ook niet te krampachtig. Brood uit werpen over het water, en het in zeven of acht delen bewaren. Niet altijd maar letten op de wind en de wolken.

Een mooi advies. Een stuk boerenwijsheid. Maar Prediker is meer dan iemand die zijn boerenverstand gebruikt. Prediker is ook theoloog. Ik heb bij de uitleg zojuist een klein zinnetje weggelaten. Precies het zinnetje wat prediker tot theoloog maakt. ‘Je kent de wegen van de wind niet, je kent het kind dat in de moederschoot groeit niet…, zo ken je ook de daden niet van God, die alles maakt.’ Prediker verbindt de onzekerheid van het bestaan met de onkenbaarheid van God. Dat wij niet weten waar en wanneer en of ongeluk ons treffen zal, en dat wij dus niet weten van tevoren of onze plannen zullen slagen of niet, dat heeft met God te maken. Het is niet de onbekendheid van het lot, maar het is de onbekendheid van God. Hem kennen wij niet.

Dat is natuurlijk Prediker ten voeten uit. Hij maakte korte metten met de mooie verhalen van mensen, ook hun mooie verhalen over God. God is de grote onbekende en iedereen die beweert dat het anders is, kan rekenen op Predikers cynische vragen. Ik noem Prediker om die reden ook wel de Maarten van Rossum van het Oude Testament.

Prediker leert ons af te denken dat voorspoed en God bij elkaar horen. Een goede oogst is geen teken van Gods voorkeur voor ons. Leven in een rijk werelddeel wil niet zeggen dat je beter bent. Een bloeiende kerk wil niet zeggen dat God je meer nabij is dan wanneer je kerk krimpt. En het tegendeel is ook niet waar. Ziekte is geen straf van God. Armoede ook niet. God gaat zijn gang, wij weten niets van hem.

Prediker wil ons bevrijden van de gedachte dat God het verlengstuk is van onze ideeën. Want dan is God werkelijk niet meer dan een projectie. En Prediker wil ons bevrijden van angst voor het lot. Er spreekt namelijk geen enkele angst uit zijn adviezen. Leef, doe, durf, ga! Prediker spreekt ons aan als verantwoordelijke mensen, als mensen die niet weg kunnen duiken achter wat dan ook. Jij leeft, jij kiest, sta daarvoor.

We hebben ook een paar verzen gelezen uit het gesprek tussen Jezus en Nicodemus. Daarin pak Jezus dat beeld van de wind weer op. ‘De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’

Ik heb lang gedacht dat Jezus hier zegt dat de Geest waait waarheen hij wil, dat Gods Geest doet wat hij wil. Maar Jezus heeft het hier over ‘iedereen die uit de Geest geboren is’, die is als de wind. Het is dus niet God, maar de gelovige die zijn gang gaat. Ongrijpbaar, als de wind. Wij delen dus in die onkenbaarheid van God. Wij zijn ook onnavolgbaar, niet na te speuren. Niet dat wij met alle winden mee waaien, nee juist niet, maar wij hebben grote vrijheid. Omdat Gods Geest ons drijft. En volgens mij is het precies ook die vrijheid die wij leren van Prediker. Als God niet degene is achter wie je kunt verschuilen, als God niet degene is die onze behoefte aan zekerheid vervuld, dan zul je als vrij mens zelf moeten kiezen, moeten handelen, moeten zaaien en oogsten.

‘Geniet het leven als een gave. Geen mens weet wat hij morgen vindt, dus werp je brood uit op het water en let niet altijd op de wind.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s