Ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen…

Vandaag preekte ik in mijn eerste gemeente, Alkmaar-Noord. We lazen de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar (Lucas 18:9-14). Een overbekende gelijkenis, maar ik had er nog nooit over gepreekt. Zoals altijd bleek er toch nog wel iets verrassends in te zitten.

Deze preek begint bij het gebed van de farizeeër. ‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die het klimaat verzieken of het milieu verontreinigen of niets doen voor uw schepping, en dat ik ook niet ben zoals die boer met z’n trekker. Ik reed al een elektrische auto voordat iedereen dat deed en ik eet nauwelijks nog vlees.

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die denken dat je de wereld red met een beetje minder vlees of een elektrische auto of die doen alsof één groep verantwoordelijk is voor de klimaatcrisis, en dat ik ook niet ben zoals die klimaatdrammer. Ik zorg voor voedsel voor iedereen en werk daar hard voor.

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die denken dat racisme niet bestaat of die grappen maken die echt niet meer kunnen of die denken dat ze superieur zijn, en dat ik ook niet ben zoals ‘Zwarte Piet moet blijven’. Mijn taal is altijd inclusief en ik erken ons verleden van slavernij en discriminatie.

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, voor wie blank zijn een misdaad is of die net doen alsof ik een racist ben of die buitenlanders niet voor problemen zorgen, en dat ik ook niet ben zoals ‘Zwarte Piet is racisme’. Voor mij is iedereen gelijk en ik laat me geen probleem aanpraten.

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die uit gewoonte naar de kerk komen of die een kerkbank verslijten maar nooit iets te vertellen hebben over hun geloof of die houden van Huub Oosterhuis en orgelmuziek, en dat ik ook niet ben zoals hij daar. Ik ga elk jaar naar de Conventie en ik weet precies wanneer ik voor Jezus heb gekozen.

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die altijd maar met hun handen in de lucht staan of die maar over hun geloof willen praten of opgewekte liedjes willen zingen, en dat ik ook niet ben zoals die evangelicalen. Ik weet wat kwalitatief goede muziek is en dat je over God misschien beter kunt zwijgen dan spreken.

God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen… Je kunt nog zoveel andere gebeden toevoegen. Europeanen die blij zijn dat zij niet de politieagent van heel de wereld hoeven spelen en ook geen mafkees als president hebben. Amerikanen die blij zijn dat ze niet zo moreel superieur als wij dat ze ook nooit ergens toe komen en dat ze niet zo hopeloos verdeeld zijn als wij in Europa die het over bijna alles oneens zijn. Babyboomers en millennials. Werkgevers en werknemers. Ouders en kinderen. En jij, wat is jouw gebed?

Ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen. Bidt deze farizeeër niet het meest menselijke gebed wat er is? Is dit niet wat er leeft op de bodem van ons hart? Is dit niet onze diepste overtuiging, ook al weten we het vaak binnen te houden of als dat niet lukt, weten we het dan niet mooi te verpakken?

We moeten dus oppassen die farizeeër al te zwaar te vallen vanwege zijn gebed. Ons snelle oordeel over hem zou ook wel eens een oordeel over onszelf kunnen zijn.

Bovendien hebben we geleerd dat die farizeeër beslist geen slecht mens is. Sinds de Reformatie stonden farizeeërs in het algemeen en deze farizeeër in het bijzonder in een kwaad daglicht. De farizeeër zou het toonbeeld zijn een wettische levenswandel, van rechtvaardiging door de werken, van een mens die bij God in een goed blaadje probeert te komen, maar daar nooit in slaagt. De tollenaar is daarentegen een gerechtvaardigde zondaar, hij leeft door het geloof, hij wordt door God gered.

Meer en meer zijn we gaan inzien dat er met farizeeërs helemaal niet zoveel mis is. Sommigen zeggen zelfs dat Jezus ook een farizeeër was. Dat zou zomaar kunnen. Farizeeërs leefden wel degelijk vanuit geloof. Ze waren blij en dankbaar dat God zich aan zijn volk heeft bekend gemaakt en dat Hij hun God wil zijn. Vanuit die geweldige ontdekking willen zij ook hun leven en het leven van Gods volk vormgeven. Als je Gods volk bent, dan heeft dat ook consequenties voor je manier van leven. In de geschiedenis van het joodse volk zijn het niet zelden farizeeërs of soortgelijke lieden geweest die met gevaar voor eigen leven het joodse erfgoed hebben verdedigd. Zij hielden de Thora en de Profeten hoog als niemand er meer iets om gaf. Het is als je het zo bekijkt beslist onterecht dat het woordenboek een farizeeër een schijnheilige noemt.

Dat zien we ook terug bij de farizeeër uit de gelijkenis. Hij is volgens zijn gebed niet roofzuchtig, niet onrechtvaardig en niet overspelig. En dat is toch geweldig? Hij blijft af van wat niet van hem is, hij is eerlijk zelfs als dat hem iets kost en hij is trouw in zijn relaties en respecteert de relaties van anderen. Dat zouden meer mensen moeten doen, nietwaar? Dan zou de wereld er anders uitzien.

En onze farizeeër is zelfs bereid meer dan het gewone te doen. Hij vast twee keer per week, terwijl het slechts op een aantal vastgestelde dagen hoefde. En hij draagt een tiende af van ál zijn inkomsten, terwijl hij dat enkel van bepaalde inkomsten hoefde te doen. Deze man houdt zich niet angstvallig en benepen aan de regeltjes, nee, hij is royaal en ruimhartig in zijn toewijding aan God.

Kortom, die farizeeër is een goed mens, en hij is terecht dankbaar dat hij niet is zoals vele anderen. En juist daarin zit het probleem van deze gelijkenis. Het zou veel makkelijker zijn geweest als er iets mis was met deze farizeeër. Was hij maar een schijnheilige, was hij maar een verwaande kwast, was hij maar een zelfgenoegzame en ijdele huichelaar. Dan zouden we kunnen zeggen dat het terecht is dat hij naar huis terugkeert als iemand die niet rechtvaardig is in de ogen van God.

Maar er is niets mis met deze farizeeër. En toch kiest Jezus voor die tollenaar met wie zo’n beetje alles mis is wat er goed is aan die farizeeër. Als we gaan zien wie die farizeeër is, gaan we ook zien hoe aanstootgevend deze gelijkenis is. Al het goede van deze man wordt van tafel geveegd, omdat Jezus nederigheid belangrijker vindt dan al het andere.

Dus jij doet al heel je leven kerkenwerk? En jij doet veel voor het milieu? Jij bent eerlijk? Jij bidt elke dag? Jij vraagt je bij alles af wat Jezus gedaan zou hebben? Jij probeert je kinderen het geloof mee te geven? Jij hebt in stilte al zoveel mensen geholpen? Jij bent nog de enige in je klas die gelooft? Dus jij bent dominee? Good for you. Da’s fijn voor je, echt heel fijn…, maar denk maar niet dat het iets te betekenen heeft. ‘Wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Jezus slaat ons alles uit handen. Alles wat goed is. Alles wat echt goed is. Objectief, theologisch, christelijk goed. Geef mij maar nederigheid. Jezus heeft ons liever zoals die tollenaar. Wij worden hardhandig op onze knieën gedwongen. En dat is niet leuk. Dit is geen fijne gelijkenis.

Jezus heeft ons liever zoals die tollenaar. Maar let op. Het is niet de bedoeling dat die tollenaar gaat bidden: ‘God, wees mij zondaar genadig. En ik dank U dat ik niet ben als die farizeeër.’ Dan zijn we weer terug bij af. Nee, het gaat in de gelijkenis van Jezus uiteindelijk niet om de farizeeër óf de tollenaar, maar om de farizeeër én de tollenaar.

Want waarom gaat die tollenaar nu gerechtvaardigd naar huis? In het Bijbelse denken is het zo dat wanneer iemand iets goeds doet, meer dan noodzakelijk, dat daardoor een overschot aan goed ontstaat. Dat overschot is niet jouw privé-eigendom, het is van de gemeenschap. Wie goed doet, doet dus goed voor de gemeenschap, het komt allen ten goede. Overigens, wie zondigt heeft daarmee ook niet alleen zichzelf. Zonde is als modder aan je schoenen, als je niet oppast zit het door het hele huis.

De farizeeër is rechtvaardiger dan rechtvaardig. Maar het is niet zijn rechtvaardigheid. Als hij al iets fout doet, is het dat hij dat denkt. Het is niet zijn rechtvaardigheid, zijn goede daden creëren een overschot aan rechtvaardigheid waardoor die tollenaar met al zijn zonden toch als gerechtvaardigde naar huis kan gaan.

Dat is de clou. Wij horen bij elkaar. For better or for worse. Wij hebben elkaar nodig. Er staat niet hoe het met die tollenaar is afgelopen, maar stel hij wil niet alleen gerechtvaardigd worden, maar ook rechtvaardig zijn, dan heeft hij die farizeeër toch maar mooi nodig. Dan zal hij van hem moeten leren wat het goede leven is en ook hoe je dat royaal zal moeten doen.

Wij hebben elkaar nodig. In Gods ogen kunnen wij zomaar aangewezen zijn op diegene die wij juist niet willen zijn. Misschien is er wel een farizeeër die jou rechtvaardigheid leert. Misschien is er wel een tollenaar die jou nederigheid leert. Wie is jouw farizeeër? Wie is jouw tollenaar?

Als wij eens zouden beginnen om het probleem niet jouw of mijn probleem te noemen, maar ons probleem. Privé, in de gemeente ook, en als het even kan ook op je werk en wie weet zelfs in de politiek. Ons stikstof en ons klimaat. Ons verleden en onze huidskleur. Onze kerk en ons geloof.

En doe ondertussen goed. Wees zo lang rechtvaardig. Wie weet dat je er een ander mee redt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s