David (deel 5, slot)

Vandaag preekte ik voor de vijfde en voorlopig laatste keer over David. In de preek maak ik de balans op van onze rondgang door de verhalen over Israëls beroemdste koning. We lazen 2 Samuël 5:1-16 en Lucas 7:18-23. In beide lezingen komen we over lammen en blinden tegen.

Ten eerste, David valt me niet mee. Ik zeg het voorzichtig. Wat een grootspraak was dat voor het gevecht met Goliath. En de manier waarop hij de liefde van Michal een leven lang onbeantwoord laat, het is toch ronduit pijnlijk. We hoorden David ook glashard liegen tegen hogepriester Achimelech om maar die broden uit de tempel te krijgen.

Eigenlijk was David op zijn sterkst toen hij het leven van Saul spaarde in die spelonk. En de manier waarop hij rouwde om Saul en Jonathan was indrukwekkend en ontroerend. David was toen op zijn hoogtepunt. Wanneer hij later koning is, op het toppunt van zijn macht, gaat het in theologische zin eigenlijk alweer bergafwaarts met hem. Dan komt die geschiedenis met Batseba en Uria, en die onzalige volkstelling waarmee David zijn roem in getallen wil uitdrukken.

Het is alsof de Bijbel zegt: wanneer je afhankelijk en kwetsbaar bent, ben je op je best. Macht corrumpeert. ‘Wie meent te staan, ziet toe dat hij niet valle.’ Messiaans leven, leven met God, is kwetsbaar en afhankelijk zijn. Niet zielig, maar… Onze echte kwetsbaarheid is dat God God is. En dan wij mensen zijn. God gaat zijn gang. Hij is bezig, met onze wereld, met u en mij. En Hij is betrouwbaar, maar het vraagt om geloof om Hem te vertrouwen.

David is de gezalfde, de Messias. Hij laat Gods bedoeling met ons leven zien. Maar hij laat ook zien hoe moeilijk wij het daarmee hebben. Zo vertegenwoordigt hij God bij de mensen en de mens bij God. In zijn grootsheid en in zijn misère.

Ten tweede, als je het over David hebt, heb je het altijd ook over Saul. Die twee horen bij elkaar. Hun beider levens leggen elkaar uit. En niet alleen als de good guy en de bad guy, de held en de schurk. Zo zitten boeken en films vaak in elkaar. De held overwint, de schurk verliest. Maar in de Bijbel zijn beiden Gods gezalfde. Saul is ook een Messias. En David is ook een schurk.

David en Saul, dat is geen foto waar je de ene helft af zou kunnen scheuren. David en Saul zijn als de twee kanten van de messiaanse medaille. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen laten ze zien hoe God werkt. Verkiezend en verwerpend noemt de Bijbel dat. God is in het succes, maar niet minder in ons falen. Hij is in wat groeit en bloeit, maar niet minder in wat wordt afgebroken en ten onder gaat. Zijn wegen zijn niet onze wegen en zijn gedachten zijn niet onze gedachten.

Nu we voor het laatst over David horen, is het ook goed na te gaan hoe het met Saul afloopt. U zult denken: maar met Saul was het toch al afgelopen toen hij zich van het leven beroofde tijdens de strijd op de bergen van Gilboa en daarna werd onteerd, verbrand en begraven in den vreemde? Maar dan zijn we te snel klaar met Saul, zoals wij vaak zo snel klaar zijn met mensen. Helemaal aan het eind van de Davidverhalen wordt verteld dat David de resten van Saul laat opgraven en dat Saul begraven wordt in het graf van zijn vader Kis. Begraven worden in het graf van je vader, dat is de Bijbelse manier om te zeggen dat iemand uiteindelijk op zijn plek is terechtgekomen. In het boek Koningen is het telkens het refrein wanneer verteld wordt over een rechtschapen koning: ‘En hij werd begraven in het graf van zijn vader …’ Saul rust in het graf van zijn vader Kis. Saul komt terecht. Saul is niet verloren. Saul rust in vrede. Het heeft lang geduurd, maar soms brengt God een mens met een omweg thuis.

Ten derde, als je het over David hebt, moet je het altijd ook over Jezus hebben. Want wat de Messias is en wie de Messias is, weet de christelijke gemeente door Hem. En dus begrijpen wij de verhalen over David uiteindelijk ook vanuit dat ons over Jezus verteld is. Hij is de Messias die god vertegenwoordigt bij de mensen en de mensen vertegenwoordigd bij God. Hij is degene die door God is uitgekozen, en Hij is degene die verworpen wordt. Hij is degene die in volkomen kwetsbaarheid zich liet zaaien als een graankorrel. Alle verhalen over Saul en David komen in hem samen en laten zich van het hem uitleggen.

David en Jezus lijken op elkaar, Maar er zijn ook verschillen. Uiteindelijk is Jezus de Messias en is David een Messias. Wat wij vandaag gelezen hebben illustreert dat. We horen hoe David koning wordt over Israël op zijn 30e, de leeftijd waarop ook Jezus zijn openbare optreden begon. En we horen hoe hij op weg gaat naar Jeruzalem. En we horen de stad zich tegen hem verzet. Precies zoals het bij Jezus ook gegaan is.

Als David Jeruzalem wel binnen gaan, willen de Jebusieten niet van hem weten. En ze hebben alle vertrouwen in hun onoverwinnelijke vestingwerken. Ze zeggen tegen David: deze stad is zo sterk, zelfs al versla je ons hele leger, dan nog zijn de lamme en de blinde sterk genoeg om je tegen te houden. David is echter slim als vele militaire strategen. Als je een leger afsnijdt van zijn voorraden is het er gauw mee gedaan. David snijdt de watertoevoer af, en dan is het snel gedaan met het verzetten van de Jebusieten. Het verleidt David tot de uitspraak: De lamme en de blinde, ik veracht ze uit de grond van mijn hart. En zo ontstaat het spreekwoord in Israël: lammen en blinden, die komen het huis niet in.

In het evangelie hoorden we hoe Jezus totaal anders met lammen en blinden omgaat. ‘…blinden kunnen zien, verlamden lopen weer…’ Het is totaal anders dan bij David. De ene gezalfde is de andere niet.

Vorige week vroeg een van u: moest die Amalekiet nu dood? Mijn antwoord was: ja, natuurlijk, in het verhaal moet dat. Het kwaad moet worden uitgeroeid. Je kunt er niet mee marchanderen. Anders steekt Amalek weer de kop op, valt hij weer de achterhoede aan, pakt hij je weer op je zwakte.

Maar ik zei ook dat de preek vorige week ook anders had kunnen aflopen. Dat ik ook had kunnen wijzen op Jezus Messias die zelf de dood in ging. Hij schold niet terug, wanneer hij werd uitgescholden, hij dreigde niet wanneer hij werd bedreigd. (2 Petrus 2:22) Hij keerde de andere wang toe, hij had zijn vijanden lief. Hij overwon het kwade door het goede.

Waar David laat zien dat wij geen antwoord hebben op het kwaad dan ons met geweld te verzetten, een verzet dat uiteindelijk machteloos is, daar laat Jezus zien wat Gods antwoord is op het kwaad. Erin ten onder gaan en het zo van binnenuit machteloos te maken.

Zo laat David onze mogelijkheden zien en ons tekort. En de verhalen over hem laten zien dat het menselijk bestaan vraagt om iemand die ons geneest. Het leven kan ons verlammen, de toestand in de wereld, de krimp van de kerk, je eigen tekort. En we kunnen ons blind staren op van alles en nog wat. Wij komen hier in dit huis als lammen en blinden. Als mensen die uiteindelijk machteloos zijn. ‘Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt’, zegt Jezus. Dat wil ook zeggen: durven wij het te wagen met een Messias die anders is? Die God vertrouwt, tot in de dood. Die God vertrouwt, in volkomen weerloosheid. Die niet zegt: met een beetje goede wil lukt het wel met die wereld van je, en als je maar dit of dat doet dan redt de kerk het wel, en als je wat meer je best doet dan wordt het echt wel wat met je. Nee, durf je vertrouwen. Gód zal ons terecht brengen. Open je ogen, kom in beweging. ‘…blinden zullen zien, verlamden lopen weer…’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s