David (deel 3)

Vandaag opnieuw gepreekt over David. Nu stond 1 Samuël 21:2-10 op het rooster. Die dienst – waarin twee theologiestudenten uit India en Indonesië te gast waren – is terug te kijken (!) op Kerkomroep.

Ik weet niet hoe u dat beoordeeld, maar ik vind het niet erg fraai wat David hier doet. Onze Nieuwe Bijbelvertaling kan dan wel nogal luchtig boven onze lezing zetten ‘David ontkomt met behulp van Achimelech’, maar dat is niet wat er gebeurd. Achimelech wordt door David bedrogen. David liegt. Eerst over een geheime missie van de koning, wat helemaal niet waar is, David is op de vlucht voor Saul. En vervolgens over mannen die elders op hem zouden wachten, terwijl David hier nog moederziel alleen onderweg is. En ook bij David gaat het zoals dat gaat als je eenmaal begonnen bent met liegen, hij raakt steeds verder verstrikt in het web. Hij fantaseert een heel verhaal over zijn zogenaamde mannen om maar aanspraak te kunnen maken op dat geheiligde brood.

Nee, het is niet fraai wat David hier laat zien. En ik moet u eerlijk bekennen dat ik ook de afgelopen weken niet erg onder de indruk was van hem. Zijn bravoure rondom dat gevecht met Goliath, het was allemaal wel heel erg zelfverzekerd. En de manier waarop hij omging met Michal, de vrouw die van hem hield, het was ronduit pijnlijk. Natuurlijk, je kunt het allemaal ook in Davids voordeel uitleggen, maar mijn punt is dat je het ook heel makkelijk in zijn nadeel kunt uitleggen. En dan met Bathseba nog komen…

En dat terwijl David Gods gezalfde is. Gods Messias. God schrijft zijn geschiedenis met hem. Maar is dit nu het gedrag dat past bij een messiaanse gestalte? Is dit nu wat je mag verwachten van Gods gezalfde?

Er zijn twee dingen mogelijk: of David is geen Messias, of ons idee van wat een Messias is, klopt niet. Laten we maar met dat laatste beginnen. Mijn hoogleraar dogmatiek zei altijd: ‘Als jij denkt dat iets niet klopt, ligt het waarschijnlijk aan jou.’ Waar denken wij aan bij een Messias? Wat verwachten wij van zo iemand? Wie zijn de messiassen van onze tijd?

Obama was een Messias. En als je hem vergelijkt met zijn opvolger wordt hij met terugwerkende kracht nog uitzonderlijker. Obama bracht hoop, hij bracht verandering, hij was voor velen een messiaanse gestalte. Hij kreeg zelfs een Nobelprijs voor de vrede. Maar er valt ook wel wat op zijn presidentschap af te dingen. De chaos in Libië, de buitengerechtelijke executie van Bin Laden, de oorlog in Afghanistan. En nog deze week was in het nieuws dat Obama mogelijk wist van het seponeren van een onderzoek naar corruptie van de zoon van zijn vicepresident Joe Biden. En zomaar tuimelt deze hedendaagse messias van zijn voetstuk.

Als wij hopen op een messias, iemand die ons redt, hopen wij op een volmaakt mens, moreel volmaakt. Iemand die altijd het juiste doet, iemand die altijd gelijk blijkt te hebben, ook achteraf, iemand die altijd weet wat hij doet, nooit aarzelt, nooit twijfelt, nooit de mist ingaat. Politici presenteren zich graag zo en journalisten zijn er als de kippen bij om elk barstje in dat beeld uit te vergroten.

Maar is dat een Messias? Als we de Bijbel vragen waarom een messiaanse figuur een messiaanse figuur is, krijgen we een ander antwoord. David is een Messias, niet vanwege zijn kwaliteiten, maar omdat God voor hem kiest. David is beslist niet beter dan Saul, niet geschikter, niet moreel hoogstaander. Hij is door God gekozen, dat is alles.

Zo gaat dat immers. Want ook het volk Israël is niet Gods volk omdat het zo’n geschikt volk is. Integendeel. Het was een klein volkje, onaanzienlijk eigenlijk. En beter dan de andere volken was het ook niet. Het was net zo opportunistisch, net zo eigenwijs, net zo kortzichtig.

Vandaag de dag verwachten sommigen ook van de staat Israël volmaaktheid, bijvoorbeeld in hun omgang met Palestijnen. En dat het er in dat opzicht bepaald niet volmaakt aan toegaat, behoeft geen betoog. De kritiek op Israël is niet van de lucht en velen kunnen zich niets meer voorstellen bij Israël als uitverkoren volk. Anderen brengen daar tegenin dat je Israël niet moet overvragen, want Gods uitverkorene zijn betekent niet je voldoet aan al onze morele eisen. Daarin hebben zij Bijbels gezien dus gelijk. Gods uitverkorene is niet het braafste jongetje van de klas, inderdaad.

Al zou ik altijd voorzichtig zijn met een isgelijkteken tussen het Bijbelse Israël en de moderne staat met dezelfde naam. En er is denk ik ook niets mis met opkomen voor wie recht en gerechtigheid wordt ontzegd. Maar dat uitverkoren zijn iets anders is dan volmaaktheid – en dan ook nog volmaaktheid naar onze maatstaven – dat staat als een paal boven water.

Wat het betekent om uitverkoren te zijn, wat het betekent om de Messias te zijn, zien wij het allermeest aan Jezus Christus. Christus betekent gezalfde, en is het Griekse woord voor Messias. En Jezus was bepaald geen supermens. Een mensje uit Nazareth zo’n twintig eeuwen geleden. De zoon van een tienermoeder. Altijd maar onderweg, bezeten van zijn missie, omringt door eenvoudige mensen, en door het uitschot van de samenleving, geen partner maar een groepje vrienden en vriendinnen om hem heen, en altijd maar zieke mensen in zijn buurt, onbuigzaam richting het gezag was hij, en uiteindelijk werd hij doodgemarteld.

Wij zijn in de kerk zo gewend geraakt aan Jezus Christus dat we zijn vreemdheid en aanstootgevende gedrag niet meer zien, maar vreemd en aanstootgevend was het echt wel. Gods Messias was niet moreel hoogstaand, hij liet zich in met de laagste van de mensen. Hij was niet van onbesproken gedrag. Hij deed niet altijd het goede. Soms trok hij zich ook zomaar terug en soms provoceerde hij dat je denkt: waar was dat voor nodig?

Gods Messias ben je niet vanwege je kwaliteiten, maar omdat God je uitkiest. God schrijft zijn geschiedenis niet met perfecte mensen, maar met wie Hij wil. Daarom kan David de messiaanse koning van Israël zijn, de voorvader van Jezus Christus en ondertussen liegen tegen Achimelech. Het een sluit het ander niet uit.

Dus in de kring om Messias telt niet kwaliteit, of wat ons goed lijkt, maar Gods verkiezing. Dat betekent dat wij uiterst voorzicht zullen zijn om iets wat ons aanstaat aan God toe te schrijven. En andersom dat wij er rekening mee houden dat God ook in wat wij negatief beoordelen aanwezig kan zijn. Dus ook in een zuchtende schepping, in een wereld die maar doordraait, in een volk dat niet wil weten wat haar vrede dient, in een krimpende kerk en in een lijdend mens.

Het heeft bijvoorbeeld ook invloed op hoe wij in de gemeente naar elkaar kijken. Er kan onder ons geen sprake zijn van beter of slechter, van meer of minder, van hoger of lager. Wij hebben allen alles aan God te danken. Dat is waarom we hier zitten. Klassiek gezegd: God rechtvaardigt zondaars. En dus niet mensen die het bijzonder met zichzelf getroffen hebben. God gebruikt heel gewone mensen, dus mensen met hun butsen en builen, met hun gebreken, hun kleinheid en hun kleingeloof.

We zouden daarom denk ik altijd voorzichtig moeten zijn met ons oordeel. Juist wie vreemd, raar, fout of irritant is, kan voor God heel bruikbaar zijn. Gelukkig maar, want het betekent dat er voor u en mij ook hoop is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s