Ahasveros

Net als in veel andere kerken in Nederland lezen we tussen Epifanie en de Veertigdagentijd uit het Bijbelboek Ester. We doen dat in verbondenheid met het Jodendom dat op 21 maart het Poerim- of Lotenfeest viert. Tijdens dat feest wordt in de synagoge uit Ester gelezen. Wij smeren het uit over meerdere zondagen. Vandaag Ester 1.

Als goede kerkgangers heeft u zojuist uiterst serieus geluisterd naar Ester 1. Zo zijn we dat gewend als er uit de Schriften wordt gelezen. Het Woord gaat open en de gemeente spitst haar oren, met aandacht en in het besef dat hier iets klinkt wat de moeite van het luisteren waard is. ‘Spreek, Heer, uw gemeente hoort.’

Maar als het boek Ester in de synagoge klinkt, dan is het een vrolijke boel, er hangt een uitgelaten sfeer van baldadige joligheid. Er mag gejoeld en gelachen worden. Straks, als de naam Haman valt in het verhaal, mogen kinderen met ratels zoveel lawaai maken dat niemand in de synagoge zijn naam hoort klinken. Nee, eigenlijk moet je volgens joden een beetje aangeschoten zijn om deze feestrol te horen. Het poerimfeest staat niet voor niets ook wel bekend als het joodse carnaval. In de Talmoed wordt ergens gezegd dat je bij de voorlezing als luisteraar zó prettig beschonken dient te zijn dat je nét niet meer het verschil kunt horen tussen ‘gezegend zij Mordechai’ en ‘vervloekt zij Haman’. Proost!

Dat is natuurlijk een grappige opmerking bij een boek waar het ene drinkgelag op het andere volgt. Ook in het eerste hoofdstuk van vandaag wordt behoorlijk ingenomen. De grote koning Ahasveros luistert het derde jaar van zijn regering op met een feestje van wel honderdtachtig dagen. Een half jaar lang zijn al zijn ministers, al zijn hoge ambtenaren en al zijn legerleiders niet bezig met het landsbestuur, maar met een drinkgelag waar de koning zijn pracht en praal etaleert. Alle staatszaken liggen stil terwijl de happy few zuipen en vreten. De gewone man moet het maar draaiend zien te houden, want iedereen die wat is, is druk met zien en gezien worden. De hoge heren nemen het ervan. Of het boek Ester waargebeurd is? ‘Zo gebeurde het wel’, zei college Romkes vorige week in de Bethelkerk, ‘en nog’.

Als het halfjaar om is, vindt er een afsluitend feest plaats ten paleize, de burcht Susa. De koning richt op zijn heilige berg een maaltijd aan. U hoort dat ik een toespeling maak op Jesaja 25 waar staat dat de HEER op zijn heilige berg een maaltijd aanricht. Deze koning Ahasveros gedraagt zich als een God. Hij waant zich God. En hij tovert de tuin van zijn paleis om tot een waar paradijs. En zeven dagen lang is het feest. Alsof hij de Schepper zelf is, die in zeven dagen hemel en aarde maakte.

‘Alle bewoners van de burcht Susa, van hoog tot laag’ zijn welkom. Dat klinkt opeens reuze sociaal van koning Ahasveros. Maar is dat sociale gerechtigheid, je mogen komen bezatten in de tuin van het paleis? En er zal meer gebeurd zijn in die tuin. De aankleding van de tuin doet het in ieder geval vermoeden. Die draperieën waar sprake van is, en die zuilen en koorden en ringen en die mozaïekvloer en die rustbedden van goud en zilver doen vermoeden dat het eerder een soort openluchtbordeel is. Het zijn in ieder geval allemaal dingen die normaal gesproken te vinden zijn in de koninklijke slaapkamers. De mannen van de burcht Susa mogen delen in ’s konings onderbuikgevoelens. De koning bedwelmt ze. Ze drinken zich tegoed aan onderwerping. Ze worden hier behalve slaaf van de koning ook nog slaaf van hun lusten.

Ja, het feest was voor de mannen. Vrouwen waren er alleen als feestartikel. De Nieuwe Bijbelvertaling verdoezelt dat een beetje, maar er staat toch echt in vers 8: ‘Want zo had de koning bevolen aan al de belangrijken van zijn huis: te doen naar het believen van elke man.’ Nu, dan weet je wel!

Koningin Wasti houdt een drinkgelag in de koninklijke harem. Drinken ze zich moed in? Wasti in ieder geval. Moedig bedankt ze voor de eer zich te laten zien aan haar man en zijn beschonken gezelschap. De koning vraagt haar te komen ‘getooid met de koninklijke hoofdband’. De rabbijnen zeggen in hun uitleg dat dat dan waarschijnlijk ook het enige was wat ze in het plan van de koning aan zou moeten hebben. College Romkes wees ook al op de parallellen met de #MeToo-beweging. Machtige mannen die maar doen en er mee weg komen.

Maar, en hier begint men in de synagoge te gniffelen, die grote, machtige Ahasveros, met zijn rijk van India tot Nubië, zijn 127 provincies, met zijn bedwelmende greep op iedereen die wat is en op al die anderen, die Ahasveros hoort van zijn vrouw een eenvoudig ‘nee’. Die zeven eunuchen, die ontmanden, die haar moesten halen, komen heel beteuterd terug bij Ahasveros. En met hun hoge stemmetjes moeten ze hem zeggen dat Wasti echt niet komt.

En die grote, machtige Ahasveros, met zijn rijk van India tot Nubië, zijn 127 provincies, met zijn bedwelmende greep op alles en iedereen, die Ahasveros weet vervolgens niet wat hij moet doen. Een wereldrijk, oké, maar zijn eigen vrouw… De machtigste man op aarde, die met een pennenstreek miljoenen levens verandert, die met een handgebaar over leven of dood beslist, verandert in een sulletje naast zijn vrouw.

De Raad van State komt in allerijl bij elkaar. Het landsbelang is in het geding. Wat als alle vrouwen opeens nee zeggen? Wat als ze opeens niet meer meedoen? Wat als ze weigeren nog langer als ding, als verlengstuk van hun man, als lustobject op te treden? Wat als ze zich niet langer door mannen laten definiëren als maagd, hoer of moeder?

Wasti wordt afgezet. Met een wet van Meden en Perzen. Er staat zo plechtig dat de koning haar ‘haar koningschap afneemt’. Ja, wie is er eigenlijk koning? Het beschonken sufferdje of Wasti? In dezelfde wet wordt geprobeerd de positie van alle vrouwen in het rijk vast te leggen, want er staat geschreven dat ‘iedere man thuis heer en meester moest zijn, en ook dat hij de taal van zijn eigen volk moest spreken.’ Dat laatste klinkt wat raadselachtig. Het doet ons in ieder geval vermoeden dat er in Ester nog meer zal gebeuren dan een feministische revolutie. Ook de oneerlijke relaties tussen volken zouden wel eens aan de orde kunnen komen. Seksisme, racisme, antisemitisme, kolonialisme, het zijn allemaal koppen van een en dezelfde draak.

Maar wij verkneukelen ons samen met de synagoge al. De -ismen zullen het niet winnen. God kan deze wereld omkeren. En deze Ahasveros zal te maken krijgen met een vrouw uit het voor hem vreemde volk van God, en ze zal hem volledig de baas zijn.

Ondertussen staat hier vanmorgen in het midden van de gemeente ook een tafel. De wijn wordt uitgegoten, het brood wordt gebroken. De Heer richt een maaltijd aan. Wat is overvloed? De overdaad van Ahasveros, of dat hapje en slokje uit de hand van koning Jezus? Wat is beter? De beneveling van de wereld, of de helderheid van Geest die wij hier ontvangen? Wat is mooier? Als mannen drinken onder elkaar, of vrouwen en mannen, oud en jong, homo en hetero, en alles wat er tussenin zit, elkaar ontvangen als tafelgenoten van de Heer? Wat is echte vrolijkheid? Het uitbundige geschater, of de stille blijdschap in je hart?

Het koninkrijk van God is een zaak van vreugde. Er wordt daar vreugdewijn gedronken. ‘Vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ Het koninkrijk van God, groter en machtiger dan het rijk van Ahasveros, is gekomen, als wij elkaar de beker reiken. En tegen elkaar zeggen dat er reden is tot vrolijkheid, ondanks alles.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s