Vanmorgen ging ik voor in de Grote of Barbara Kerk te Culemborg (foto). Ruim tien jaar geleden was ik daar leervicaris (predikant-in-opleiding) bij ds. Henri Veldhuis, die onlangs overleed. We lazen vanmorgen o.a. Lucas 3:1-6. Hieronder de preek die ik naar aanleiding van dat gedeelte hield.

‘Het woord God is voor mij niets meer dan een uitdrukking en product van menselijke zwakheden en de Bijbel een verzameling eerbiedwaardige maar nogal primitieve legenden.’ Was getekend, Albert Einstein.

Afgelopen week werd bij Christies in New York een brief van deze beroemde natuurkundige geveild. Anderhalf kantje, handgeschreven, in het Duits, opbrengst: bijna drie miljoen dollar. De brief staat bekend als ‘de God Letter van Einstein’. In deze brief uit 1954 zet hij zijn visie op religie uiteen. De briljante geleerde kan er niet zo veel meer mee. ‘Het woord God is voor mij niets meer dan een uitdrukking en product van menselijke zwakheden en de Bijbel een verzameling eerbiedwaardige maar nogal primitieve legenden.’

‘Das Wort Gott ist für mich nichts als Ausdruck und Produkt menschlicher Schwächen, die Bijbel eine Sammlung ehrwüriger aber och reichlich primitiver Legenden.’ De Engelse vertaling, die veel bekender is en vaker wordt geciteerd is niet echt sterk, met name niet wat het laatste deel van de zin betreft. ‘The word God is for me nothing more than the expression and product of human weakness, the Bible a collection of honorable, but still purely primitive, legends which are nevertheless pretty childish.’

Het idee dat godsdienst achterhaald is, is sinds Einstein zijn brief schreef steeds meer gemeengoed geworden. Zoals een goed genie betaamd, was Einstein zijn tijd ver vooruit. Atheïsten hebben dus Einstein aan hun kant, als zij God en Bijbel afwijzen. Eerbiedwaardig, maar primitief. ‘Daar kunnen wij ons niets bij voorstellen.’ Wie nog gelooft, houdt vast aan iets wat voorbij is.

‘Daar kunnen wij ons niets bij voorstellen.’ Nu is dat denk ik een misverstand. Een misverstand dat trouwens niet is voorbehouden aan atheïsten. Integendeel, ook goedgelovigen zoals ik zijn er behoorlijk vatbaar voor. En het is heel hardnekkig. Wat niet zo gek is als je bedenkt dat het in de loop van vele eeuwen is ontstaan.

Dat misverstand ontstaat als onze oren het woord ‘God’ horen. Er worden dan meteen bepaalde beelden en overtuigingen geactiveerd in ons hoofd. De meesten denken bij God toch aan zoiets als een geestelijk wezen, woonachtig in een buitenaardse sfeer die hemel heet. Vanuit die hemel grijpt deze God in en heeft hij (of zij!) een mening over goed en kwaad. Volgens gelovigen bestaat deze God, volgens atheïsten niet. Over de definitie van God zijn zij het ondertussen wel min of meer eens.

Maar ja, wat is dat, een geestelijk wezen in een buitenaardse sfeer? Kunnen wij ons daar meer bij voorstellen dan Einstein? Hebben wij enig idee wat we ermee bedoelen?

Neem nu het Evangelie van deze zondag. Na die opsomming van machthebbers, van keizer Tiberius tot hogepriester Kajafas, ‘koning, keizer, admiraal’, horen we dat God zich in de woestijn richt tot Johannes. Dat is alles wat er staat. Alsof Lucas denkt dat wij weten wat hij bedoelt. ‘Het woord van Gods geschiedt aan Johannes’, staat er letterlijk. Dan rijzen de vragen. Want wie is die God? En wat is dat, een woord dat geschiedt? Hoe klinkt dat? En is het vergelijkbaar met iets wat wij ooit gehoord hebben? Wat heeft die Johannes eigenlijk gehoord? Of heeft hij het zich ingebeeld? Voor we het weten is Johannes een religieuze fanaticus en is zijn boodschap voor ons ontoegankelijk. Misschien dat men zich er vroeger iets bij kon voorstellen…

Einstein had kunnen weten dat ons voorstellingsvermogen ook niet alles is. De meeste mensen denken bij relativiteit toch ook niet meer dan ‘alles is relatief’? Nee, vroeger kon men zich inderdaad iets voorstellen bij God. Maar men stelde zich heel iets anders voor dan wij!

De vraag naar God is in de Bijbel de vraag naar de macht. Dat is niet iets wat vreemd en ver weg is. Als in de Bijbel het woordje ‘god’ valt, dan gaat het over een concrete in de samenleving werkzame macht. Er zijn heel veel van dat soort machten, er zijn dus ook vele goden, de Bijbel is daar niet eenkennig in. Er zijn talloze goden, ja. Goden die offers vragen. En dan maar hopen dat je iets terugkrijgt. Ze kunnen je aardig in hun macht hebben.

Israëls God blijkt telkens anders. Hij is herkenbaar aan zijn bevrijdende macht, Hij maakt vrij uit de slavernij van al die andere kwaadaardige machten. Dat is hét thema van het Oude Testament. Daarom gaat het in de Bijbel zo vaak over de Naam van God. God is niet een wezen in de hemel, maar een naam in ons midden. Een naam die iets bij je oproept, die iets met je doet. Als je die naam hoort, dan hoor je de vrijheid!

Voor Lucas is die bevrijdende macht werkzaam in Jezus Christus en ook al in zijn neef en vriend Johannes de Doper. Vandaar die opsomming van Tiberius tot Kajafas. Dat is geen interessantdoenerij van Lucas. Het is ook geen poging om de historiciteit van Johannes of Jezus te bewijzen. Die machthebbers worden opgesomd omdat het precies daarom gaat: macht! Vrijheid of onvrijheid.

Die opsomming van machthebbers laat precies zien hoe dat gaat met macht en hoe het mis gaat met macht. Keizer Tiberius staat helemaal bovenaan de voedselketen van zijn Romeinse Rijk. En het is daarboven eten of gegeten worden. Tiberius’ bewind wordt gekenmerkt door verraad en terreur. Ondertussen liet de man zich – net als de andere keizers – zonder ironie sooternoemen. Redder betekent dat, zeg maar heiland.

Pontius Pilatus is zijn bestuurder in Judea. Onbuigzaam, eigenzinnig en meedogenloos, met grote minachting voor joodse gevoeligheden. Hij moest wel, deed hij het niet, dan vond de keizer wel een ander.

Herodes en zijn halfbroer Filippus zijn vazallen van de keizer. Zo volgen daarin hun vader Herodes op – u weet wel, die van de kindermoord. Zijn rijk wordt na zijn dood verdeeld over Herodes, Filippus en nog twee van zijn zonen. Dat was eerst niet de bedoeling. Er was een andere zoon aangewezen als troonopvolger, maar die werden na paleisintriges door hun vader ter dood veroordeeld. Dan weet je een beetje wat voor familie dit is.

Daarna volgen Annas en Kajafas. Hogepriesters. En dat terwijl er volgens de joodse wet maar één hogepriester tegelijkertijd kon zijn. Ze werden aangesteld door de Romeinen. Ook al niet volgens de regels. En het zorgde ervoor dat deze priesters heel andere belangen hebben dat je van dienaars van God en mensen mag verwachten.

Het is een mooi stel, die machtige mannen. We zullen ze nog tegenkomen. Herodes zal Johannes de Doper laten doden nadat zijn dochter en de alcohol hem het hoofd op hol brengen. Annas en Kajafas zullen Jezus van Nazareth als bedreiging van hun macht uitleveren. Pilatus zal hem na een fake proces ter dood veroordelen.

Tegen die macht, die macht die maar doet, die macht die gericht is op zichzelf, die macht die niet meer weet wat dienst is, tegen over die in slagorde opgestelde machten, richt zich Johannes de Doper, en zal zich Jezus richten. Want tegen die macht richt zich God. Niet geestelijk, maar concreet, niet in de hemel, maar op aarde.

De stem van de profetie klinkt. Bereid de weg, maak recht de paden. De kloof wordt gedicht, waar je als een berg tegenop ziet, wordt geslecht. Recht en effen de weg. ‘…en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.’ Redding. Soteriais het woord dat gebruikt wordt. Gods redding tegenover die zogenaamde redder is Rome. Zijn heil tegenover het onheil van die zelfverklaarde heiland.

In de woestijn klinkt een woord dat ontmaskert en onthuld. Wij leven in een werkelijkheid van machthebbers. Een krachtenveld van machten. Van negatieve spiralen. Van egoïsme en vriendjespolitiek. Van machten die je hooguit gedogen als je je voegt. Van mechanismen die oneerlijk zijn. Van structuren die uitsluiten. Ja, wij leven in een wereld met vele goden.

Johannes ontmaskert dat alles door Gods bevrijdende aanspraak te laten horen. Verkondiging, doop, inkeer, vergeving van zonden. Het klinkt allemaal reuze religieus en kerkelijk, maar wat Johannes doet is zeggen dat het anders kan. Er is een alternatief. Er is een andere weg, de weg van die andere macht, zeg maar God. Maar het zal niet gaan als jij niet jezelf op het spel zet.

Wie de woestijn in durft, kan dat horen. Weg uit het comfortabele leven wat je in de luwte van al die machtspelletjes heus kunt leven. Naar de woestijn. Jezelf tegenkomen. Je eigen gehechtheid aan macht. Je ego. Dat dictatortje in jezelf. De god die je bent in je eigen gedachten. In de woestijn ga je het zien. Je ogen gaan open. En als je het eenmaal ziet, kun je het niet meer niet zien. En je geloof in al die goden neemt zienderogen af. In die zin zouden wij allen atheïsten moeten zijn.

In de woestijn, bij verkondiging en doop, leeft de gemeente dat. Onttrekt ze zich aan de machten. Ontmaskert ze wie meent ongestoord te kunnen heersen. Oefent ze zich in het doorzien van eigen machtsspelletjes. En noemt ze de Naam die alles anders maakt.

 

Advertenties

Een gedachte over “

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s