Ja is ja en nee is nee

Vandaag preekt ik in het kader van het zomerthema ‘Onze favoriete gelijkenissen’ over Matteüs 21:28-31. Een vader vraagt zijn beide zonen te werken in zijn wijngaard. De een zegt ja en doet het niet, de ander zegt nee en doet het toch. We lazen ook Matteüs 5:33-37.

Inleiding

Als uw predikanten dachten wij dat het voor deze zomerse diensten aardig zou zijn als wij zouden preken over onze favoriete gelijkenissen. Afhankelijk van wat je allemaal telt zijn er rond de 40 gelijkenissen. Dus wat te kiezen? Ik koos vanmorgen voor één van de kortste. Twee verzen is de gelijkenis lang. Een vader vraagt zijn beide zonen te werken in zijn wijngaard. De een zegt ja en doet het niet, de ander zegt nee en doet het toch.

Ik koos voor deze gelijkenis omdat ik er nog niet eerder over gepreekt heb. Ik weet wel dat ik in mijn studententijd een hoogleraar hoorde preken over deze gelijkenis. Ik vond die preek fantastisch, al begreep ik er niet veel van en wat ik ervan begreep kan ik u niet navertellen. Nu zich de kans voordoet om mij eens in een gelijkenis te verdiepen dacht ik meteen aan dit korte verhaaltje van Jezus. Er zit genoeg in, maar dat is altijd zo.

Preek

‘Iemand had twee zonen.’ Wie net als de vader in de gelijkenis twee zonen heeft, of wie meerdere kinderen heeft, zal het herkennen. De een is de ander niet. Ze lijken op elkaar, en ze zijn zo verschillend. Het blijft een raadsel hoe uit twee dezelfde mensen soms zulke verschillende kinderen voortkomen. In die zin is deze gelijkenis uit het leven gegrepen. Twee zonen, dezelfde vraag en twee tegengestelde reacties.

‘Iemand had twee zonen.’ Wat de gelijkenis ook heel herkenbaar maakt is de clou van het verhaal. Niets zo irritant als dat iemand niet doet wat hij zegt. Ook dat is uit het leven gegrepen. We maken het allemaal wel eens mee, en dat is frustrerend. En als je zelf een keer niet doet wat je beloofd had te doen dan voel je je niet fijn. Als het onbewust ging, dan schrik je op het moment dat je het je realiseert. En beschaamt moet je toegeven dat je niet hebt gedaan wat je beloofde te doen. Het is een van de pijlers onder ons samenleven: doen wat je zegt. Dat geldt in relaties, in gezinnen, op school, op je werk, in de kerk, in de politiek, wie niet doet wat hij beloofde wel te doen, heeft iets uit te leggen. Practise what you preach.

Het is dus niet moeilijk om deze korte gelijkenis te begrijpen. Nu zou ik u nog een heleboel kunnen vertellen over de achtergrond van deze gelijkenis. Met dat openingszinnetje – ‘Iemand had twee zonen’ – wordt een hele wereld aan verhalen opgeroepen. De hele geschiedenis van Israël kan verteld worden aan de hand van twee zonen. Kaïn en Abel. Ismaël en Isaak. Esau en Jakob. Jozef en zijn broers. ‘Iemand had twee zonen.’

En telkens kiest God voor de jongste. De geschiedenis van God en zijn volk is een geschiedenis van Gods onlogische keuzes, Gods onverklaarbare voorkeur voor het kleine. Zo heeft Israël zichzelf verstaan, uitverkoren te midden van de volken, ondanks zichzelf. Het lag niet voor de hand dat God haar zou kiezen, maar Hij deed het toch. Jezus kent die geschiedenis, dat blijkt op zo veel plaatsen in het evangelie. En het is nog sterker: in de geschiedenis van Jezus herhaal de geschiedenis van Israël zich. God kiest opnieuw. Dat speelt allemaal een rol op de achtergrond van deze gelijkenis.

Ik zou ook nog kunnen vertellen over de context waarin deze geschiedenis in het Evangelie volgens Matteüs voorkomt. We hebben daar al iets van vermoed toen we Jezus hoorde beginnen met de woorden: ‘Wat denkt u van het volgende?’ En uit de afsluitende zin – ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan in het koninkrijk van God.’ – kunnen we opmaken dat onze gelijkenis onderdeel is van een nogal pittige discussie. Het is geen praatje over de heg of bij een bak koffie.

Israël, ook wel ‘de zoon van God’ genoemd, blijkt verdeeld. Jezus debatteert met ‘de hogepriesters en oudsten van het volk’ (21:23). Het debat blijkt te gaan over wie recht heeft op de titel ‘zoon van God’. Wie mag zich zo noemen? De religieuze leiders weten het wel, zijzelf. Jezus wijst naar de collaborateurs en ontuchtigen, de tollenaars en de hoeren, zij zijn op de keper beschouwd betere zonen van God… De impact van Jezus’ woorden laat zich raden.

Maar ik wilde deze zomerzondag maar liever dicht bij onszelf blijven. De gelijkenis van Jezus, los van de rijke Bijbels-theologische en exegetische inhoud, plaatst ons eenvoudig voor de vraag of wij doen wat wij zeggen. Passen ons woorden en daden bij elkaar? Zijn wij mensen uit een stuk, eerlijk, betrouwbaar, transparant? Zijn wij zo mensen die de wil van de vader doen? Dat is wel een vraag om in de rust van de zomer over na te denken.

We kunnen het ook op het geloof betrekken. Gaat het ons daarin alleen om mooie woorden, om diepe gedachten en vrome emoties? Of gaat het ons om concrete daden van liefde en vertrouwen, om het eenvoudige doen van gerechtigheid en barmhartigheid?

In de Bijbel heeft het handelen vaak voorrang op het denken en het voelen. Geloof is in de eerste plaats een manier van leven. Ideeën, meningen en emoties staan in dienst daarvan. Ga het eerst maar doen, voordat je het voelt. Ga het eerst maar doen, voordat je het begrijpt. In onze tijd vol rationaliteit en emotionaliteit heeft dat praktische geloof het niet makkelijk. Dat ervaren wij allemaal. Vanochtend horen wij het opnieuw. Wie diep in zijn hart gaat zoeken of wie er met denken wil komen, doet er beter aan eerst zijn handen te laten spreken. De zomer is een tijd om te kijken wat je hindert om geloof te leven.

Wie deze vragen toelaat, zal nog iets ontdekken. Namelijk dat de gelijkenis uiteindelijk over Jezus Christus zelf gaat. ‘Iemand had twee zonen.’ In die twee zonen is de hele mensheid getekend. Ze houdt ons een spiegel voor. Wij doen zo vaak niet wat wij zeggen, niet helemaal en dat betekent vaak helemaal niet. En ook die andere zoon, die nee zegt, maar het toch doet. Hij doet het beter dan zijn broer, die ja zegt maar nee doet, maar het blijft dubbel. Die dubbelheid zullen we ook tegenkomen als we deze zomer nadenken over de vraag of wij doen wat we zeggen.

Waar is toch de zoon die ja zegt en ja doet? Waar is toch de mens wiens ja ja is (5:37)? De gelijkenis vraagt om Jezus Christus, die je wel dé Zoon van God mag noemen omdat Hij de wil van de Vader doet. Eindelijk een mens waarin eenheid van denken, doen en voelen is. Eindelijk een mens die God volkomen dient in zijn volkomen liefde voor mensen. Eindelijk een zoon die de wijngaard van deze aarde laat vrucht dragen. Die ons ja en nee verzoent. De ene Zoon die de vele dochters en zonen aan elkaar schenkt als medemens.

In alle eenzaamheid heeft Hij gewerkt in de wijngaard van de wereld. Maar daar voegen zich bij hem, de tollenaars en de hoeren. En misschien komen die hogepriesters en leiders van het volk ook nog wel. Ook tegen ons wordt gezegd: ‘Ga vandaag in de wijngaard aan het werk.’

Amen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s