Categorieën
Preek

Weet u heel zeker dat u Kerst wilt vieren?

Onderstaande preek hield ik op de vierde zondag in Advent in de Dorpskerk te Barendrecht. Gelezen was o.a. Jesaja 62:8-63:4.

Weet u heel zeker dat u Kerst wilt vieren? We kunnen nu nog beslissen dat we het niet doen. Dat we dit jaar geen Kerst vieren. Het is laat, dat geef ik toe, maar het kan nog. Geen Kerst. We kunnen gewoon besluiten om het niet te doen. Dat het morgen gewoon maandag is.
Er zijn heel wat ouderen die tegen Kerst opzien. Want als je je ooit oud en eenzaam voelt, dan is het wel met Kerst. Wat is het toch gezellig! Ja, daar zit je dan, alleen, zonder je man, zonder je vrouw. Gezellig? Het is maar wat je gezellig noemt. En natuurlijk, ze halen je op en ze brengen je thuis. Zeg het maar wanneer je naar huis wilt. En dan wil je het niet te vroeg zeggen, maar alles in je schreeuwt: ik wil weg. Maar je houdt je groot. En veel te laat zeg je dan: breng me nu maar naar huis. En dan kom je thuis. Het huis is stil, de kamer is leeg, het bed is koud… Ja, mijn kinderen zijn echt lief hoor. Ze zeggen: Nee, natuurlijk ben je ons niet tot last. Maar het feit dat ze dat zo nadrukkelijk zeggen, maakt jou onzeker. Weet u zeker dat wij Kerst willen vieren?
Ook onze jongeren kunnen opzien tegen Kerst. Het is vaak een drukke periode op school. Allerlei bijzondere dagen, toetsen, feestjes. En dan moet je met je ouders mee naar de kerk, en naar opa en oma en naar nog een opa en oma, en naar vrienden van je ouders. Gezellig noemen ze dat. Maar jij zou liever een dagje rust hebben. Uitslapen. Gewoon met z’n allen op de bank hangen. Maar nee, je moet weer van alles. En van binnen voel je je leeg en verdrietig, het leven vraagt al zo veel van je. Weet u zeker dat u Kerst wilt vieren?
En dan nog al die mensen die tussen oud en jong inzitten. Probeer al die ballen maar in de lucht te houden. Ouders waar je voor wilt zorgen, ook al weet je dat je ze niet echt kunt geven wat ze nodig hebben. Kinderen die niet willen, of in ieder geval iets anders dan jij. Je man of vrouw die je veel te weinig spreekt, maar ja, daar kom je nu ook niet aan toe. Het is een wankel evenwicht. Het ijs is dun, het kraakt, en je hoopt maar dat je soepel overal langsheen schaatst. Nog even, dan is het weer gewoon januari…
En dan was Kerst al een vreemde eend in de christelijke bijt vanwege haar wortels in de heidense midwinterfeesten. En dan is Kerst ook nog een in handen van de commercie gevallen. Weet u zeker dat u Kerst wilt vieren?
Die vraag komt ook op als wij de woorden uit Jesaja tot ons door laten dringen. Willen wij dit wel? ‘Je redder komt!’ Ja, maar moet je daar op hopen? Het lijkt zo mooi allemaal. Maar als die redder dan opdoemt… Zijn keren zijn rood van het bloed. De redder blijkt een wreker.
Om iets te begrijpen van wat Jesaja zegt, moeten we weer eerst even uitzoomen en het boek Jesaja als geheel bekijken. Het eerste deel van dat boek Jesaja ontstond voor de ballingschap. We hebben het dan over de eerste 39 hoofdstukken. De profeet legt een link tussen het sociale onrecht en de godsdienstige wantoestanden in de samenleving en de dreigende ballingschap. God straft ons, omdat we niet omkijken naar elkaar, omdat we de zwakken onrecht aandoen, omdat het oneerlijk verdeeld is onder ons.
De ballingschap is gekomen. Het volk is afgevoerd. En daar in Babel likken ze hun wonden. Dan, op een dag, klinkt opnieuw een stem. Een stem als die van Jesaja. ‘Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.’ Jesaja 40. Nu klinkt de boodschap dat God zijn volk niet vergeten is. Hij zal hen doen terugkeren naar hun land en Jeruzalem zal weer trotse hoofdstad zijn en samen zullen ze de HEER dienen in zijn tempel.
Maar het liep toch anders. De terugkeer naar het land wordt geen succes, althans niet zo’n glorieus succes als gehoopt. Vanaf Jesaja 56 gaat het daarover. Lang niet het hele volk was teruggekomen naar het beloofde land. En daar was het ook gewoon doorgegaan. Zij die terugkeerden zijn vluchteling in eigen land. De herbouw van de tempel schiet ook al niet op. De omringende volken zijn ook niet blij en vallen geregeld aan. Vooral Edom stelt zich agressief op. Er kwam al met al niet veel van terecht van het ideaal van één volk, één land, één tempel, één hoofdstad, één God.
Nog eens moeten de profeten van Israël hun situatie doordenken tot op God. Ze nemen geen genoegen met makkelijke antwoorden, met gemeenplaatsen en clichés. De profeten ontdekken dat terug naar af, terug naar vroeger, ook niet alles is. God is niet degene die er voor zorgt dat wij ons leventje terugkrijgen. Hij is niet het sluitstuk op onze idealen. God is anders. God heeft een ideaal dat anders is. Een ideaal haaks kan staan op onze plannen. Een gevaarlijk ideaal dus. Gods gerechtigheid is levensgevaarlijk, ook voor degene die zich tot “Zijn eigen volk” rekenen.
Nu naar onze tekst. In Jesaja 62 en 63 gaat het over de komst van de Heer, over de redder. Maar de redder is anders dan gedacht. In hoofdstuk 62 wordt Jeruzalem toegeroepen dat Hij komt en in hoofdstuk 63 komt Hij. Maar wat zien we daar?
Er komt iemand uit de richting van Edom, de grote vijand van de teruggekeerde ballingen. Een koning doemt op uit de mist. We zien zijn silhouet. Langzaam krijgt hij kleur en we zien zijn purperen mantel. ‘Hoe komen uw kleren zo rood?’ klinkt een stem. Het lijkt wel alsof hij druiven heeft geperst, dan zit je ook onder het rode druivensap.
Maar het is geen sap. ‘Ja, ik heb de perskuip getreden.’ Het klinkt grimmig. In de perskuip geen druiven, maar vijanden. En de koning heeft ze vertrapt. Deze redder komt terug van een strafexpeditie tegen Edom. Deze ridder komt van het slagveld.
Weet u heel zeker dat u Kerst wilt vieren? Zijn wij bestand tegen wie komen gaat? Het Kerstkindje gewikkeld in doeken is ook een held met een bloedrode mantel. Hij komt om het onrecht recht te zetten. Hij is niet alleen een aaibaar kindje, je deinst ook voor Hem terug.
Kerst wil ook zeggen dat God een eind maakt aan alle ongerechtigheid. En denk maar niet dat het dan alleen om de anderen gaat. Ook onze ongerechtigheid zal ter sprake komen, ja, zal gewroken worden. Weet u heel zeker dat u Kerst wilt vieren?
Ook wij moeten op deze dag voor Kerst onze situatie nog eens doordenken tot op God. En dan zien we dat Kerst geen gezellig feestje is. Kerst gaat over God die in alle eenzaamheid komt, als eenzame krijger, om sterker te zijn dan het kwaad. Hij treedt de perskuip alleen.
Misschien dat alle gevoelens van eenzaamheid en vermoeidheid die ook bij Kerst horen ons juist wel daar mee in contact brengen. Met Gods eenzaamheid en vermoeidheid. Hij komt in ons verloren paradijs. Hij komt om juist in te gaan om onze machteloosheid, ons onvermogen, ons falen, onze schuld.
Dan heb je niet alles zelf in de hand. Dan is Kerst niet het antwoord op jouw vragen, niet de sleutel op het slot van jouw leven. Dan is Kerst verontrustend, maar diep van binnen besef je, met minder dan God zelf en zijn gerechtigheid kunnen wij niet toe.
Later, toen het ‘kindeke teer’ was opgegroeid, zagen zijn volgelingen tot hun afgrijzen dat Hij aan een kruis werd gespijkerd. De opmerking in Jesaja dat Hij alleen de perskuip heeft getreden, hebben christenen de eeuwen door opgevat als verwijzing naar Christus’ eenzaam lijden. Wij stonden erbij en keken ernaar. En er ging een zwaard door ons hart.
Maar, ten derde dagen, blijkt dat het einde het einde niet was. De Heer is als de levende bij ons. Nog eens moeten wij onze situatie doordenken tot op God. Hij heeft zelf het oordeel gedragen. Hij heeft zelf de gerechtigheid die Hij eist ook gegeven.
Weet u heel zeker dat u Kerst wilt vieren? Het kan alleen als het gaat over wat er echt gebeurd is en als het gaat over het echte leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s