Categorieën
Palestina-Israël Preek

Keizer Augustus

Deze preek hield ik in de Kerstnachtdienst op 24 december 2017 in de Dorpskerk te Barendrecht. Gelezen was o.a. Titus 2:11-14 en natuurlijk Lucas 2:1-20.

‘En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Trump, dat geheel Jeruzalem erkend moest worden als hoofdstad van het rijk. Deze erkenning vond plaats toen Netanyahu het bewind over Israël voerde…’

Dat Kerstevangelie is geen verhaal uit vervlogen tijden. Onze Palestijnse broeders en zusters, op dit moment bijeen in kerken in Jeruzalem, in Bethlehem, in Nazareth, noem maar op, zij weten daar alles van. Zij zijn niet alleen geografisch dichtbij de plek waar het gebeurde. Zij ervaren nu, en steeds weer, in hun eigen bestaan dat het nog zo is als in het Kerstevangelie.

Nog zijn er de machthebbers die doen waar ze zin in hebben. Die met een pennenstreek de levens van duizenden overhoop halen. En ze komen er nog mee weg ook, zo lijkt het.
Ja, zo lijkt het. In werkelijkheid heeft die Augustus geen idee wat hij doet. Ja, hij denkt het te weten. Hij denkt dat een volkstelling fiscaal en militair voordeel biedt. Meten is weten, kennis is macht. Zo denkt Augustus. Hij denkt zoals wij allemaal heel makkelijk denken. Hij denkt zoals onze tijd denkt. Onze tijd van big data en sleepwetten. Onze tijd van schaalvergroting en standaardisering. Onze tijd van maakbaarheid en beheersing. Ja, wij kennen die Augustus maar al te goed.

Augustus denkt te weten wat hij doet. Maar hij heeft geen idee. Alle mensen in zijn rijk moeten zich laten inschrijven in hun geboortestad, in de stad van hun voorvaders. Lucas legt uit dat Jozef de zwangere Maria daarom meeneemt naar Bethlehem, want Jozef stamt af van koning David, die inderdaad uit Bethlehem kwam.

Terug naar de plaats waar je vandaan komt. Waar kennen we dat toch van? Wie in de Bijbel gaat bladeren komt dat ergens anders nog eens tegen. Je moet ver terug, helemaal tot in Leviticus 25. Ook daar gaat het over terugkeer naar waar je vandaan komt. Je komt er terug, en je krijgt het ook terug, want in Leviticus 25 gaat het over het Jubeljaar.

Elk vijftigste jaar was een Jubeljaar in Israël. Dan keerden de Israëlieten terug naar hun thuisstad en kregen de families hun land terug. Elke vijftigste jaar begon je met een schone lei.

Het klinkt misschien allemaal wat vreemd in onze hyper-kapitalistische oren, maar het heeft wel wat. Wie in vijftig jaar veel meer had verzameld dan nodig was, ging terug naar het heilzame genoeg. En wie in vijftig jaar tot armoede was vervallen, kreeg opnieuw de kans op een zelfstandig bestaan.

Keizer Augustus kondigt zonder het door te hebben een Jubeljaar af. De geboorte van Jezus Christus is een Jubeljaar. Dat wil Lucas ons zeggen. Als hij even verderop in zijn evangelie vertelt hoe Jezus voor het eerst het woord neemt in de synagoge, horen we Jezus lezen uit Jesaja: ‘‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven,om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

Het genadejaar van de Heer is begonnen. De Augustussen van deze wereld, hoe indrukwekkend ook, ze zullen het niet redden. Ze zullen ons niet redden en ze zullen zichzelf niet redden. We zien een volkstelling, maar het is een Jubeljaar. We zien de willekeur van de machthebbers, maar het is de opmaat tot gerechtigheid. We zien een keizer die doet wat hij wil, maar hij is een instrument in Gods hand. We zien een weerloos baby’tje in een voederbak, maar het is de redder van de wereld.

De vraag van het Kerstevangelie is of wij ook zo naar onze wereld en onze levens willen kijken. Staren we ons blind of openen we onze ogen? Zien wij macht of zien wij de zachte krachten die zullen winnen in het eind? Zien wij onszelf als machtelozen of als mensen aangesproken, uitgedaagd het genadejaar van de Heer te verkondigen?

Zouden we daar niet geweldig van opknappen, van zo’n jubeljaar? Dat we los kunnen laten, kwijt kunnen raken wat te veel is. Al dat overtollige in ons bestaan, alles wat we verzameld hebben, maar ons niet gelukkig maakt. En wat zou het heerlijk zijn als ieder genoeg kreeg. Als iedereen de kans kreeg op een waardig bestaan. Wat zou het heerlijk zijn als Jeruzalem nu eens echt de stad van de vrede zou zijn. Eén stad, twee volken, drie religies, toonbeeld van vrede voor iedereen.

Met Kerst heeft God de publiciteit gezocht. En nog zoekt Hij de publiciteit voor zijn project van redding, van vrede en gerechtigheid. Hij zoekt de publiciteit in ons bestaan. Dat we zeggen dat het zo niet langer kan. Dat we de machthebbers ontmaskeren. Dat we laten zien waar ze mee bezig zijn. Dat we ons verzetten. Niet met geweld, maar met dezelfde ironie als waarmee Lucas laat zien dat die Augustus zelf aan de wieg staat van van een beweging die zijn Romeinse Rijk lang overleven zal. Het kwaad heeft zijn langste tijd gehad. Het kan er niets aan doen, maar het kwaad zal meewerken aan het goede.

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s