Categorieën
Preek

Naar binnen kijken

Lees hieronder de preek die ik op zondag 5 maart hield in de Dorpskerk in Barendrecht. Gelezen was Jesaja 58:1-9 en Matteüs 4:1-11. De Psalm van de zondag was Psalm 91.

Hoe zou Donald Trump preken over de verzoeking in de woestijn? ‘Verzoeking, ja, daar weet ik alles van. Als er iemand verzocht wordt, dan ben ik het wel. Nog nooit heeft iemand zo’n taak op zich genomen als ik. Maar ik ben dan ook de enige die er door kan komen. De duivel doet het in z’n broek voor mij. Hij weet zal niet weten ‘ie meemaakt. Met deze handen gooi ik hem er uit. Make the dessert great again!’

Hoe zou Geert Wilders preken over de verzoeking in de woestijn? ‘Nederland is een woestijn. De linkse elite hebben ons laten zitten en nu zitten we in een droog en stoffig land. En van alle kanten worden we besprongen door geradicaliseerde extremisten met hun afschuwelijke verzoekingen. Daarom vraag ik jullie: willen jullie meer of minder demonen? Dan gaan we dat regelen!’

Misschien denkt u: niet weer over Trump en Wilders! Ik kom in de kerk om even los te komen van dat negatieve gevoel wat zulke types oproepen. Ik word ongelukkig van al die aandacht voor hen. Dat zware gevoel wat ze oproepen, dat wil ik hier juist niet hebben.

Ik schreef in Klankbord al dat ik was aangesproken door wat Jean-Jacques Suurmond schreef over Trumpmoeheid. Suurmond vroeg zich af of die vermoeidheid ten diepste niet duidt op een moe zijn van onszelf. Want waarom raken Trump en Wilders ons zo? Misschien wel omdat onder een dun laagje beschaving bij ons van binnen ook spookt. Lijken wij misschien wel veel meer dan we willen op hen? Raken we moe van al dat in de spiegel kijken?

Ook wij voelen ons gekwetst als we kritiek krijgen. Ook wij verlangen naar een complimentje, naar goedkeuring. Ook wij verlangen naar macht. De macht om alles wat je tegenstaat van je af te duwen, weg te werpen. Ook wij zijn wraakzuchtig, gekrenkt en vol van onszelf. Ook wij zien het liefst wat onze kijk op de werkelijkheid bevestigd.

Het enige verschil is dat wij het er een beetje onder houden. En dat wij niet in de positie zijn om te doen wat Trump en Wilders doen. Maar verder zie je bij die twee de mens zoals hij is. De mens zoals wij die ontmoeten als we naar binnen kijken.

Suurmond schrijft dat Trump dat niet doet, naar binnen kijken, en ik maak me sterk dat voor Wilders hetzelfde geldt. Ik kijk niet naar binnen, ‘omdat ik misschien niet leuk vind wat ik dan zie’. Dat schat Trump dan weer wel goed in. Wat je bij jezelf zult tegenkomen kan tegenvallen en ja, dat kun je voorkomen door gewoon niet naar binnen te kijken.

Zolang je weigert bij jezelf naar binnen te kijken, zolang je vlucht voor jezelf, blijft ons binnenste klein, blijft het bekrompen, blijft het bedompt. Als de deur van je hart dicht blijft, valt er geen licht naar binnen, waait er nooit een frisse wind rond. Maar het kan, en het gebeurt.

Je kunt ook niet vluchten, je kunt ook wel naar binnen kijken, en het gebeurt. Jezus deed het. Veertig dagen in de woestijn, dan kom je jezelf wel tegen. En als de duivelse verzoekingen dan komen, dan ontmoet Jezus juist die verleidingen die ieder mens vroeg of laat een keer tegenkomt.

‘Maak van stenen brood! En je hebt nooit meer honger.’ Wat zouden we het graag willen. Overvloed. Meer dan genoeg hebben. Rijk zijn. Niets tekort komen. Gewoon lekker altijd alles kunnen doen en laten. Alsof wij dat aankunnen. Alsof overvloed niet hebberig maakt. Alsof eten geen vlucht wordt voor je gevoelens. Alsof geluk ook maar iets te maken heeft met overvloed.

‘Spring dan! Laat je dragen.’ Wat zouden we het graag willen. Dat het leven vanzelf gaat. Dat het niet uitmaakt. Dat je kunt doen wat je wilt, en als het tegenzit, al je misstapt, dan vangt God je wel op. Alsof God zo is. Alsof onze vroomheid zo belangrijk is. Alsof het gaan van een geestelijke weg niet gaat over vallen en opstaan. Alsof leven zonder pijn wel echt leven is.

‘Aanbid mij! Ik geef je de wereld.’ Wat zouden we dat graag willen. Dat we groots en meeslepend leven. Gezien zijn, invloedrijk zijn, met een gebaar de problemen oplossen, alles van tafel vegen wat tegen zit. Alsof wij daarvoor gemaakt zijn. Alsof roem z’n tol niet eist. Alsof het gewone leven in al zijn eenvoud en kwetsbaarheid niet veel grootser is dan de glitter en de glamour. Alsof jij niet veel bijzonderder bent dan al die beelden waar je je aan spiegelt.

Jezus vocht in de woestijn met de demonen, de angsten, de wensdromen en agressie, in zichzelf. Hij gaf niet toe aan de verleidingen waar het mensenleven vol van is. Hij zei nee tegen de weg van de minste weerstand, tegen de geestelijke gemakzucht en de denkluiheid. Jezus citeert Bijbelteksten, maar het is geen biblicisme wat we bij Hem ontmoeten. Het is levend geloof, een geloof dat rekent met de levende God, een geloof dat God God laat zijn.

Zoals Jezus veertig dagen hongerde in de woestijn, zo is de kerk afgelopen woensdag de Veertigdagentijd ingegaan. Ook wij komen in de woestijn van de vastentijd. En ook wij kunnen niet ontsnappen aan onszelf. De Veertigdagentijd kan een plek worden waar we veel leren. Een plek waar we dingen zien bij onszelf die we niet leuk vinden. Droogte, dorheid. Stoffig is ons geloof en grijs is ons denken. En dan is er onze behoefte aan bevestiging. En de verleiding om van God iemand te maken die er is voor ons, en ons geestelijke gemak.

Jezus zag onder ogen wat een mens is en aan welke verleidingen een mens bloot staat. Hij zag wat er leeft in ons hart. En Hij nodigt ons uit om ook in de spiegel te kijken, naar binnen te kijken. Wie durft te kijken leert zichzelf kennen. Maar dat niet alleen. Wie durft te kijken, leert ook God kennen. De levende God. Wie durft te kijken, durft die God God te laten zijn.

Wie die God ontmoet, die wordt een ander mens. Die wordt een mens in de woestijn. Een mens die weet van leegte en dorheid, in zichzelf, in de wereld om hem heen. Een mens die het daarbij uithoudt ook, die niet wegloopt, die niet wegvlucht in allerlei wensdenken of wraakfantasieën. Een mens die solidair is met ieder die hij tegenkom in die woestijn. Een mens die gewoon durft te zijn. Een mens die in het klein gewoon gelukkig durft te zijn. Ja dat ook.

Want daar loopt het op uit, ook bij Jezus. De duivel stelt Jezus op de proef door Psalm 91 te citeren. ‘Er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal hij opdracht geven om u op hun handen te dragen…’’ Jezus wijst die uitleg van de Psalm resoluut af. Maar het eindigt ermee dat de engelen toch komen. ‘Om voor hem te zorgen,’ staat er. Er wordt voor je gezorgd in de woestijn.

Dat is Bijbels geloof. Dat is het geloof waarin Jezus zijn weg is gegaan. Dwars door de woestijn, tot in de dorre doodswoestijn. Hij hield het uit, want er werd voor Hem gezorgd. Er waren engelen, hemelse boodschappers. God is indirect nabij. Dat wordt ons verkondig. En het is ook de ervaring van zo vele gelovigen. Dat ook waar het leeg is, waar geleden wordt, waar niets dan droogte heerst, dat daar toch zorg wordt ervaren. Waar God afwezig lijkt, waar God niet redt, daar geldt toch: ‘Roep Mij aan, Ik geef antwoord!’ Waar mensen niet bezwijken voor de verleiding om waar God afwezig schijnt te grijpen naar snelle conclusies en makkelijke antwoorden. Waar mensen het uithouden in het gewone leven. Daar, in ons concrete bestaan, staat Jezus ons terzijde. Hij heeft het gered. Hij redt het. Hij redt ons.

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s