Categorieën
Preek

Kan een christen op de PVV stemmen?

Preek op zondag 26 februari in de Bethelkerk te Barendrecht. Gelezen werd 1 Petrus 2:1-17.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters en broeders,

Er wordt naar ons gelonkt. Opeens zijn wij als christenen weer interessant. Allerlei politici proberen ons het hof te maken. Het is immers verkiezingstijd en christenen zijn van die brave burgers die ook nog eens massaal gaan stemmen.

En dus geeft Mark Rutte ons in overweging dat ook de VVD de christelijke waarden kan verdedigen. En prompt roept zijn fractievoorzitter Halbe Zijlstra de HEMA tot de orde omdat ze paaseieren geen paaseieren meer noemt. Want paaseieren, dat is pas christelijk. Geert Wilders twittert maar wat graag dat alleen bij de PVV de joods-christelijke traditie veilig is. #hoedangeert En Thierry Baudet flirt ook heel opzichtig met christelijke kiezers met mooie woorden over onze eeuwenoude christelijke cultuur, ook al kon hij niet voorkomen dat zijn aanhangers afgelopen week de predikant van een Haagse kerk waar een debatavond werd gehouden bedreigden.

Als je het zo bekijkt is het vooral rechts wat aan ons trekt. Links is stiller. Waarom weet ik niet. Je kunt met een verwijzing naar christelijke waarden als barmhartigheid, gastvrijheid en gerechtigheid toch ook een heel links verhaal ophangen. En ik ken genoeg mensen voor wie dat hét verhaal is.

En dan heb je nog de traditionele christelijke partijen zoals het CDA, de ChristenUnie en de SGP. Kortom, we zijn in beeld, we doen weer helemaal mee. In ieder geval tot 15 maart.

Nu werd er afgelopen week een petitie gelanceerd waarin theologen tegen al die flirtende politici zeggen: denk niet dat het makkelijk is om een koppeling te maken tussen jouw politieke belangen en het christelijk geloof. We kennen niet voor niets de scheiding tussen kerk en staat. En zei Jezus zelf niet dat zijn koninkrijk niet van deze wereld is? Jezus is eerder iemand die ontregeld, dan iemand die beleid ontwikkeld. Hij heeft het over de andere wang toekeren, over vijanden liefhebben, over zeven maal zeventig maal vergeven. Daar kun je geen beleid op baseren.

De petitie stelde ook – en daar kwam de meeste kritiek op – dat het christelijk geloof een uitnodigende geloof is en een barmhartig geloof. En dat dus al die rechtse politici die de christelijke cultuur willen gebruiken om anderen buiten de deur te houden, af te wijzen, eigenlijk laten zien dat ze het christelijk geloof niet begrijpen.

Tijs van den Brink schreef in een reactie dat hij vond dat de opstellers van de petitie daarmee lieten zien dat ze het ongenoegen en de angst in ons land, ook onder christenen, niet diep genoeg peilen. Er is ook onder christenen de behoefte om de invloed van andere culturen in ons land paal en perk te stellen. Er is – zo zeggen zij – ook nog eens zoiets als een God die ieder zijn plek geeft, en dat niet voor niets.

De apostel Petrus schrijft in een tijd dat er politiek ook van alles aan de hand is. De christelijke gemeente is een kleine minderheid in Klein-Azië. Hun levensstijl roept vragen op bij de Romeinse bezetter en leidt ook tot irritaties bij hun medeburgers. Petrus schrijft zelfs dat sommigen hen ‘misdadigers’ noemen. Zij zijn in ieder geval anders, doen niet mee aan wat iedereen doet. Niet dat ze apart willen zijn om het apart zijn, ze staan gewoon anders in het leven. En dat wordt gezien.

Hun levensstijl is een levensstijl van eenvoud, vreugde en barmhartigheid. ‘U hebt toch ondervonden hoe goed de Heer is?’ schrijft Petrus en daarmee is de toon gezet. De Heer is goed, dat is uiteindelijk de innerlijke energiebron van een christen. In alle succes en verdriet is dat uiteindelijk onze belijdenis. De Heer is goed, heel erg goed.

En dan vallen bij Petrus als vanzelf nog meer positieve woorden: groei, redding, opbouw. Ja, wij worden gebouwd in een bouwwerk waarvan Jezus Christus zelf de hoeksteen is. Op hem leunen wij, Hij geeft ieder van ons een plaats en Hij geeft ons met elkaar samenhang. Petrus begint met beeldspraak uit de bouw. En hij stapt dan over op politieke taal. En dat is waarom ik juist dit gedeelte wilde lezen vandaag.

Er is een politiek woord in onze lezing dat ook in onze krantenkoppen vaak opduikt. Ik bedoel het woord ‘volk’. Bij ons gaat het ook telkens over ‘het Nederlandse volk’ en dan vooral om de vraag wie daar wel bij hoort en wie daar niet bij hoort.

‘Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk.’ God maakt ons tot een volk. Er staat niet: Eens was u het volk van die en die en nu bent u het volk van God. Nee, zonder God waren we niet eens een volk. We waren niks. Loshangend zand.

Dat was nogal een uitspraak van Petrus. Het Romeinse Rijk deed zich voor als een geoliede machine. Vele volken werden door geweld en slimheid tot eenheid gesmeed. Het leek heel wat. Geen volk, zegt Petrus. De apostel ontmaskerd.

Misschien kunnen wij in onze tijd daar wel iets van begrijpen. Wij rekenden op ons Romeinse Rijk. De markt zou zorgen voor eindeloze groei en als maar toenemende welvaart. De economie zou de motor zijn van steeds snellere vooruitgang. Maar die economie maakte ons niet tot een volk. Het maakte ons tot individuen die elkaar nauwelijks verstaan en weinig geduld hebben met elkaar. De economie blijkt een afgod. Je offert veel, zo niet alles aan haar, maar waar is ze als je haar nodig hebt?

Geen volk, zegt Petrus. Een volk, dat kan alleen God van je maken. In die zin klopt het wel dat ons probleem is dat we vervreemd zijn geraakt van onze christelijke wortels. We weten niet meer wie we zijn. Er is geen groot verhaal meer wat ons bindt. Er is geen God meer die we samen dienen.

Daarin hebben die rechtse politici dus wel gelijk. En ook zij die zich zorgen maken over ons land. En ook zij die bang zijn voor de veranderingen in onze samenleving. Hun diagnose klopt ja. Maar daarmee is nog niet gezegd dat ook de behandeling die zij voorstellen de juiste is.

Je hoeft het niet in alles met Angela Merkel eens te zijn, maar ze had wel een punt, toen ze, door een boze burger gevraagd hoe zij het christelijk Europa dacht te verdedigen, zei: ‘Als u zich daar zo’n zorgen om maakt, waarom gaat u dan niet wat vaker naar de kerk?’ De beste investering in onze samenleving, onze christelijke samenleving, is investeren in geloof, ja in kerkgang. De beste investering in onze samenleving is opnieuw leren putten uit de bronnen van het christelijk geloof.

Wie dat doet zal trouwens merken dat het christelijk geloof eerder gaat over de kern dan over de grenzen. De kern, dat is Jezus Christus, dat is Gods liefde voor een verloren wereld, dat is ‘U hebt toch ondervonden hoe goed de Heer is?’ De Heer is goed, dat is een uitspraak zonder grenzen.

En tegelijkertijd moet je denk ik op basis van wat Petrus schrijft ook altijd in het oog houden dat christen-zijn en Nederlander-zijn twee verschillende dingen zijn. Christenen zijn een apart volkje, ja en ze zijn ook een apart volk. ‘Een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.’ Ik heb nog geen politicus – links of rechts – horen zeggen: Nederland is het land dat uit het donker naar Gods wonderbaarlijke licht is geroepen. Het zou wat zijn…

Christenen zijn een apart volkje. Een volk binnen het Nederlandse volk. En tegelijkertijd een volk dat de grenzen van Nederland overstijgt. Petrus noemt dit volk ‘een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft’. Petrus gebruikt allemaal woorden die wijzen op een uitzonderingspositie. Uitverkoren, priesterlijk, heilig – dat wil zeggen apart gezet, en door God verworven. Opgetild uit het gewone, losgemaakt uit de grote massa, uitgezonderd.

Christenen nemen kennelijk een uitzonderingspositie in. Een door God gegeven uitzonderingspositie. En dus kan niemand – links niet, rechts niet – ze claimen. ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld,’ zei Jezus. En dus zijn wij dat ook niet. En dus kun je christelijk niet claimen voor je ideeën over Nederland.

Over die uitzonderingspositie moet nog wel iets gezegd worden. Want wie zich uitzonderlijk voelt, valt makkelijk ten prooi aan arrogantie en egoïsme. Petrus gebruikt voor de uitzonderingspositie van de gemeente het woord ‘vreemdelingen’. En vreemdelingen namen in het Romeinse Rijk geen andere positie in dan de vreemdelingen in onze dagen. Ze stonden niet in hoog aanzien en hadden niet zo veel invloed. Christenen hebben wel een hoge roeping, maar ze hebben het niet hoog in de bol. We zijn en blijven vreemdelingen. En om dat woord voor jezelf te gebruiken in plaats van voor een ander is van grote betekenis, zeker vandaag de dag.

Is nu duidelijk op wie een christen stemmen moet? Nee, Petrus geeft geen stemadvies. De Bijbel is geen kieskompas, geen stemwijzer. Toch wordt er wel een richting aangegeven in wat Petrus schrijft. Twee dingen wil ik er ten slotte uitlichten.

Ten eerste de manier waarop Petrus schrijft over de keizer. Die moet je erkennen en respecteren. Wij hebben geen keizer, maar we hebben wel een rechtstaat, een democratie. Wij hebben een overheid, bestuurders, rechters, politici. Een christen heeft daar respect voor, ja durft zich te laten regeren. Want christenen zijn vrije mensen, innerlijk vrije mensen, innerlijk bevrijdde mensen.

Daarover gaat het tweede wat ik er uit licht. Een zin die vandaag de dag geschreven zou kunnen zijn: ‘Leef als vrije mensen, maar verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, handel als dienaren van God.’ Misbruik uw vrijheid niet. Handel als dienaren van God. Want op wie wij ook stemmen, van PVV tot Denk, van SGP tot Jezus Redt, wie er ook gekozen wordt, regeren dat doet alleen God.

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s