Categorieën
Preek

Een autobiografische gelijkenis

Preek op zondag 19 februari 2017 in de Dorpskerk te Barendrecht. Gelezen werd Genesis 1:9-13 en Lucas 8:4-15.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

De gelijkenis van de zaaier, of beter gezegd, de gelijkenis van het zaad is niet heel erg moeilijk te begrijpen. Als we de gelijkenis leggen naast onze persoonlijke ervaring dan zien we dat ook bij ons het woord van God het moeilijk heeft. Het valt maar af en toe in goede aarde. Vaker zijn we te druk, te bedroefd, te vol vragen, te veel bezig met onszelf om echt goed te luisteren. ‘Zorgen, rijkdom en de genoegens van het leven’, zegt de gelijkenis. Ja, daar kunnen wij ons wel iets bij voorstellen.

Ook als we om ons heen kijken, dan lijkt de gelijkenis helemaal gelijk te hebben. Het woord van God dat in ons land met zulke brede gebaren is uitgezaaid, draagt maar weinig vrucht. Volle kerken worden lege kerken. Ontwijfelbaar christelijk geloof wordt verwaterd liberaal christendom. Het heeft allemaal zo weinig diepgang vandaag de dag en er schiet allerlei onkruid van onrecht en onverdraagzaamheid op. Ja, Jezus heeft helemaal gelijk. Niet zo moeilijk als je de Zoon van God bent, maar toch.

Nu is er wel iets aan de hand in deze gelijkenis. Je zou denken dat Jezus over het zaad vertelt op het moment dat het Hem tegenzit, op het moment dat slechts weinigen naar zijn verkondiging luisteren. De gelijkenis klinkt als een verklaring voor afnemende belangstelling, voor krimpende kerken. Maar het tegendeel is het geval. Jezus is hier op het toppunt van zijn roem. Zijn populariteit is ongekend. Hij staat bovenaan in alle peilingen. Vanuit de steden stromen de mensen toe, allemaal willen ze een glimp van Jezus opvangen. De leerlingen zullen er van hebben staan kijken. En ze zullen gefantaseerd hebben over de kansen die Jezus’ grote populariteit biedt. De twaalf spindoctors.

Jezus spreekt over het woord van God dat het moeilijk heeft niet als de kerken leeg zijn gelopen, maar als de kerken stampvol zitten. Jezus is niet iemand die geniet van zijn succes. Hij kan er niet van genieten. Hij doorziet de mensenmenigte. De menigte, de grijze massa. Verleidelijk om je in te verschuilen, maar voor je het weet sta je te schreeuwen. De menigte is in het evangelie altijd én Jezus’ publiek én Jezus’ grootste bedreiging. Hij weet, voorvoelt wat Hij nog van ze kan verwachten. Uiteindelijk zullen ze schreeuwen: ‘Kruisig Hem! Kruisig Hem!’ We zijn op weg naar Pasen, nog zestig dagen, het lijden is niet ver weg.

Jezus weet van de grens die dwars door de werkelijkheid loopt. De grens van geloof en ongeloof. De grens die dwars door volken, dwars door gezinnen loopt. De grens die zich ook in onze dagen zo scherp aftekent.

Jezus weet van de grote scheiding. Hij voltrekt zelfs die scheiding. Zijn leerlingen horen de uitleg van de gelijkenis, de menigte niet, ‘opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen’. Dat klinkt uitermate onaangenaam. Het klinkt oneerlijk. Als je mensen de betekenis van je woorden onthoudt, vind je het dan gek dat die woorden niet in goede aarde vallen? Als je de menigte het achterste van je tong niet laat zien, vind je het dan gek dat ze zich op enig moment tegen je keren?

Jezus veroorzaakt zelf de scheiding die Hem uiteindelijk zijn leven kost. En, zo zegt het evangelie er bij, zo is God onder ons aan het werk. Dat is de harde pit van het evangelie. God veroorzaakt een tweedeling. Jezus Christus is het sterretje in de voorruit van de geschiedenis. Het kruis slaat een barst in ons bestaan. En sindsdien scheurt de geschiedenis in tweeën. Niet te stoppen is het. En zo oordeelt God ons.

In de theologie is dat later Gods verkiezing gaan heten. God staat niet buiten de tweedeling van geloof en ongeloof in onze wereld. Ja, uiteindelijk is God er zelfs de oorzaak van. Dat is een vermetele bewering. Maar wat moet je anders? Beweren dat de grote scheiding in de wereld buiten God omgaat, Hem overkomt, is dat een aantrekkelijkere optie? God die het allemaal ook maar een beetje overkomt…

Er zijn kerken waar het wekelijks uitkomt op Gods verkiezing. In onze kerken valt het woord zelden tot nooit. We voelen ons er ongemakkelijk bij. Het klinkt ons te veel als het noodlot in de oren. En we hebben veel meer behoefte aan een verhaal wat ons verbindt, juist ook met wie niet gelooft. Want we komen hen zo massaal tegen, in de klas, in de kantine, op de galerij, aan de ontbijttafel. We herkennen zo goed wat er in de gelijkenis wordt beschreven. En juist dat maakt deze gelijkenis ongemakkelijk. We willen liever kijken naar wat ons bindt en niet naar wat de verschillen zijn. Wij lijden aan de verschillen dat Jezus hier beschrijft. Het doet ons pijn.

Op het eerste gezicht lijkt Jezus er minder moeite mee te hebben. Maar of dat echt zo is, betwijfel ik. Jezus eindigt zijn woorden tot de menigte door te zeggen: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’ Hij zegt het ‘met luide stem’, het kan niemand zijn ontgaan. Iedereen wordt bereikt. Wie oren heeft om te horen… En wie heeft er geen oren om te horen? Jezus’ verkondiging is inclusief. Iedereen is er bij inbegrepen. Iedereen mag zich aangesproken voelen.

En dan zijn die woorden ‘Laat wie oren heeft om te horen goed luisteren!’ ook nog iets anders. Want wie heeft oren als God? Wie luistert er met meer aandacht naar de Zoon dan de Vader? Jezus’ luidde uitroep is een gebed. Een gebed om ontferming. Want begrijpt God dan niet wat voor nood de vruchteloosheid van de wereld voor Jezus betekent? Begrijpt de Vader dan niet dat de Zoon zich er niet bij neer wil leggen dat het woord uit de hemel stuk slaat op harde aarde? Het kan toch niet waar zijn, Vader. Jezus breekt de gelijkenis open met een beroep op God. Laat Hij er iets aan doen dat zijn woorden het zo vaak niet redden!

Jezus heeft begrepen dat zijn beroep op God vraagt om zijn volkomen toewijding. En zo werd Hij zelf – Hij, het Woord van God bij uitstek – vertrapt op de weg, gegeten door de vogels, geteisterd door droogte en overwoekerd door onkruid. De gelijkenis tekent de weg van Jezus’ lijden. En van zijn opstanding. Hij werd Gods meest vruchtbare woord. Stond op uit de dood en maakte zo voor iedereen nieuw leven mogelijk. De grote scheiding, de diepe kloof, de pijnlijke breuk werd gedicht. God hoorde de Zoon, deed Hem herleven, en opnieuw is de aarde vruchtbare aarde. En zie het was weer zeer goed.

De gelijkenis van het zaad is autobiografisch. Wie dat ziet, heeft inzicht. En wie dat hoort, begrijpt het. En zo ontstaat ruimte voor een ontspannen spiritualiteit. Voor een ontspannen geloof dat niet in de war raakt van het eigen ongeloof of van hoe moeilijk het evangelie het heeft in de wereld. Er ontstaat ruimte om leerling te zijn. Niet als happy few, verkoren elite, maar als mensen die met een goed en eerlijk hart naar het woord luisteren, het koesteren en vrucht dragen. Als mensen die weten van Gods ontferming, ook, ja juist met een wereld die zijn woord zo moeilijk hoort. Als mensen die Gods liefde present stellen. Als mensen die als het moet durven meelijden. Als mensen die weten dat God telkens opnieuw kiest voor zijn schepping.

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s